Democratie is meer dan geld alleen

De regering-Clinton probeert via de zogeheten pijpleiding-democratie de wankele politieke basis van de jonge ex-Sovjetrepublieken te versterken. Maar Washington zou daarnaast veel meer steun moeten verlenen aan de broodnodige democratie in Eurazië, meent

Paula R. Newberg.

Met de ronde termen waarin de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa de Russische interventie in de Kaukasus veroordeelden, maskeerden de westerse regeringen aanzienlijk gecompliceerdere bedoelingen. Zij accentueerden hiermee een cruciaal gegeven in de de diplomatie van na de Koude Oorlog: pijpleidingen bepalen buitenlands beleid.

De oproep van de OVSE aan Rusland om een eind te maken aan het Tsjetsjeense offensief vormde een subtiel contrapunt tegenover het eindelijk bereikte akkoord over de aanleg van een pijpleiding naar de Kaspische Zee, die de Amerikanen in de kaart speelt doordat ze Rusland en Iran loskoppelt van de rijke olie- en gasvoorraden van Centraal-Azië.

Is humanitaire pressie ten dienste van energiepolitiek al ongewoon in de diplomatie, het verheffen van mercantilisme tot politiek beginsel ligt nog iets moeilijker. De pogingen van de regering-Clinton om haar economische en buitenlands-politieke belangen met elkaar te rijmen komt wellicht het duidelijkst tot uiting in haar energiebeleid, waarmee ze in één beweging tracht zowel de toegang tot olie- en gasreserves veilig te stellen als nieuwe veiligheidsbetrekkingen aan te knopen en bovendien de wankele politieke basis van de jonge ex-Sovjet-republieken te versterken. Maar Washington dreigt zichzelf in verlegenheid te brengen door de geringe steun die het verleent aan de zo broodnodige democratie in Eurazië.

In heel Ruslands onderbuik rommelt het van conflicten ter nagedachtenis aan het communisme. Brute oorlogen in Tsjetsjenië, Dagestan en Tadzjikistan bedreigen broze politieke verbanden en de regionale veiligheid. Grensoverschrijdende etnische twisten – nu eens inheems dan weer geïmporteerd – teisteren staten van de Kaspische Zee tot aan het Tiangebergte langs de grens met China.

In het streven van Rusland om zijn zuidflanken te beschermen weerklinkt nog het oude imperialisme, geaccentueerd door militaire aanvallen over de grenzen heen en door voorkomende xenofobie in eigen land. Uit de politieke conduitestaat van Centraal-Azië, tien jaar na de val van de Berlijnse Muur, komt echter een gemengd beeld naar voren. Behalve oorlogen zien we dit najaar verkiezingen in bijna de gehele regio. Hoewel die veelal niet vlekkeloos zijn verlopen, getuigt het feit dat ze gehouden zijn van de gecompliceerde verhoudingen in de lokale politiek sinds het eind van de Koude Oorlog. Overal, van de Kaukasus tot de Centraal-Aziatische steppe, vindt de reële macht van staten de potentiële macht, hoe wankel ook nog, van het politieke krachtenveld op haar weg.

Deze vooruitgang vormt de zekerheid waarop de Verenigde Staten en de OVSE hun belangen en hun investeringen hopen veilig te stellen. Belangrijke ondertekenaars van het nu gesloten pijpleiding-akkoord – Georgië, Azerbeidzjan en Kazachstan – hebben recent gekozen regeringen. Dat Turkmenistan verkiezingen of democratisering blijft afwijzen, wordt genegeerd ten gunste van 's lands kolossale gasreserves. En de wel gehouden verkiezingen waren niet overal even eerlijk: de OVSE verwijt zittende regeringen de letter van de democratie boven de geest te stellen, en mensenrechtenorganisaties erkennen slechts schoorvoetend verkiezingsuitslagen die despotische macht sanctioneren. Niettemin zoeken olieproducenten de politieke legitimiteit: de recente verkiezingen in Kazachstan – in wezen een klein stapje van autoritarisme naar behoedzaam populisme – waren evenzeer bestemd voor consumptie in het Westen als om een machtsdeling in eigen land te bereiken.

