Vervolging Vos dichterbij

De export van onzuivere glycerine door het Alphense bedrijf Vos bv in 1995 kostte aan zestig kinderen in Haïti het leven. Het Haagse OM acht `dood door schuld' moeilijk bewijsbaar. Toch komt strafvervolging steeds dichterbij.

Het besluit van het Haagse Openbaar Ministerie om de verdenking tegen de Alphense chemiehandel Vos bv van `dood door schuld' in de Haïtiaanse glycerine-affaire te laten vallen, betekent volgens ex-hoogleraar economisch strafrecht M. Wladimiroff geenszins dat directie of staf van het bedrijf de dans ontspringt. De Haagse strafpleiter toont wel enig begrip voor het OM, dat gisteren na ruim twee jaar van (nog lopend) gerechtelijk vooronderzoek bekendmaakte de verdenking tegen Vos bv toe te zullen spitsen op overtreding van de Wet Milieugevaarlijke stoffen. ,,Het gaat (in die wet) om ernstige delicten en misdrijven, waarvoor je draconische straffen kunt krijgen'', onderstreept Wladimiroff.

Vos bv leverde in 1995 via een papieren transactie met een Duitse tussenhandelaar een partij onzuivere glycerine aan het Haïtiaanse farmaceutische bedrijf Pharval, dat de stof verwerkte in een koortswerende siroop. Zeker zestig jonge kinderen kwamen na gebruik van de siroop om het leven. Onderzoek van de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) wees uit dat de glycerine was vermengd met het anti-vriesmiddel diethyleen-glycol. Vos bv ontkende daar iets van te hebben geweten. Uit een uitgelekt laboratoriumrapport bleek later echter dat de firma de glycerine vooraf had laten testen en ook dat de stof door grote onzuiverheid ongeschikt was voor medisch gebruik. Het OM startte toen een strafrechtelijk onderzoek.

Volgens een gisteren uitgegeven verklaring voorziet het OM ,,procesrisico's'' in de bewijsvoering, indien aan de verdenking van `dood door schuld' wordt vastgehouden. Het causale verband tussen de handelingen van Vos bv en de fatale gevolgen is volgens het OM ,,lastig te bewijzen''. Persofficier S. Horstink noemt als reden daarvoor dat de Haïtiaanse autoriteiten niet reageerden op verzoeken om ondersteunend bewijsmateriaal, zoals sectierapporten.

Het OM onderstreept dat de strafmaat voor overtreding van de Wet Milieugevaarlijke stoffen hoger is dan die voor `dood door schuld'. Zo'n overtreding komt erop neer dat aan Vos bv wordt verweten een stof te hebben geleverd ,,waarvan zij wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren konden optreden voor de mens (en/of het milieu).'' Volgens het OM kan een strafzaak nu spoedig worden afgewikkeld. Persofficier Horstink kon nog niet zeggen welke betrokken personen van Vos zullen worden aangepakt.

Deskundige Wladimiroff meent dat het OM met de nu geformuleerde verdenking in elk geval ,,een bodem'' in het onderzoek heeft gelegd. In de Wet Milieugevaarlijke stoffen ligt de bewijsvoering volgens Wladimiroff eenvoudiger, omdat vooral naar het gedrag van de overtreder wordt gekeken, ongeacht de gevolgen ervan. Toch kan de strafmaat bij dodelijke gevolgen oplopen van zes naar twaalf jaar gevangenisstraf, ook al hoeft het causale verband met de handeling van de overtreder niet direct te worden gelegd. ,,Dit komt omdat de Wet Milieugevaarlijke stoffen is opgenomen in de systematiek van de wet economische delicten'', aldus Wladimiroff.

Advocaat J.E. van der Wolf, die namens de Haïtiaanse ouders van 34 omgekomen kinderen een civiele procedure tegen Vos bv voorbereidt, toonde zich gisteren enigszins ,,teleurgesteld''. Hij gaat er echter van uit dat Vos bv uiteindelijk door de strafrechter zal worden veroordeeld, waarna ook de civiele zaak tegen de Alphense firma om schadevergoeding kan worden gewonnen. Van der Wolf beraadt zich nog op de mogelijkheid het Hof om toetsing van het besluit van het Haagse OM te vragen.