Ramadan in het Lunapark

Bijna 200.000 Turken hebben sinds de recente aardbevingen geen normaal onderdak. In de stad Düzce leeft de helft van de 80.000 inwoners sinds november in tenten. In steeds grotere kou.

Een seconde breekt er een glimlach door op het bezorgde gezicht van Said (37). ,,Wat hebben we het hier leuk gehad'', zegt hij, terwijl hij wijst op de attracties van het Lunapark in de Turkse stad Düzce. De kermis ging nog geen jaar geleden open, en Said was er niet weg te slaan. De botsautootjes, de draaimolen met de plastic vrouw met de grote borsten – zijn kinderen konden er niet genoeg van krijgen.

Nu bivakkeren Said, zijn vrouw en de kinderen 24 uur per dag in het Lunapark – maar lachen doen ze niet meer en als ze de kans kregen, zouden ze vandaag nog vertrekken. Want de kermis is na de grote aardbeving van november een tentenkamp geworden. De draaimolen staat stil; de plastic dame met de grote borsten heft haar handen hulpeloos ten hemel, alsof ze treurt om het immense leed dat haar Düzce heeft getroffen. Het wordt nooit meer zoals vroeger, weten de mensen in het kamp. ,,Mijn leven is voorbij'', zegt Said, terwijl hij naar zijn tent sloft.

December is een extra harde maand voor de mensen in Düzce. In West-Europa eten christenen hun buik rond bij de kerstboom, maar in Düzce is het, zoals overal in de moslimwereld, ramadan. En dus vasten de mensen in het Lunapark in hun zomertentje in de ijzige kou van zonsopgang tot zonsondergang. Koffie, een hapje brood, een sigaret – het is allemaal taboe. Bij het begin van de ramadan liet de (liberale) mufti van Istanbul weten dat de mensen in de aardbevingsgebieden dit jaar gerust mochten eten. Want God is ook een God van Liefde, redeneerde de mufti, die weet hoezeer de mensen lijden en daarom niet op zijn strepen staat. Maar in Düzce hebben ze op de dag van de aardbeving een heel andere God leren kennen. En dus vasten ze. ,,Het is een gebod van God'', zegt Said. ,,Als wij ons daar niet aan houden, komen er nog veel grotere rampen.''

Hoezeer de mensen in het Lunapark bezig zijn met de godsdienst bleek wel toen een katholieke hulporganisatie eten voor het kamp beschikbaar stelde. Bij het kamp hangt nog een groot spandoek waarop de hulporganisatie trots kond doet van de goede werken die zij verricht, maar in feite werd de hulp een groot fiasco: de mensen in het kamp eten het voedsel simpelweg niet. ,,Het is vies, er zit zout noch suiker in'', vertelt een kampbewoner.

De afkeer is inmiddels zo groot geworden, dat de bewoners alleen nog brood van de katholieken accepteren – de rest van het voedsel gaat onaangeraakt terug. Maar ligt dat alleen aan de smaak? ,,We zijn bang dat er varkensvlees in zit'', murmelt een oudere man. En varkensvlees mag niet – God wil het niet, en de mensen zijn bang. Want de aarde onder Düzce beweegt nog elke dag gemiddeld twee, drie keer. Niet zo hard als op 12 november, maar wat niet is kan nog komen. En de strijd tegen een nieuwe aardbeving is ongelijk: gehoorzaamheid aan God is het enige wapen dat de mensen in Düzce kunnen inzetten.

En dus bidden ze en vasten ze – al laat de natuur in december een steeds onvriendelijker gezicht zien en wordt het leven dus steeds moeilijker. Want de winter is gekomen, en de temperaturen gaan elke dag verder omlaag. ,,'s Nachts is het min vier, min vijf graden'', vertelt Said. ,,In mijn zomertent valt niet tegen op te stoken.'' Alle tentbewoners in Düzce hebben inmiddels wel een kachel, maar toch is de nacht een groot probleem. Want de afgelopen weken zijn verscheidene tenten in vlammen opgegaan, omdat de bewoners de kachel wat al te enthousiast hadden aangestookt. En dus heeft Said sinds kort een nachtritme ingevoerd. Eerst stookt hij een half uur, zodat het warm is in de tent. Dan gaat iedereen slapen, maar na twee uur is het zo koud dat je vanzelf weer wakker wordt. Dan stookt hij weer een half uur, en begint de familie aan de tweede slaapsessie. Tot de ochtend gaat het zo door. Af en toe wordt het ritme onderbroken door de kinderen die naar de wc willen. Deden de kinderen vroeger niets liever dan over de kermis rennen, nu durven ze – uit angst voor een nieuwe aardbeving – zonder Said nog geen stap buiten de tent te zetten. ,,Ik kan me de tijden niet meer heugen dat ik zes uur aan een stuk heb geslapen.''

Hoe het verder moet? ,,Mijn toekomst is: voor eeuwig in een tent wonen. Als ze je soep brengen, eet je het op'', zegt Ismet. Haar tent staat ongeveer een paar honderd meter buiten het Lunapark. Ze wil graag naar Konya verhuizen, maar ze kan niet. Zij heeft zelf geen werk, en haar man, die een zware hartziekte heeft, staat ook buiten het arbeidsproces. ,,Ik kan kiezen'', zegt ze somber. ,,Of ik neem een van de geprefabriceerde huizen die de regering heeft neergezet, maar dan krijg ik geen toelage voor de huur. Of ik zoek zelf een huis, en dan krijg ik huurgeld.'' Omdat ze zo arm is, heeft ze zelf een derde alternatief bedacht: ze blijft in de tent, en gebruikt de huurtoelage om te leven.

Ismet blijft, maar anderen voelden zich zo onveilig in Düzce dat ze gingen. Een kwart van de 80.000 inwoners is definitief gevlucht, schat winkelier Bahretim, en een tweede kwart zit in de dorpen rond Düzce. De helft is gebleven, hopende dat ooit, in de verre toekomst, alles beter wordt en deze treurige bladzijde definitief omgeslagen zal worden.

Maar zal dat ooit gebeuren? Vanachter de toonbank van zijn levensmiddelenwinkeltje heeft Erkan gezien hoe de aardbeving de mensen heeft veranderd. Bij de verkiezingen van april was de moslim-fundamentalische Fazilet-partij al de grootste, vertelt hij, maar pas nu, na de ramp van november, nemen de mensen de geboden van de islam echt serieus. ,,Ik ken heel veel mensen die nu absoluut geen alcohol meer drinken. Ze hebben geproefd van de dood.'' Elke dag ziet Erkan hoe de mensen met de andere wereld bezig zijn: de belangrijke dingen van vroeger zijn nu triviaal geworden. ,,Vroeger wilden ze weten hoe duur alles is, maar dat interesseert ze nu geen zier meer. Ze denken alleen nog maar aan de dood.''

In kranten speculeren experts over de nieuwe beving, die, zo denken velen, onvermijdelijk zal komen. Vroeger lazen veel minder mensen een krant, maar nu koopt iedereen er elke dag in, constateert de winkelier. De mensen houden zich groot bij weer een nieuwe doemvoorspelling, maar Erkan ziet hoe ze van slag raken. Want de dood kwam al een keer als een dief in de nacht, en er is geen reden waarom hij dat niet nog een keer zou doen. ,,Ik plaats mijn vertrouwen in God'', zegt Erkan. ,,Hij is de enige die ons kan helpen.''