Het serene werk van de jonge Michelangelo

Hoe groter de kunstenaar, hoe extravaganter de presentatie van zijn werk. Dat lijkt het motto van de Michelangelo-tentoonstelling in het Palazzo Vecchio te Florence. De sculpturen van de meester laten zich daar niet alleen van voren, van opzij en soms van achteren bekijken, maar ook, in één geval met behulp van een spiegel in de sokkel, van beneden – en zelfs van boven. Met een trapje kun je bovenop het stalletje klimmen dat voor de gelegenheid in de Sala d'Arme is opgericht voor de boekenverkoop. De tekstborden die je daarboven, in plaats van de verwachte voortzetting van de expositie zelf, aantreft vermelden dat deze mogelijkheid speciaal is gecreëerd om de bezoeker een blik op de normaal gesproken nooit te bezichtigen bovenkant van de beelden te gunnen. Het doet op het eerste gezicht wat overbodig aan, maar inderdaad biedt een werk als de houten Crucifix die na afloop van de expositie gerestaureerd en wel zal terugkeren naar zijn oorspronkelijke plaats, hoog boven het altaar van de Florentijnse kerk van Santo Spirito, op deze manier letterlijk onverwachte perspectieven. Het gaat in deze expositie dan ook niet zozeer om een evocatie van het gezichtspunt waarmee de kunstenaar, toen hij zijn sculptuur voor die plaats maakte, rekening moest houden, maar veeleer om een kunsthistorisch-stilistische exercitie. Die lijkt vooral de nieuwe toeschrijving aan Michelangelo van een kort geleden `teruggevonden' beeld te moeten legitimeren.

Dit `Boogschuttertje' is een uit marmer gehouwen beeltenis van een knaap die in de loop der tijd weliswaar zijn armen en onderbenen heeft verloren, maar op wiens rug een pijlenkoker heeft standgehouden. Het werk is afkomstig uit de Franse ambassade in New York. Enkele jaren geleden deed de Amerikaanse kunsthistorica Kathleen Weil-Garris stof opwaaien door het werk toe te schrijven aan de jonge Michelangelo. Een probleem daarbij is dat uit diens vroege periode niet veel werk bekend is. De expositie, met een supplement in het voormalige Florentijnse woonhuis van de meester, presenteert daarvan een reconstructie aan de hand van de sporadische beelden die van hem bekend zijn uit de jaren omstreeks 1490, en van werken van tijdgenoten.

Michelangelo (1475-1564) bracht in die periode, deels als protégé van de machtige Lorenzo de' Medici, zijn leertijd door in Florence. Nu zoveel mogelijk van zijn vroege beelden en schilderijen weer in die stad bijeen zijn gebracht, valt het op dat de robuuste, soms overdreven volumes die zijn latere werk kenmerken, hier nog grotendeels afwezig zijn. Het reliëf van de Madonna op de trap bijvoorbeeld, de sculptuur van een knielende engel, gemaakt voor de kathedraal van Bologna, of de zogenaamde Madonna van Manchester, een schilderij dat zich nu bevindt in de Londense National Gallery, vertonen niet alleen Michelangelo's vroegrijpe kunstenaarspersoonlijkheid, maar ook een delicate stijl met elegante figuren. Het naakte corpus van de houten crucifix voor Santo Spirito, is zo fijn en rank gesneden dat het inderdaad verleidelijk is de slanke Boogschutter ermee in verband te brengen.

Een van de raadselachtigste elementen van dat beeld is de expressieve gezichtsuitdrukking, die ver af staat van de sereniteit in de gelaten van veel andere vroege werken van Michelangelo. De expositie brengt dit aspect in verband met werk van een andere beeldhouwer die in dezelfde tijd als gevestigd meester actief was aan het Medici-hof, Bertoldo di Giovanni (1420/30-1491). Van hem worden enkele bronssculpturen getoond die een grote, bijna ongebreidelde dynamiek tentoonspreiden. Michelangelo heeft die waarschijnlijk voor ogen gehad toe hij zijn reliëf van de Centaurenslag (in Casa Buonarroti) maakte. Ook hij lijkt zich in enkele vroege werken, direct of via Bertoldo, eerder te hebben gebaseerd op de expressieve kunst van de Etruskische oudheid dan op die van de Grieken en de Romeinen. Die constatering maakt de tentoonstelling spannend, ook omdat ze iets duidelijk maakt over het terugkeren van een ietwat ongemakkelijk aandoende dynamiek – tijdgenoten noemden het terribilità – in Michelangelo's latere werk. Maar hoezeer de beschouwer ook wordt uitgenodigd Michelangelo's werken aan alle kanten te bestuderen, de nieuwe toeschrijving van het New-Yorkse Boogschuttertje (dat van 1 februari tot 3 april volgend jaar ook nog te zien zal zijn in het Louvre in Parijs) is daarmee nog niet definitief en zou, zoals sommige experts willen, uiteindelijk ook nog wel eens kunnen uitvallen in het voordeel van Bertoldo di Giovanni, de oude leermeester van de jonge Michelangelo.

Tentoonstellingen: Giovinezza di Michelangelo. Palazzo Vecchio, Sala d'Arme (Piazza della Signoria) en Casa Buonarroti (Via Ghibellina 70), Florence. T/m 9/1. Dag. 10-19 uur.