`We vroegen ons af: Is dit wel een vrouw?'

Dorothy Manley was een nieuwkomer op de 100 meter. Haar tweede plaats in 12,20 seconden, drietiende achter Fanny Blankers-Koen, kwam dan ook als een verrassing. ,,Ik was op van de zenuwen'', herinnert de Engelse oud-atlete zich ruim 51 jaar later. ,,Dat ik de finale had bereikt, was al een klein wonder. Fanny zat in de baan naast mij. Een vrouw van wie ik nooit zou kunnen winnen. Dat wist ik op het moment dat ik vlak naast haar stond. Ze was zo groot, zo sterk – zelfs al had ik mijn zenuwen in bedwang gehad, dan nog was ik kansloos geweest. De tweede plaats was het maximaal haalbare. Gelukkig begreep het publiek dat ook.''

Manley, 72 inmiddels, leerde tijdens de Olympische Spelen van Londen haar latere echtgenoot kennen, 800-meterloper John Parlett, met wie ze in Woodford Greene woont, een voorstad van Londen. Nog altijd is ze vol lof en bewondering over haar voormalige bedwingster. ,,Fanny was niet alleen snel en sterk, ze had de gave om alles en iedereen naar haar hand te zetten. Dat maakte haar tot een superatlete.''

Sylvia Cheeseman, een andere Engelse deelneemster, strandde in de halve finale van de 200 meter. Van een confrontatie met Blankers-Koen, zoals een jaar eerder bij de Europese kampioenschappen van '46 in Oslo, kwam het daardoor niet. Ruim vijftig jaar na dato kan de Engelse oud-atlete, zeventig jaar inmiddels, zich nog altijd flink opwinden over de gemiste kans om Blankers-Koen te verslaan. ,,Mijn coach had me opgedragen om mijn krachten te sparen met het oog op mijn andere nummers. Omdat ik een keurig meisje was, deed ik wat hij vroeg. Stom, heel stom, maar ik wist toen helaas niet beter.''

Noodgedwongen keek Cheeseman vanaf de zijkant toe hoe Blankers-Koen op vrijdag 6 augustus 1948 haar derde gouden medaille op rij won. Verbaasd was ze niet over het machtsvertoon van de `Vliegende Huisvrouw'. ,,Haar stijl was voor verbetering vatbaar. Maar daar tegenover stond haar kracht. Fanny was zo sterk dat wij onszelf weleens afvroegen: is dit wel een vrouw? Maar ja, ze had twee kinderen. Ze moest wel een vrouw zijn.''

Eén voorval staat Cheeseman nog helder voor de geest. ,,Het was na haar eerste medaille, na de 100 meter. Ik stond ergens vlak achter de finish te kijken, en draaide me na de race weer om. Voor ik er erg in had, kreeg ik me toch een klap op mijn schouders. Niet normaal meer! Het leek wel een vent die me sloeg. Toen ik omkeek, bleek het Fanny te zijn. Ze was zo uitgelaten na haar overwinning dat ze wild met haar armen stond te zwaaien. Per ongeluk raakte ze mij.''

Vorig jaar stonden beide rivalen oog in oog met elkaar, bij een reünie van oud-olympiagangers in Londen. Cheeseman verbaasde zich tijdens de bijeenkomst opnieuw over de bescheidenheid van de Nederlandse. ,,Vier gouden medailles gewonnen en weet je wat ze zei? `Ach ja, zo bijzonder was het nou ook weer niet. De Duitsers waren er niet, de Russen waren er niet.' Alsof ze haar overwinningen te danken had aan de afwezigheid van de anderen! Ik heb haar toen gezegd: `Kom zeg, wees niet zo bescheiden. Je was de Navratilova van de atletiek. Je hebt de sport van een nieuwe dimensie voorzien'.''

Cheeseman heeft bij het afscheid nog een verzoek. ,,Wilt u Fanny de hartelijke groeten doen zodra u haar ziet. She's a lovely lady, you know.''