Raoul Wallenberg

Vaak is het interessanter om te weten waarom een kandidaat voor de Nobelprijs is afgewezen, dan waarom iemand is gekozen. Wat kan het schelen dat het Nobelcomité in 1949 de prijs gaf aan John Boyd Orr? Ooit van hem gehoord? Hij pleitte voor een wereldregering. Lord Orr is vergeten, de wereldregering kwam er niet en het slappe afgietsel ervan, de Verenigde Naties, kan geen vuist maken omdat de nadruk nog steeds ligt op de naties en niet op hun vereniging.

Er was in 1949 een alternatief voor Orr. Want in dat jaar droeg Albert Einstein de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg voor. De man die in zijn eentje in Boedapest tienduizenden joden redde en daarna op mysterieuze wijze verdween aan gene zijde van het IJzeren Gordijn. Nee, de wereldvrede heeft Wallenberg niet dichterbijgebracht. Maar Orr evenmin. En Wallenberg zocht zijn heil niet in organisaties om het lot van de mensheid te verbeteren, hij deed dat gewoon zelf. Althans voor degenen in zijn directe omgeving; en dat waren in 1944 in Boedapest de joden.

Zelfs als de getuigenverklaringen van mensen die hij heeft gered maar voor de helft waar zijn, was Wallenberg een held. Hij deelde aan jan en alleman beschermende Zweedse pasjes uit en toverde gehuurde panden om in `Zweeds onderzoekscentrum' of `Zweedse bibliotheek', waar soms honderden joden tegelijk in dienst werden genomen. Hij hield treinen op weg naar concentratiekampen tegen omdat er volgens hem mensen inzaten met een Zweedse Schutzpass. En toen hij ontdekte dat Adolf Eichmann van plan was om het joodse getto te vernietigen, dreigde hij de Duitse generaal August Schmidthuber daarvoor verantwoordelijk te stellen. Hij zou er persoonlijk voor zorgen dat de generaal na de oorlog de strop zou krijgen.

Deze combinatie van onorthodoxe bravoure, overtuigingskracht en geslepenheid, alleen om anderen – joden nog wel – te redden, werd Wallenberg fataal. Het wilde er bij de Russen domweg niet in. Hij moest wel een spion zijn, of een gevaarlijke gek, om zijn leven te riskeren voor joden.

Op 17 januari 1945 keerde Wallenberg niet terug van een gesprek met de Russische generaal Tsjernisjev. Later werd hij in Russische gevangenissen gezien. Maar de Russen ontkenden, althans aanvankelijk. Totdat in 1956 een document opdook dat meldde dat Wallenberg in 1947 aan een hartaanval overleed en dat hij, zonder lijkschouwing, was gecremeerd. Geen mens geloofde het.

Wat deed het Nobelcomité in 1949 besluiten Orr te prefereren boven Wallenberg? Ontbrak het aan die eigenschappen die Wallenberg juist groot maken? De Nobelprijs had als Schutzpass voor de Zweed kunnen dienen, en kunnen helpen bij zijn vrijlating. Toch heeft het mysterie de zaak ook goed gedaan. Want niets is dodelijker voor een held dan te moeten uitleggen hoe je het werd.

Paul Luttikhuis