VN-Vredesmacht '88

De Nobelprijs voor de vredestroepen van de Verenigde Naties wegens jarenlang vredeswerk was in 1988 een voorbeeld van te-vroeg-gejuicht. Sinds 1948 hadden zij zich goed geweerd op Cyprus, in het Midden-Oosten, Korea, Afghanistan, Kashmir en langs de bestandslijn tussen Iran en Irak. Redelijk statische operaties volgens de VN-leer van vredeshandhaving en neutraliteit: de VN rukken pas uit als er een akkoord is, en als de partijen het goed vinden. Volgens het Nobelcomité hadden de vredestroepen ,,belangrijke bijdragen geleverd aan de verwezenlijking van een van de fundamentele grondbeginselen'' van de VN. ,,Daardoor zal de wereldorganisatie een centralere rol gaan vervullen in zaken van wereldbelang en krijgt zij steeds meer vertrouwen toebedeeld.''

Het was een profetische flater, en misplaatst eerbetoon. De VN konden hun status als gelauwerd hoeder van 's werelds vrede niet waarmaken. Begin jaren negentig ontstond eerst euforie over het einde van de Koude Oorlog en de gewonnen Golfoorlog tegen Irak, maar die verstomde door een serie VN-debacles. De VN wisten zich geen raad met een nieuw, veelvoorkomend en woeliger type conflict: niet altijd meer tussen maar ook binnen staten, tussen regeringen en bevolkingsgroepen. Na veertien VN-vredesoperaties tussen 1948 en 1988 volgden er 39 in tien jaar tijd. De vredestroepen bezweken onder hun last.

Bosnië, Somalië en Rwanda waren de grootste rampen, met bij elkaar ruim een miljoen doden. In Bosnië probeerden VN-troepen drie jaar lang door internationale verdeeldheid en falend Amerikaans leiderschap met pappen en nathouden neutraal te blijven tijdens een oorlog. Met als climax: vluchtende Nederlandse vredestroepen in het aangezicht van genocide, en een door de NAVO buitenspel gezette VN. In Somalië overspeelden de VN hun hand door van vredeshandhaving over te stappen naar het opleggen van vrede, wat eindigde in Amerikaanse doden en een Amerikaanse aftocht. In Rwanda besloten de VS – nog niet bekomen van `Somalië' – en andere VN-lidstaten niet in te grijpen. Het VN-hoofdkwartier in New York vond zelfs een spoedfax van een VN-generaal die waarschuwde voor de naderende genocide in Rwanda, geen reden voor groot alarm. Een `centralere rol' voor de VN? Volgens critici komt de inertie en laksheid van de organisatie, hoe overbelast ook, neer op medeplichtigheid aan genocide.

De VN hebben de trauma's nog altijd niet verwerkt en geen vredeshandhavende operatie meer onder hun eigen vlag opgezet, hoogstens waarnemers uitgestuurd. Natuurlijk, de grote lidstaten van de VN hebben als eerste geblunderd. Maar veel vredestroepen, generaals, gezanten en leiders van de VN bleven in Bosnië en elders vasthouden aan hun bijna religieuze hang naar neutraliteit, persoonlijk falen verdoezelen en rechtpraten wat krom was. ,,Doormodderen is een prestatie'', beweerde ex-Bosnië-gezant Akashi. Maar geen Nobelprijs waard.

Robert van de Roer