TEGEN HET PATERNALISME

De school maakt ons wijs dat alleen daar kennis te vinden is. Maar het omgekeerde is waar, aldus Ivan Illich.

Nog nooit zaten zoveel kinderen in zoveel landen zolang in klaslokalen als deze eeuw en nog nooit werd dat zó belangrijk gevonden. En het wordt alleen maar erger. Het scholingsideaal begon in de achttiende eeuw en meer dan ooit geldt onderwijs als de quintessence van de moderne beschaving – met als motto: kennis is macht. Zonder onderwijs geen democratie en geen hoog ontwikkelde economie.

De socioloog Abram de Swaan typeerde de huidige dominantie van het onderwijs ooit met het beeld van een wereldbol waar dag in dag uit overal ter wereld kinderen naar school gaan, met een schriftje in de tas, en eventueel een boterham. Als een getijdegolf tolt deze beweging van honderden miljoenen kinderen over de aarde, in het kielzog van de opkomende zon. Vrijwel alle kritiek op het moderne onderwijssysteem is kritiek binnen het systeem. Het lesgeven moet anders, de boeken zijn niet goed, er moet praktischer, het moet theoretischer, maar hoe dan ook moeten de kinderen naar school.

In 1971 echter verscheen een boek waarin het schoolsysteem als zodanig werd afgewezen. De mediëvist en voormalige jezuïet Ivan Illich (1926) pleitte in Deschooling society voor afschaffing van de leerplicht en de ontmanteling van het schoolsysteem. Kern van zijn aanval is dat de school, met zijn onderwijzers, lesroosters en voorgeschreven stof, geen zelfstandige individuen produceert maar gelijkgeschakelde uniforme figuren die hun maatschappelijke plaats hebben leren kennen en hun creativiteit hebben verloren. Dankzij de dominantie van het onderwijs telt niet iemands werkelijke waarde, maar slechts het feit of iemand de juiste diploma's heeft. De school vervreemdt van het ware leren. Of zoals Illich al op de eerste bladzijde van zijn boek schrijft: `De leerling wordt getraind om onderwijs te verwarren met leren, examens met ontwikkeling, diploma's met competentie en welbespraaktheid met het vermogen om iets nieuws te zeggen.' Door het maatschappijbevestigende hidden curriculum kan het onderwijs ook nooit gelijke kansen creëren. De armen zijn beter af zonder scholen, aldus Illich, omdat zij dan hun eigen ideeën en analyses kunnen volgen en misschien wel zo de maatschappij kunnen veranderen. Een korte leerplicht van hooguit vijf jaar om te leren lezen en schrijven is acceptabel, maar verder moet het iedereen het zelf maar weten.

BUITEN

De meeste mensen hebben in werklijkheid het meeste van hun kennis juist buiten school verworven, schrijft Illich. `Het meeste leren gebeurt toevallig en zelfs het meest bewuste leren is niet het gevolg van voorgeprammeerde instructie.' Veel van de kennis waarvoor kinderen jaren worden opgesloten in scholen kun je in veel kortere tijd verwerven – mits je gemotiveerd bent en zelf op onderzoek uit kunt gaan. Illich verwacht veel van zelfgeorganiseerde leergroepen, die samen dingen uitzoeken en problemen oplossen in bibliotheken en andere vrije leerinstituten.

``Die opvatting pas heel erg bij Illich's eigen geschiedenis'', zegt nu Hans Achterhuis, filosoof aan de Universiteit Twente en de Nederlandse Illich-kenner bij uitstek. ``Illich is een waanzinnig ontwikkelde intellectueel die bijna alles zichzelf leerde in bibliotheken. Hij heeft dat erg op anderen geprojecteerd. Maar wat nog altijd waardevol is, is het idee dat je héél gedisciplineerd moet werken als je iets wilt leren, maar wèl op het juiste moment: wanneer je het echt zelf wilt weten. Illich's studiecentrum in Cuernavaca (Mexico) dreef financieel op taalcursussen: korte en hevige drill-cursussen voor ontwikkelingswerkers. Het gaat om de motivatie.''

Illich's schoolkritiek is onderdeel van een algemene kritiek op de dominantie van deskundigen in het moderne leven. Later werkte hij die opvattingen uit in boeken als Medical Nemesis (1974) en The right to usefull unemployement (1978). Net als ziekhuizen en welzijnsinstellingen kweekt de school slechts afhankelijkheid. Illich wees op de paradox dat de belangrijkste oplossing voor problemen in het onderwijs vrijwel altijd méér onderwijs is, méér geld voor nog méér deskundigen.

