Wapenfeiten voor vanavond

Mij werd gevraagd, `de journalist van de eeuw' te noemen. Ik dacht: ik neem iemand die lang geleden is gestorven. Journalisten schrijven niet voor de eeuw maar voor vanavond, en iedereen weet wat er de volgende dag met hun werk gebeurt. In de krant van gisteren worden de visgraten verpakt. Ik heb eens een beroemd schrijver horen zeggen: `Iedere schrijver, ook de slechtste, staat oneindig veel hoger dan iedere journalist.' Aan zijn gezicht was te zien dat hij in heilige ernst sprak. Journalisten kunnen zich troosten met de gedachte dat de historici, honderd jaar na nu, de kranten bestuderen om ons dagelijks leven te reconstrueren. Ik koos Charles Boissevain, (1842-1927) en van 1885 tot 1908 hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad. Hij was ook chroniqueur.In deze hoedanigheid, in zijn rubriek Van Dag tot Dag heeft hij ongeveer 4300 wat we nu noemen columns geschreven, die tot de populairste lectuur van zijn tijd horen. Een jaar of tien geleden had ik een gebundelde selectie op de kop getikt. Zijn stijl is die van zijn tijdvak - wat wil je anders. Maar dwars door dit onvermijdelijk archaïsche blijft zijn persoonlijkheid onverminderd levend.

Goed schrijven is onthouden worden, heeft W. F. Hermans gezegd. Van Boissevain had ik het verslag van zijn bezoek aan Emile Zola onthouden. Het is nog wel in de vorige eeuw, 22 januari 1898, maar het leest modern. Boissevain heeft geen sympathie voor Zola. Hij bekent dat hij sommige romans zelfs niet heeft kunnen uitlezen. `Wat kan ons dat schelen?' hoor ik hier en daar opmerken. De chroniqueur vertelt het alleen om ermee aan te geven dat hij `waarlijk niet vooringenomen was jegens de schrijver'. Maar hij heeft respect voor de Fransman opgevat wegens diens interventie in de Affaire Dreyfus. Op 13 januari heeft L'AURORE Zola's J'Accuse...! op de voorpagina afgedrukt. Boissevain neemt de trein naar Parijs om hem zo direkt mogelijk zijn bijval te betuigen. Wat nu voor journalisten de eerste oriënterende bron kan zijn, de taxichauffeur, was toen de aapjeskoetsier. Naar de rue de Bruxelles, zegt Boissevain. De koetsier: Dat is de straat waar die ellendige verrader Zola woont! Boissevain geeft het adres. De koetsier: Zo! We gaan dus naar die Pruissische spion! Ze rijden de straat in. Er verschijnen een paar ongure jonge kerels. Ze schreeuwen: `De grond in met Zola! Hang die verrader op. Aan de galg met de joden!'

Dan volgt de begroeting. Zola is ontroerd. `Hij greep mijn hand en hield die lang in de zijne... Hij wendde het hoofd af, er stokte hem iets in de keel.' En dan laat de schrijver blijken hoe blij hij met deze bijval is.

Een mooi stukje. Boissevain is voor geen kleintje vervaard, kiest per open brief aan de Duke of Devonshire partij voor de Boeren in de Transvaalse oorlog, geeft Abraham Kuyper van katoen, gaat op reis door Rusland, trekt in de Eerste Wereldoorlog fervent partij voor de Belgen, enz. enz. Kortom, Boissevain leek me een goed voorbeeld om als `journalist van de eeuw' te dienen, al heeft hij er maar 26 jaar en een paar maanden van meegemaakt.

Toen schoten me andere namen te binnen. Marc van Blankenstein, die alles wist over alle buitenlandse politiek, en die zich bovendien voor mij onvergetelijk heeft gemaakt door op het station in Haarlem iemand die hem diep beledigde, meteen de rails op te slaan. Er zijn situaties waarin de macht van de pen niet toereikend is. Deze gebeurtenis is van voor de oorlog; mijn herinneringen aan Van Blankenstein zijn van veel later, als hij tachtig is en een meeslepend verhalenverteller.

Het Parool, begonnen als verzetskrant, is niet belast met de tradities van de vooroorlogse journalistiek. Daar onstaat een andere stijl, die vooral wordt gebruikt in een reeks reportages onder de verzamelnaam Kijk! Aad van der Mijn, Bas Roodnat en Jan Vrijman vind ik briljante vertegenwoordigers van de vernieuwing. In de Verenigde Staten vindt Tom Wolfe het genre The New Journalism uit. In 1973 verschijnt de ook in Nederland goed gelezen bloemlezing, samengesteld door Tom Wolfe en E.W.Johnson. Bas Roodnat verhuist van Het Parool naar het Algemeen Handelsblad, en vraagt, als zich voor hem een onderwerp aandient: `Hoe wil je het hebben? In de oude of in de nieuwe journalistiek?' Jan Vrijman schrijft zijn reconstructie van de Baarnse moordzaak en over de mislukking van de groene melkfles.

Journalistieke wapenfeiten en dierbare herinneringen. In deze krant las ik dat Charles Boissevain de `inmiddels volstrekt onbekende' hoofdredacteur is. Onbekend; `t zal zo zijn. Onbekender dan onbekend kan niet. Wat mij intrigeert is het volstrekt. Ik heb zijn bundel Van Dag tot Dag nu maar naast de facsimile van Zola's J'Accuse...! gezet. Wie weet, hebben ze het van een onbekende plaats in het hiernamaals der schrijvende mensen gezien.