Zuster Klivia in kleur

Buurman Boordevol, Gerrit en z'n opa, danseres Jet en natuurlijk Zuster Klivia ze zijn allemaal te zien op het toneel.

Met blije ogen kijkt Rieks Swarte op van zijn etensbord en zegt dat hij zich van de tv-serie Ja zuster, nee zuster nog heel veel herinnert. Het is allemaal al ruim dertig jaar geleden, maar hij wist zelfs nog meer dan hij had gedacht. Dat bleek vooral toen hij met een paar suggesties kwam voor de enscenering van het liedje Van Wisjni naar Wosjni – bij deze regel dit gebaar, bij die regel deze pose. Vervolgens verscheen, een paar weken geleden, het koffertje met de verhalen en de liedjes uit de serie. Daarin zag Swarte een foto staan van het oorspronkelijke nummer. ,,En het zag er precies hetzelfde uit! Het was geen creativiteit van mij, het was pure herinnering! Daarom zeg ik: wat mij betreft beschouwen we deze voorstelling als historisch toneel.''

Een uur later begint in schouwburg De Kring in Roosendaal de eerste doorloopvoorstelling met publiek. Zuster Klivia is nu in kleur. Haar kapje en haar schort zijn crèmekleurig en haar gesteven blouse is hemelsblauw. Zo stond Hetty Blok destijds ook op de kleurenfoto's die nog van de serie bestaan, maar niet op de televisie: daar was alles eind jaren zestig nog zwart-wit. Zwart-wit is wel het decor, als hommage aan het verleden; het staat opgesteld als een opengeslagen boek waarvan telkens een bladzijde wordt omgeslagen als de handeling zich verplaatst naar een andere locatie. Naar de hal van het rusthuis bijvoorbeeld, of naar de woning van buurman Boordevol.

Alles verwijst naar de twintigdelige tv-serie die Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink tussen 1966 en 1968 schreven over het rusthuis waar de bewoners – naar het idealistische gedachtengoed van de jaren zestig – tot rust kwamen door precies te doen waar ze zelf zin in hadden. `Doe wat je `t liefste doet', zong de zuster die hier de scepter zwaaide. `Ja zuster, nee zuster', zongen de bewoners in koor. `Dan komt `t altijd goed', hervatte de zuster. Het titellied van Ja zuster, nee zuster is nu het openingslied van de gelijknamige familievoorstelling van het RO Theater die vanavond in première gaat.

Hoe is dat zo gekomen? Rieks Swarte, die samen met Pieter Kramer voor de regie tekent, verwijst naar de plannen die tv- en filmproducent Burny Bos een paar jaar geleden had voor een nieuwe versie van de oude serie. Omdat er nauwelijks meer iets van de oorspronkelijke opnamen over is, was het volgens Bos een goed idee alles opnieuw te maken. Swarte en Kramer praatten erover mee. Loes Luca zou Zuster Klivia zijn, een voornemen waarover Hetty Blok zelfs al haar zegen had uitgesproken, en Arjan Ederveen stond gretig kandidaat voor de malicieuze buurman Boordevol. Maar het ging niet door, want geen enkele omroep kon bereid worden gevonden het project tot het zijne te maken.

Tv-scripts

Toen kwam de vraag aan de orde wat dit jaar de familievoorstelling van het RO Theater zou zijn. Swarte, die ook al eens het onuitvoerbare plan had bedacht om een jaar lang de hele serie bij het RO te spelen, ging boeken lezen – op zoek naar een onderwerp. ,,En toen zeiden we opeens tegen elkaar: waarom doen we Ja zuster, nee zuster niet?''

Jacques Klöters, de kleinkunstexpert die werd uitgenodigd de tv-scripts om te werken tot theatervoorstelling, zag het aanvankelijk somber in. ,,Ik dacht: zo'n legendarische serie, die in dertig jaar door niemand is gezien – dat kan nooit goed aflopen. Bovendien heb ik Annie Schmidt de laatste acht jaar van haar leven elke donderdagmiddag voorgelezen, en dan kwam het gesprek ook wel eens op Ja zuster, nee zuster. Meer dan eens zei ze dat het eigenlijk wel goed was dat de banden waren gewist, want zo briljant was `t nou óók weer niet. Het leek me dat het alleen maar kon tegenvallen.''

Niettemin waagde hij, samen met tekst- en toneelschrijver Flip Broekman, een poging uit twintig losse verhaaltjes een doorlopende toneelintrige te maken. ,,Eén van de grote kwesties'', zegt Klöters, ,,was voor mij de vraag wat voor soort show ze wilden. Ik vond dat ik verantwoordelijk was voor het bewaken van de sfeer. Ik wilde per se niet dat het camp-achtig zou worden, bijvoorbeeld. Maar daarover was iedereen het onmiddellijk eens. Het zou straight worden gespeeld, en in de jaren-zestig-sfeer blijven.''

