Toen zette Fanny aan, bezeten van de overwinning

De olympische zegetocht van Francina Elsje `Fanny' Blankers-Koen uit 1948 is de meest indrukwekkende prestatie van een individuele Nederlandse sporter in deze eeuw. De destijds 30-jarige `vliegende huisvrouw', moeder van twee kinderen, won in Londen in vijf dagen vier gouden medailles. Een prestatie die in de ruim 100-jarige historie van de Olympische Spelen nooit door een andere atlete is geleverd.

Blankers-Koen was ten tijde van de Spelen van '48 ook wereldrecordhoudster in het hoogspringen en verspringen, maar ze kon aan die onderdelen niet meedoen omdat ze niet te combineren waren met de andere nummers.

Het programma van de Spelen van volgend jaar in Sydney biedt de Amerikaanse atlete Marion Jones de gelegenheid het medaillerecord van Fanny te breken. Jones heeft haar zinnen gezet op vijf gouden medailles.

Op deze pagina een terugblik op de triomf uit '48 van de nu 81-jarige Blankers-Koen, met onder meer fragmenten uit het Olympisch Logboek van journalist K. Peereboom.

Londen, zaterdag 31 juli.

Voor de eerste maal bij deze Spelen heeft Fanny Blankers-Koen het beklemmende gevoel gehad om onder de Marathonpoort, temidden van onbekende Olympische concurrenten te staan. Daar waren ze: de goed gebouwde Australische gymnastieklerares Strickland en de fragiele Engelse typiste Manley met het ravenzwarte haar, de lichtvoetige, donkere Thompson van Jamaica en al die anderen, die van Olympische glorie droomden. (...)

Op dit moment had Fanny Blankers-Koen sinds de Spelen van Berlijn van 1936 gewacht. Ze wist dat het nu-of-nooit was, en ze voelde zich toen ze haar voeten in de aluminium startholes drukte, nerveuzer dan ooit. Toen ze, wat laat, haar machtige armtrek had gevonden en uit het veld naar voren ging, wisten we dat ze het goed zou doen. In deze serie hield niemand haar. Vijf, zes meter voor de anderen flitste ze na precies twaalf seconden langs de jury-trappen. Een uitbundig stadion nam haar voor het eerst in een minutenlang applaus op.

Fanny Blankers-Koen is aanmerkelijk rustiger naar de bus gegaan, die haar weer in het Northwood-trainingskamp bracht.

Londen, maandagavond 2 augustus.

(...) Zo kwam het, dat toen Fanny Blankers-Koen om tien voor vijf de finishdraad aan flarden liep en op hetzelfde moment Olympisch kampioene 100 meter was, mét het applaus en de toejuichingen van een vol stadion duizenden regendruppels op haar neerstortten. Hier werd twaalf jaar wachten en ongekend talent beloond. Enkele seconden tevoren had Fanny nog vlug een weerbarstige speld in haar vochtige blonde haar vastgestoken en was daarna kalm naar de startblokken van de vierde baan gelopen.

(...) In het schot was Fanny al een halve meter uit het veld weggesprongen. Binnen de eerste vijftien meter forceerde ze met haar sterke, lange pas de beslissing, was op de helft voor de vertwijfelde pogingen van Manley en Strickland volkomen onaantastbaar en finishte met twee meter voorsprong in de beste tijd van de Spelen, 11,9 seconde. Wembley begon aan zijn romance van de moeder-met-twee-kinderen te spinnen.

Londen, dinsdagmiddag 3 augustus.

Fanny Blankers-Koen heeft de sintelbaan van het Wembley Stadion een nieuwe wereldrecordtijd geschonken op de afstand, die haar eerzucht het felst treft: de 80 meter horden. Sinds de 19-jarige Britse Maureen Gardner haar wereldrecord stukliep, heeft ze aan deze dinsdag gedacht. Reeds in de eerste serie brak Fanny Blankers-Koen met geweld van de startstreep weg. Toen alles voorbij was, stonden voor Fanny de stopwatches stil op 11,3, drietiende seconde eerder dan destijds (1936) voor de toenmalige Olympische kampioene en recordhoudster Valla (Italië).

Londen, woensdagmiddag 4 augustus.

In een race waarin ze van de eerste tot de laatste meter moest forceren, heeft Fanny Blankers-Koen vanmiddag om drie uur voor de tweede maal een Olympisch kampioenschap veroverd. Het was het nummer, waar ze meer dan welke andere afstand aan gehecht is: de 80 meter horden.

(...) Het startschot bracht verlies.

Fanny Blankers-Koen toucheerde met haar vingers nog de sintels, toen Maureen Gardner en de anderen al furieus de finishdraad tegemoet joegen. Anderhalve meter achter hen begon een Olympisch kampioen de achtervolging. Bij de eerste horde, waar ze zich naar toe smeet, had ze een meter op Gardner terug genomen. Daarna vloog ze blind.

Misschien dat ze het witte shirt schuin voor haar rechterhand, dat ook boven de tweede en de derde horde telkens iets eerder naar voren kwam, heeft gezien. Misschien. Maar ze moet geweten hebben, dat Maureen Gardner in dezelfde seconde als zij naar de vierde horde veerde en dat toen de weg naar de overwinning open lag. In drie wilde rukken naar de vijfde horde won ze centimeters, verloor die omdat ze te scherp daalde en met haar achterste been de hindernis raakte. Ze herwon ze in een laatste sprintwoede. Haar passen naar de finish waren één wanhopige poging om dertig centimeter voorsprong te redden. Een strak gespannen koord, waar ze zich met gesloten ogen tegenaan wierp, bracht de redding.

