Vereffening

,,WAAR ALTIJD MEDELEVEN had moeten zijn ontmoette ik de droge, moeilijk te benaderen, afstotende, amorfe massa die men ook wel ambtenarij noemt''. Dit noteerde Presser in Ondergang (1951) over zijn pogingen om na de Tweede Wereldoorlog rechtsherstel te vinden. Het was werkelijk zo erg als hij het opschreef, zo wordt nu nog weer eens bevestigd door de Commissie-Scholten. Als onderdeel van een groot onderzoek naar roof en rechtsherstel heeft zij een rapport uitgebracht over de financiële instellingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Het was niet alleen de bureaucratie die herstel van het grote onrecht frustreerde. Ook de Vereniging voor de Effectenhandel komt er niet goed af. Zij had in de oorlogsjaren op verschillende manieren de onteigening van het joods effectenbezit gefaciliteerd. Na de oorlog gebruikte de georganiseerde beurshandel zijn sleutelpositie ook nog eens om het rechtsherstel een draai te geven die in de woorden van de Commissie-Scholten niet valt te rijmen met grondgedachten van de Nederlandse rechtsorde.

De commissie vindt dat de vereniging alsnog haar verontschuldigingen moet aanbieden. De excuses dienen vergezeld te gaan van een bedrag van enkele miljoenen ten behoeve van de joodse gemeenschap. De beursvereniging is inmiddels ontbonden, maar het ligt in de rede dat daarbij een bedrag is gereserveerd voor eventualiteiten. En anders is de opvolger van de beursvereniging, Amsterdam Exchanges, een gereed aanspreekpunt.

ZEKER ALS DE CLAIM bij de opvolger belandt, wordt de betekenis wel heel sterk symbolisch van aard. Dat is ook de term die de Commissie-Scholten gebruikt voor het uit te keren bedrag. De huidige generatie beurshandelaren kan moeilijk directe betrokkenheid bij het onrecht van de oorlogsjaren en de naoorlogse periode worden verweten. De compensatie loopt bovendien noodgedwongen steeds meer via fondsen en instellingen van het Joods maatschappelijk werk. ,,Maar de direct getroffenen'', zo bracht een van hen vorig jaar in herinnering op de opiniepagina van deze krant, ,,waren individuele personen die niet noodzakelijk te maken hebben met deze collectiviteiten.''

Terwijl de Commissie-Scholten haar eindrapport presenteerde kondigden Amerikaanse en Duitse onderhandelaars een akkoord aan over een schadevergoedingsregeling voor dwangarbeiders. Het gaat om een respectabel bedrag van miljarden, maar ook hier geldt dat het onrecht en het leed – en het uitstel – niet met geld vallen goed te maken. Het akkoord is – hoe cynisch dat ook klinkt – niet in de laatste plaats de uitkomst van een nuchtere handelspolitieke rekensom, want er dreigden allerlei maatregelen tegen het Duitse bedrijfsleven in met name de VS. Het nieuwe activisme voor teruggave is aangezwengeld door de dreiging van een Amerikaans groepsgeding tegen Zwitserse banken.

IN NEDERLAND IS tot dusver gekozen voor een overlegmodel, maar deze aanpak valt niet los te zien van de bewegingen op het internationale front. De confronterende lijn is overigens geen recept voor succes. In dezelfde week dat de Commissie-Scholten haar eindrapport uitbracht bleken de beperkingen van een juridische benadering in de zaak-Goudstikker. Het gerechtshof te Den Haag verklaarde de eis van de erfgenamen tot restitutie door de Staat van een belangrijke, na de oorlog van de Duitsers gerecupereerde schilderijencollectie niet-ontvankelijk.

Het tijdsverloop was een belangrijke reden voor de beslissing van de rechters. In de morele en politieke discussie is de vraag veeleer: waarom komt de vereffening pas zo laat aan de orde? Voor een deel moet het antwoord worden gezocht in het begrijpelijke verlangen van de overlevenden na de oorlog de zwarte bladzijde om te slaan en alles te zetten op de wederopbouw. Deze inzet heeft ook resultaat gehad. Maar er was ook een erfenis van de onwelwillendheid die Presser signaleerde. Het is goed dat de Commissie-Scholten de dingen bij hun naam noemt. Maar tot een voor iedere partij bevredigende afronding zal het niet meer komen. Er is daarvoor te veel tijd verstreken. Nieuwe generaties zijn aangetreden; verjaring mag dan haar werk doen. De vereffening zal vooral gevonden moeten worden in de kracht van de woorden waarmee het kwaad van weleer nu door de commissie is vastgelegd.