De Verenigde Staten en hun partners hopen dat economische stabiliteit gekozen regeringen een hechtere basis zal geven en hen tot democratisch gedrag zal bewegen. Met het argument dat financiële stimuli zwakke democratieën versterken, hebben zij contanten gebruikt om politieke tweespalt te voorkomen. Publieke middelen zijn ten dele door particuliere vervangen. Zo is de verrijzenis van het centrum van Bakoe in Azerbeidzjan gefinancierd door oliemaatschappijen en niet met buitenlandse hulp, en zijn de brede boulevards van Almaty aangelegd in afwachting van de olie die de Kazachstaanse burgers tot mondiale consumenten moet maken.

Toch is de grens tussen zegevierend verkiezingselan en oorlogsverwoesting veelal slechts smal en ongewis. Een snelle blik op Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, waarschuwt ons voor het nonchalante triomfalisme van de Verenigde Staten, die de regering van president Edvard Sjevardnadze graag ophemelen als de parel in de kroon van de regionale democratie. Blinkende nieuwe winkels worden overschaduwd door vervallen hotels met daarin duizenden ontheemden, verdreven door de vijandelijkheden in Georgië's eigen achterland Abchazië. Georgië's progressieve mensenrechtenprogramma's bereiken slechts zelden de slachtoffers van 's lands eigen territoriale ambities.

Deze uithoek van de Kaukasus herbergt nog meer kleine oorlogen waarvan het geweld af en toe de hoofdstad bereikt en er de nog tere wortels van de democratische hervorming dreigt aan te tasten. De oude, etnisch georganiseerde rijkjes van de Kaukasus knevelen de welvaart met de laagste instincten die inherent zijn aan instabiele democratieën: vrede wordt geofferd aan oorlog, burgerlijke politiek aan militaire bemoeienis, democratisch pluralisme aan tirannieke ordehandhaving.

De economische verdeeldheid van het post-communistische tijdperk, nog verscherpt door de hoge humanitaire tol die de oorlogen eisen, waarschuwen ons voor de grote politieke afstand die nog te overbruggen is.

Nieuwe olie-economieën en hun westerse weldoeners mogen dan geloven in de wondere werking van het oude principe waarbij welvaart van bovenaf omlaag sijpelt, maar voor burgers zonder hulpbronnen blijft dit geloof steken in politieke filosofie. Voor degenen die achterblijven in de wedloop om investeringen en energiewinsten, is de democratie nog slechts een illusie. Opnieuw toenemende armoede in de vroegere Sovjet-republieken bedreigt het individuele welzijn, de bestendigheid van zwakke staten en de vooruitzichten op democratisering.

Maar in discussies over economie versus politiek verlenen de Verenigde Staten, nu eens onbewust, dan weer opzettelijk, het primaat aan het geld. De bevordering van de democratie was vroeger een zelfstandig leerstuk van het Amerikaanse beleid: winst zal groeien op een ondergrond van democratisch pluralisme.

Die stelling is thans omgedraaid: investeringen bevorderen de democratie. Om de gunst van toekomstige democraten te winnen, mikt het beleid van de VS allereerst op hun portemonnee.

Kan winst democratie voortbrengen? De geschiedenis geeft geen uitsluitsel.

Het kapitalisme heeft enige tijd gebloeid in de autoritaire broeikassen van Latijns-Amerika. Overhaaste uitspraken over economische en politieke meerwaarde zijn in het beleid van Washington ten aanzien van Rusland maar al te vaak weer ingetrokken, waardoor de democratie er verstrikt raakte in een kapitalistisch experiment dat bij gebrek aan afdoende voorbereiding tot dusver niet is geslaagd.

Thans stelt het Amerikaanse beleid voor de regio rond de Kaspische Zee overhaaste beoordeling en politieke illusie in de plaats van de politieke realiteit. Maar wie ontluikend pluralisme afschildert als democratisch succes, negeert zowel publieke opinie als politieke veranderingen.

De weifelende, soms haperende pogingen tot een rechtvaardig bestuur in deze regio vereisen duurzame investeringen in sociaal welzijn, politiek pluralisme en democratische instellingen. De lokale economieën vragen gedoseerde ondersteuning.

Waar burgers tegenwicht bieden aan de staatsmacht en delen in toekomstige winsten kan collectieve veiligheid verstandig en effectief zijn. Voor een evenwicht tussen economie en politiek – in Eurazië en voor de Verenigde Staten – is de belangrijkste investering die men kan doen, een investering in democratie.

Paula R. Newberg is Azië-deskundige en was tot vorig jaar verbonden aan de Georgetown University in Washington.

©LAT-WP Newsservice