Een zeer gecompliceerde kaping

De kapers van de Indiase Airbus hebben de Indiase regering voor grote problemen gesteld. Een bevrijdingsactie lijkt onmogelijk, de eis inwilligen is zeer moeilijk. Ook de Afghaanse Talibaan zitten allerminst op een gijzeling als deze te wachten.

Voor de Indiase regering hadden de kapers van het toestel van Indian Airlines geen slechtere plek kunnen uitzoeken om hun eisen bekend te maken. New Delhi heeft, zoals de meeste landen in de wereld, geen diplomatieke betrekkingen met het Afghanistan van de Talibaan. Maar voor India komt er nog een complicerende factor bij: tussen India en de Zuid-Afghaanse stad Kandahar, waar het toestel na zijn lange omzwervingen terechtkwam, strekken zich honderden kilometers Pakistaans grondgebied uit. Daarmee lijkt een commando-actie op vreemde bodem, zoals Israelische commando's ooit uitvoerden op de luchthaven van de Oegandese stad Entebbe, nagenoeg uitgesloten – tenminste, als India wil voorkomen dat het een ernstig conflict krijgt met Pakistan en het Talibaan-bewind in Afghanistan.

De kaping, en de gijzeling van de 155 passagiers van wie het leeuwendeel de Indiase nationaliteit heeft, hebben de Indiase regering voor een groot dilemma geplaatst. De twijfel binnen de Indiase regering werd verwoord door de twee belangrijkste leden ervan. ,,Wij zullen niet voor terrorisme buigen'', zei premier Atal Behari Vajpayee toen de Airbus A300 vrijdagnacht nog bezig was aan zijn tocht door het luchtruim van Zuid-Azië en de Golf. Een dag later was de stemming in New Delhi al enigszins bijgedraaid. Minister Jaswant Singh zei op een persconferentie dat de Indiase regering de eisen van de kapers, waaronder de vrijlating van de Pakistaanse moslimleider Masood Azhar, zou ,,bestuderen''. Later zei Singh weer dat India nooit zal ingaan op eisen van terroristen. Met talloze separatistische bewegingen in zeker zes deelstaten heeft India te veel binnenlandse problemen om toe te geven aan gijzelingsacties en zal het ten koste van alles willen vermijden dat er een precedent wordt geschapen – zeker in de meest gevoelige van alle kwesties, de onafhankelijkheidsstrijd in het Indiase deel van Kashmir. ,,Er zijn heel veel risico's'', zei adviseur K. Subramanian van de Nationale Veiligheidsraad vanochtend in New Delhi tegen het persbureau AP. Als India zou toegeven aan de eisen van de kapers zou dat volgens Subramanian aanleiding geven tot ,,meer en meer terrorisme, omdat het een opsteker zou zijn voor de militanten en anderen in Kashmir''.

Typerend voor de houdgreep waaruit de Indiërs zich proberen te bevrijden is dat New Delhi pas vanochtend, drie etmalen na het begin van de kaping en na een stortvloed van kritiek vanuit de Indiase media, bekendmaakte een delegatie naar Kandahar te sturen om te voorkomen dat de kapers hun dreigementen zullen waarmaken. Maar de enige hoop voor de Indiërs lijkt vooralsnog dat de afgevaardigden tijd kunnen winnen.

Opvallend bij het gijzelingsdrama is dat alle betrokken landen er hun vingers niet aan lijken te willen branden. De Pakistaanse militaire regering, die sinds de gevechten in Kashmir van afgelopen voorjaar nog steeds op voet van oorlog leeft met India, was zich vanaf de eerste uren al bewust van het potentiële gevaar van een bloedbad in een Indiaas vliegveld op Pakistaans grondgebied. De autoriteiten in Lahore, waar het toestel vrijdagavond even aan de grond stond, wisten niet hoe snel ze het vliegtuig weer de lucht in moesten sturen.

Ook de Talibaan-beweging speelt tot nu toe een opmerkelijke rol in de gijzeling. De beweging van extremistische koran-studenten heeft verschillende keren laten weten dat zij niets met de kapers te maken wil hebben. Elke uitlating die de Talibaan-autoriteiten tot nu toe over de kaping deden werd vergezeld van een ontkenning van enige betrokkenheid bij het drama. Vrijdagavond weigerden de Talibaan de kapers toestemming te geven om te landen in de Afghaanse hoofdstad Kabul.

Een dag later, na een tussenstop in Dubai, kwam de Indiase Airbus alsnog in Afghanistan terecht, nota bene in Kandahar, waar het hoofdkwartier van de Talibaan is gevestigd. Maar meer dan voedsel en brandstof willen de Talibaan niet geven aan de kapers. Onderhandelingen met de kapers droegen zij op aan de Verenigde Naties; wel verboden zij India een bevrijdingsactie te ondernemen op Afghaans grondgebied.

De Talibaan proberen al sinds hun opmars in het tweede deel van de jaren negentig – tevergeefs – erkenning te krijgen van de internationale gemeenschap. Het overgrote deel van de wereld verwijt de Talibaan niet alleen grootschalige schendingen van de mensenrechten, maar ook betrokkenheid bij de internationale drugshandel, hulp bij de opleiding van militante moslims, bescherming van de vermeende meesterterrorist Osama bin Laden en de verspreiding van de jihad tegen allerlei Westerse mogendheden, de Verenigde Staten in het bijzonder.

Angst voor nieuwe represailles van de Amerikanen lijkt op dit moment de raadgever van de Talibaan. Iets meer dan een jaar geleden schoten de Amerikanen tientallen kruisraketten af op de `terroristische universiteiten' van Bin Laden in het oosten van Afghanistan. De kaping van het toestel van Indian Airlines op de luchthaven van Kandahar, waar ook een Amerikaanse toerist wordt gegijzeld, kan de plannen van de Talibaan opnieuw jaren terugwerpen als het drama eindigt in een bloedbad.