De originele scripts bleken bij lezing weinig consistent te zijn. Waar een comedy-serie tegenwoordig volledig wordt geschreven vóór de opnamen beginnen, en eerst geheel geaccordeerd moet zijn door dramaturgen en dramachefs, werkte Annie Schmidt in een andere tijd met een maandelijkse frequentie. Ze schreef een aflevering, die vervolgens werd gerepeteerd en opgenomen, en pas als de uitzending achter de rug was, schreef ze de volgende. Wat in de ene aflevering leuk was gelukt, dikte ze in de volgende extra aan. Zo kreeg de destijds door Leen Jongewaard gespeelde Gerrit, de inbreker wiens brave inborst met succes wordt aangekweekt in het rusthuis, één keer bij wijze van grapje een vileine opa. Jongewaard maakte er een virtuoze dubbelrol van. Met als gevolg dat opa bleef en hij de rol van Gerrit overvleugelde. En zo ging het in het tweede seizoen ook met Zuster Klivia, toen er prominente gastacteurs als Ko van Dijk, Wim Sonneveld en Albert Mol in de serie kwamen: zij kreeg steeds minder tekst.

Uit alle losse elementen en plotjes wisten Klöters en Broekman langzaam maar zeker een verhaallijntje te construeren dat de voorstelling zou kunnen dragen. Eén ding stond immers als een paal boven water: buurman Boordevol was de kwade genius, die zich als huisbaas blauw ergerde aan zijn losgeslagen huurders en onophoudelijk pogingen in het werk stelde hen de deur uit te krijgen. Maar toen de bewerkers het eerste resultaat van hun gewetensvolle arbeid inleverden, bleek dat ze eigenlijk een musical-constructie hadden gemaakt. ,,Het was veel te veel een verhaal geworden'', zegt Flip Broekman, ,,waarin we alle liedjes hadden laten voortkomen uit de actie.''

Quasi-Russisch

Dat was in de serie heel anders, want Annie Schmidt liet ze vaak gewoon uit de lucht vallen. Voor zo'n quasi-Russisch liedje als Van Wisjni naar Wosjni was het al genoeg als iemand zei dat de zitbank een beetje op een slee leek – of zoiets. En ook in de voorstelling is er uiteindelijk weinig voor nodig om de zes spelers aan het zingen te krijgen. Ze hoeven in de finale maar even te zeggen dat ze met vakantie gaan of ze barsten al los in het aanstekelijke PopocatepetI waarin Harry Bannink zo vaardig met het Zuidamerikaanse ritme speelde.

,,Je kan hoog springen of laag springen en je kunt dagenlang bezig zijn met een structuur'', concludeert Klöters, ,,maar je hebt een voorstelling van twee uur waarvan er minstens drie kwartier moet worden gezongen. Het is een show, geen well made play. En denk eraan – wij hebben nu elk woord van Annie op een goudschaaltje gelegd, maar voor háár was het ook vaak een kwestie van: `t is nu maandagmiddag en vanavond moet het af.''

Ze hebben met zinnetjes geschoven, de teksten min of meer gelijkelijk verdeeld over de acteurs, af en toe iets leuks van een toenmalige gastacteur in de mond gelegd van één van de vaste personages, de liedjes gekozen en verdeeld (Rieks Swarte wilde veel liedjes over dieren, ,,want dat vinden kleuters mooi'') en tenslotte is scenarist Frank Houtappels er nog bijgehaald om de definitieve versie van het script te schrijven. Klöters heeft, zegt hij, ,,een beetje het gevoel gekregen dat ik de mummie van Toetankhamon mocht opschilderen. Het is onzichtbare stoppage. Als we ons werk goed gedaan hebben, denkt het publiek straks dat er op het nachtkastje van Annie M.G. Schmidt nog een ongespeeld manuscript is gevonden.''

Loes Luca is Zuster Klivia gebleven, dat kon ook niet anders. Voor wie Hetty Blok nog helder voor ogen staat, schuiven de voorgangster en de opvolgster in elkaar – alsof de camera de ene keer scherp stelt op de oude zuster en de andere keer op de nieuwe. ,,We hebben goud in handen qua cast'', zegt Rieks Swarte vergenoegd. ,,Onder de nieuwe artistiek leider Guy Cassiers is het RO Theater een gezelschap in opbouw, zodat we ook nog heel makkelijk kunnen werken met gastacteurs.'' Wel spijt het hem dat Gerrit en zijn opa niet, als in de serie, door één acteur kunnen worden gespeeld, ,,anders kunnen ze elkaar nooit ontmoeten.'' Ad Knippels speelt Gerrit, terwijl Dick van der Toorn met krakend stemmetje de opa vertolkt. Guus Dam is de goedwillende ingenieur wiens uitvindingen de wereld moeten verbeteren, Tjitske Reidinga is de danseres Jet en Paul Kooij geeft als buurman Boordevol een verbluffend getrouwe imitatie ten beste van de acteur Dick Swidde die zijn voorganger was. Op het toneel zit bovendien het vijfkoppige combo van Raymund van Santen, dat de oorspronkelijke Bannink-klank dicht benadert.

Met walging denkt Rieks Swarte terug aan de `elektronische walm' die naar zijn smaak uit de orkestbak opsteeg tijdens de heropvoering van Heerlijk duurt het langst, vorig jaar. Zo mag het hier niet, zegt hij. ,,Het is zó ontzettend Hollands en ook zó sixties'', verzucht Swarte. ,,Wat je ziet, is een wereld die voorbij is. Dat moet je laten zien en horen zoals het was.''

`Ja zuster, nee zuster' van het RO Theater gaat vanavond in première in de Rotterdamse Schouwburg en is daar te zien t/m 9/1. De voorstelling reist t/m 12/3 door het hele land. Inl.: 010-4118110.