Woodrow Wilson

Tijdens de Eerste Wereldoorlog liet hij een kudde schapen grazen op het gazon van het Witte Huis. De opbrengst van de wol ging naar het Rode Kruis. Dat is de belangrijkste bijdrage die de 28e president van de Verenigde Staten aan de wereldvrede heeft geleverd.

Zelf zag Thomas Woodrow Wilson zich als door god gezonden, leider van het land dat `de hoop van de wereld' was. ,,Waarom is Jezus Christus er tot nu toe niet in geslaagd de wereld ertoe te brengen zijn leer te volgen?'', zou hij hebben verzucht. ,,Dat komt doordat hij het ideaal predikte zonder er praktische middelen bij te geven om het te bereiken.'' Met de oprichting van de Volkenbond dacht Wilson dat verzuim te compenseren. De Franse staatsman Clemenceau noteerde: ,,Wilson verbeeldt zich dat hij de tweede Messias is.''

Maar deze tweede Messias wist niks van de Europese geschiedenis en mentaliteit. Aan de werkelijkheid had deze ijdele, onbuigzame, onverdraagzame Calvinist geen boodschap. Tussen zijn dromen en zijn daden gaapte een Atlantische oceaan.

In de eerste jaren van de Grote Oorlog irriteerde hij de strijdende partijen alleen maar met zijn morele superioriteit. Terwijl Amerikaanse troepen Haïti (1915), de Dominicaanse republiek en Nicaragua bezetten, bood hij zichzelf in Europa aan als vredesonderhandelaar. Hj liet toe dat de VS op grote schaal wapens leverden aan de geallieerden.

Toen de Amerikanen zich op het laatst, slecht voorbereid, toch nog in de oorlog stortten, was dat alleen om een eind te maken aan de oorlog, aan alle oorlogen. Zo troostte hij zichzelf. In zijn beroemde `14 punten-rede' schetste hij de contouren van een `vrede zonder zege', een billijke vrede. Zonder annexaties. Zonder herstelbetalingen. ,,Nooit hoorde men zo'n mooie preek van wat de mensen kunnen zijn als ze maar geen mensen waren'', schreef Clemenceau.

Tijdens de vredesbesprekingen in Versailles offerde hij al zijn nobele uitgangspunten op om zijn geesteskind te redden: de Volkenbond. Hij liet toe dat Duitsland een wurgcontract kreeg opgelegd, ook al wist hij dat daarmee de kiem voor een nieuwe oorlog werd gelegd. Vervuld van zijn hemelse missie, verzuimde hij om zich van politieke steun te vergewissen. Toen het vredesverdrag in de VS moest worden goedgekeurd, weigerde hij de kleinste compromissen. Zonder deelname van de Verenigde Staten aan de Volkenbond was de toch al tandeloze organisatie een doodgeboren kind.

Op Wilsons grafsteen zou kunnen staan: `Hij preekte vrede. Hij zaaide oorlog. Maar hij bedoelde het goed.' Voor zijn mooie intenties ontving hij in 1920 de Nobelprijs voor de Vrede. Een wreed en misplaatst eerbetoon voor de man die volgens de analyse van Sigmund Freud nooit had kunnen loskomen van zijn dominante vader en ,,in alle opzichten was mislukt''.

Dick Wittenberg