Nadat Fanny Blankers-Koen het middenveld op was gelopen, kwam Maureen Gardner haar achterop en greep haar hand. Samen hoorden ze dat Fanny Olympisch kampioene was geworden in 11,2 seconde, nieuw wereld- en Olympisch record en dat men voor de Britse dezelfde tijd had genoteerd.

Van het verspringen had Fanny deze middag begrijpelijkerwijze afgezien.

Londen, donderdagavond, 5 augustus.

Fanny Blankers-Koen won, zoals verwacht mocht worden, zowel de serie als de halve finale 200 meter. Maar toen ze na haar serie naar de kleedkamer ging zei ze: ,,Als je nu maar niet denkt, dat ik 't leuk vind. 't Zit me tot hier!'' En ze wees naar haar bekoorlijke Adamsappel. Olympische roem heeft blijkbaar ook zijn bezwaren. Begrijpelijk was haar opmerking wel. Het was de reactie op dagelijkse spanningen, die ook een atlete van allure blijkbaar aangrijpen.

Londen, vrijdagavond, 6 augustus.

Vanmiddag om half vijf is een klein meisje met een grote bos bloemen de natte sintelbaan in het Wembley Stadion opgerend. Recht op Fanny Blankers-Koen af, die voor de derde maal tijdens deze Spelen een Olympisch kampioenschap had gewonnen. Ze liep fris en sterk, alsof het een wandeling was geweest, naar het middenveld terug, maar boog zich nu lachend over het meisje om haar gezellig te knuffelen. Toen stak ze haar neus in de bloemen en wandelde blij onder een paraplu, die official ir. Paulen als een pajong-drager boven haar hoofd hield, verder in het applaus dat nog niet wilde gaan liggen.

(...) De bocht werd een triomfantelijke opmars naar de kop, nadat ze langs de wazige krijtlijn in de eerste dertig meter snel op Strickland, Walker, Williamson, Patterson en Robb was ingelopen. Een bewonderend gemompel ging plotseling over in een ovationeel applaus, toen Fanny met twee meter voorsprong het rechte eind inging en nieuwe meters op de snelste vrouwen van drie werelddelen en een Empire nam. Bij de finish was er tussen de beste van hen, de Britse Williamson, en onze kampioene zes meter verschil. Tijd: 24,4 seconde, met zó'n baan.

Londen, zaterdagmiddag, 7 augustus.

Nog eenmaal heeft Fanny Blankers-Koen in haar donkerblauwe trainingspak op het ereplatform naar een uitgelaten Wembley Stadion gekeken. Maar ditmaal stonden Xenia Stadt-De Jong, Nettie Witziers-Timmer en Gerda van der Kade-Koudijs bij haar, toen ze zich blij voorover boog om haar vierde gouden medaille van Sigfrid Bergström in ontvangst te nemen.

Terzijde van hen stonden, rechts Australische meisjes, en links vier Canadese atletes. Toen, terwijl ze zich allen naar de vlaggen op het scorebord keerden, zakte het gejuich plotseling weg. Het Wilhelmus. Tachtigduizend mensen stonden zwijgend van hun plaatsen op. Cérémonie protocolaire voor de Olympische kampioensploeg vier maal honderd meter estafette voor dames: Nederland.

(...) Na het schot bracht Xenia Stadt-De Jong de Nederlandse ploeg direct snel weg van Oostenrijk en Groot-Brittannië. Een vlotte wissel met Nettie Witziers-Timmer liet zich deze onmiddellijk op volle snelheid het eerste rechte eind injagen. Ze liet weliswaar Oostenrijk nog verder achter zich, doch verloor decimeters op Canada en Australië. Na het tweede wisselpunt buitte Australië op de psychologisch zo belangrijke binnenbaan de mogelijkheden volkomen uit. Het liep weg van Gerda van der Kade-Koudijs, het stormde met King als laatste loopster een vrijwel zekere overwinning tegemoet. Op dat moment lag Fanny Blankers-Koen zeker vijf meter achter op het Australische meisje, en vier meter op de laatste atlete van Denemarken.

Toen zette Fanny aan, bezeten van de overwinning, die ons dreigde te ontsnappen. De Britse Maureen Gardner viel in de eerste tien meter terug als een beginnelinge, twintig meter verder vocht onze top-atlete zich voor Denemarken, toen voorbij Canada. Niet voorbij Jane King, die op veertig meter voor de finishdraad nog een meter voor haar lag. Fanny dreef haar tempo nog meer op, liep nu uitsluitend op kracht. Twintig meter verder sloegen haar spikes op gelijke hoogte met de Australische in de sintels, vier, vijf passen later vóór Jane King. (...)

Fanny Blankers-Koen die haar vriendinnen in de nieuwe Nederlandse recordtijd van 47,5 seconde naar de jurytrap had gebracht, veroverde tegelijkertijd nog een ander record. Deze overwinning bracht haar de vierde gouden medaille. Een Olympische prestatie op zichzelf, die de legendarische Jesse Owens twaalf jaar geleden eveneens leverde.

Fragmenten uit het Olympisch Logboek van journalist K. Peereboom, opgenomen in zijn boek `Zo was het in' (1964).