Illich's opvattingen zijn nog altijd bekend, maar veel invloed in de Nederlandse onderwijsprovincie heeft hij nooit gehad. ``Daar zijn we natuurlijk veel te braaf voor. In de gezondheidszorg hadden Illich's ideeën meer invloed'', zegt onderwijs- en bestuurskundige Roel in `t Veld (Universiteit Utrecht). ``Toch zijn veel van Illich's ideeën waardevol. Dat het schoolse curriculum klassenbevestigend werkt, is nu wel bewezen. En zijn idee dat op school door die voortdurende selectiedwang eigenlijk een onmenselijk systeem heerst, is weliswaar erg overdreven, maar we moeten het toch als een serieuze waarschuwing beschouwen. Ik denk trouwens dat Illich – min of meer ondanks zichzelf – ook op andere punten gelijk krijgt. Neem het internet. Daarmee ontkomt een leerling toch aan het paternalisme van het klaslokaal. Hij of zij kan daar ongebonden zoeken langs heel andere wegen dan op school.''

Andere onderwijskundigen reageren meer afwijzend. Han Leune, onderwijssocioloog aan de Erasmus Universiteit en voorzitter van de Onderwijsraad zag destijds al niks in de ontscholing (``Leest u er mijn publicatielijst maar op na'') en nu nog steeds niet. ``Ik garandeer u dat Illich's ideeën in geen enkel Nederlands beleidsstuk zijn terug te vinden. Het is een tragisch misverstand. Ontscholing is volstrekt ongeschikt om sociale achterstanden te bestrijden. Daarmee laat je juist de zwakste kinderen achter in een onduidelijk niemandsland. In de jaren zeventig had je wel experimenten om het onderwijs niet langer in te richten naar de norm van de middenklasse, dus met zogenaamd arbeideristische normen voor rekenen en schrijven. De eigen identiteit bleef gehandhaafd, maar tegen welke prijs? Want daarna moesten die kinderen wel de arbeidsmarkt op. En de bovenste lagen redden zich heus wel zonder scholen. In zijn consequenties is Illich's idee elitair. Paternalisme is niet altijd verkeerd. Je kunt onderwijsstof niet laten beoordelen door de deelnemers. Je ziet het ook nu weer bij die stakers tegen het studiehuis: ze kunnen nu nog niet begrijpen dat die algemene natuurwetenschap en die culturele vorming voor hen belangrijk zullen zijn.''

Midden jaren zeventig was de intellectuele hype rond de ontscholing eigenlijk al weer voorbij, herinnert Ger Tillekens zich. Hij is nu onderwijssocioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen. ``We lazen Illich allemaal braaf, het was verplichte kost in Leiden. Het idee dat leren niet leuk meer was als het verplicht was, leidde tot veel enthousiasme. Maar daar bleef het bij. Afschaffing van de school als instituut was te werkelijkheidsvreemd. Hoe moest je dat doen? Eind jaren tachtig hebben we nog wel eens geprobeerd een onderzoek à la Illich op te zetten: om te kijken of jongeren inderdaad zelfstandig genoeg zijn om zelf te bepalen wat ze willen leren. Dat onderzoek kwam niet van de grond. Alles draaide en draait om de effectieve school.''

Andere inzichten gingen domineren, aldus Tillekens. ``Bijvoorbeeld dat op school per definitie abstracte kennis moet worden onderwezen. Leerlingen willen helemaal niet dat hun eigen kennis op school wordt onderwezen. Dus geen Big Brother of popmuziek, maar wel algemene muziekleer. De paradox is dat het op school helemaal niet zoveel uitmaakt wat je leert. Kijk naar het gymnasium, met de oude talen. Dat is toch een van Nederlands meest succesvolle schooltypen. Aan die oude talen heb je niet zoveel, net zo min als aan veel van de biologie en scheikunde, maar de vaardigheden die je al doende opdoet zijn wel erg waardevol.''

In het zo omstreden Studiehuis wil Tillekens nog wel een vleugje Illich zien: ``Daarin mag een leerling zich vrijer bewegen in al die kennisboeken. Je ziet nu hoe moeilijk dat in de praktijk is te brengen. Want de echte paradox is natuurlijk dat je een goede schoolopleiding nodig hebt om te kunnen ontscholen.''