Sneeuw

Het waren donkere dagen, zo vlak voor kerst. Maar het waren ook gezellige dagen voor Max en Vera, want ze hadden visite uit het verre China: Wang en Pang.

Wang en Pang hadden nog nooit kerst gevierd en ze begrepen er eigenlijk maar weinig van. Het was iets met een mannetje dat geboren was in een stal, iets met een timmerman en een vrouw die Maria heette en die geen hotel konden vinden en zo in die stal waren terechtgekomen. Het was iets met vreemde snuiters die op kamelen achter een ster aan reisden en zo ook in het stalletje kwamen, en vrede op aarde voor alle mensen. Dat laatste was iets wat Wang en Pang begrepen.

Vrede op aarde.

Daar had je heel weinig van, en er moest meer komen. Vrede was belangrijk en goed voor mens en dier en heel de natuur. Zo dachten Wang en Pang erover, en Max en Vera trouwens ook, al hadden ze er niet eens met z'n vieren over gepraat. Vrede was gewoon iets dat je aanvoelde.

Het was maar goed ook dat ze allevier die vrede zo goed aanvoelden, want het viel niet mee om met elkaar te praten. Max en Vera kenden geen woord Chinees en Wang en Pang geen woord Nederlands. Het enige dat ze met z'n vieren hadden waren klanken en geluiden die ze van elkaar herkenden, en vooral hun gezichten natuurlijk – gezichten waar je mee kon lachen, mee kon knikken en schudden en rare bekken trekken. Op die manier kwamen ze een heel eind.

Op de ochtend van kerst werd Max als eerste wakker. Vera lag nog zachtjes te snurken in haar bed. Max stond voorzichtig op. Hij wilde haar niet wakker maken. Hij sloop de kamer uit, en de trap af. Wang en Pang sliepen op de bank. Hun rugzakken stonden op de grond. Max glipte de keuken binnen en hij trok de gordijnen open.

Hij schrok.

Het had gesneeuwd!

Het had niet zomaar een beetje gesneeuwd, er lag een heel pak in de tuin. Het afgebrande schuurtje was een witte heuvel geworden. Boven de witte wereld lag een blauwe lucht, waar de zon als een grote gouden pannenkoek middenin stond. De sneeuw was zo verschrikkelijk wit dat Max er tranen van in zijn ogen kreeg.

Jeetje, dacht hij opgewonden, sneeuw.

Onmiddellijk daarna deed zich een probleem voor dat Max nog nooit aan de hand had gehad. Hij wilde twee dingen tegelijk. Hij wilde de trap op rennen en Vera wakker maken, de trap weer af rennen en Wang en Pang wakker maken en met z'n allen de sneeuw in om sneeuwmannen te rollen en sneeuwballen te gooien én hij wilde alleen de sneeuw in, stilletjes door het krakend witte goedje lopen en heel diep adem halen en knipperen met zijn ogen tegen al het licht.

Dit was nieuw.

Max wist niet goed wat hij moest doen. Hij twijfelde. Met zijn allen lol maken of er alleen op uit? Hij wist het niet. Hij kon het natuurlijk allebei doen. Even alleen naar buiten en dan weer naar binnen om iedereen wakker te maken. Dat kon hij doen. Maar hij wist zeker dat Wang of Pang of Vera wakker zou worden als hij buiten was en dan zouden ze boos op hem zijn omdat hij ze niet wakker had gemaakt voor die prachtige sneeuw die in de tuin lag. Had hij soms de sneeuw stiekem voor zichzelf willen houden?

Max rilde.

Toen draaide hij zich om en holde hij de keuken uit. ,,Sneeuw! Het heeft gesneeuwd!'' riep hij zo hard hij kon.