Reizen met de pen

De patriciër en meteoroloog Elie van Rijckevorsel (1845-1928) was een van die fortuinlijke burgers die als verzamelaar en reiziger door het leven trok. Werken hoefde nauwelijks, dat deed zijn vader wel. Later nam zijn oom de zorg over en die liet een paar koninklijke `pieds à terre' bouwen aan de mooiste laan van Rotterdam, de Parklaan, in het oude scheepvaartkwartier. En op die statige plek, tussen wit marmer en donkere lambrizeringen, kon Elie in gezelschap van zijn moeder af en toe bijkomen van zijn boot- en treintochten naar Zwitserland, Frankrijk en bovenal zijn beminde Italië.

Dankzij de jubileumtentoonstelling van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam begin dit jaar, gewijd aan de twaalf grondleggers van het museumbezit, weten we veel meer over het glas en keramiek dat de Van Rijckevorsels hebben geschonken.

J. van Herwaarden, cultuurhistoricus op de Van Rijckevorsel-leerstoel aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, ging op zoek naar een meer verborgen kant van Elie, diens reisherinneringen, opgeslagen in Rotterdamse archieven. Die herinneringen staan nu op ware grootte te boek in Met pen en briefkaart op stap: 357 PTT-briefkaarten, tussen 1897 en 1913 sneller dan door de huidige KPN verstuurd aan zijn oom op de Parklaan. Ze zijn een uitputtelijk lofdicht op de bergen en dalen, de tuinen en bossen, de dorpen en baaien van Italië. Geen enkele fullcolour-ansicht kan het opnemen tegen het sfeervol realisme dat uit Elies fijne inktpennetje vloeide.

Woorden schoten hem te kort, dat blijkt wel uit de vaak niemandallerige tekstjes over `prachtweder', `hotelkamers' en `gebakken vischjes', maar de beheerste verrukking over al het natuur- en cultuurschoon die hij als een doorgewinterde zeventiende-eeuwse graveur in zijn ijverig gearceerde miniaturen wist over te brengen, deed de eenzame wandelaar Van Rijckevorsel iets minder eenzaam zijn. Want zijn achtergebleven familie kon dankzij die terloopse, maar oh zo secure impressies vol verbazing meereizen naar de palazzi in Napels, de rotskusten bij Palermo en de kloostergangen van Amalfi.

Als het waar is dat reisherinneringen beter beklijven als je ze tekent – en dat is helemaal waar –, dan zal Elie, terug in een luie fauteuil op de Parklaan, vaak opnieuw zijn tochten langs Milaan, Rome en Brindisi hebben beleefd.

Elk van die honderden tekeningetjes pleit er dan ook voor om als reiziger geen haast meer te maken, om niet meer door een cameralens te kijken, maar om een kade in Venetië of desnoods een kale berm in Varese rustig met oog en pennetje af te tasten. Niet om zo nodig met iets Kunstigs bezig te zijn, maar om de herinnering aan het onuitsprekelijke met aandacht te verankeren.

Jan van Herwaarden: Met pen en briefkaart op stap. Italiaanse reizen van Elie van Rijckevorsel omstreeks 1900.

Stichting Historische Publicaties Roterodamum 129. Phoenix Uitgevers, 250 blz.ƒ50,–