Onze vader

NEW YORK. `Geachte heer', zo begon de brief die ik op een regenachtige woensdagochtend uit mijn postbus plukte. Ik las hem staand in het postkantoor.

,,Ik zal maar met de deur in huis vallen. Ik ben geadopteerd, maar ik heb nooit willen weten wie mijn echte ouders zijn, tot ik zelf begon na te denken over kinderen. Het leek me verstandig even na te gaan van wie ik afstam, in verband met erfelijke ziektes. Gelukkig is dat in Nederland allemaal prima geregeld.

Om het kort te maken, wij hebben dezelfde vader.

Onze vader had begin jaren zestig een verhouding met een kapster in Den Haag.

Ik zou u graag willen ontmoeten. Het is vreemd, ik heb uw eerste boek gelezen zonder te weten dat u mijn halfbroer bent. Ik heb mijn echte moeder inmiddels ook opgezocht, wat nog heel wat voeten in de aarde had, maar daarover later meer. Ik ben van plan nog voor kerst naar New York te komen. Schrijft u snel terug? Met vriendelijke groet, Mirjam Maria.''

Ik stopte de brief in mijn binnenzak.

Ik moest eigenlijk aan een roman werken, er was haast bij, maar meteen na thuiskomst schreef ik Mirjam Maria terug.

,,Geachte mevrouw. Ik bevestig de ontvangst van uw brief. Mijn behoefte aan familie is gering, mijn behoefte aan familie-uitbreiding nog geringer, als u mijn eerste boek hebt gelezen, moet u dat niet al te zeer verbazen.

Hoe komt u eigenlijk aan mijn postbusnummer?

De dagindeling van een schrijver is te vergelijken met die van een Oost-Duitse turnster een week voor de Olympische Spelen. Waarmee ik maar wil zeggen dat mijn tijd schaars is. Bij mijn weten hield mijn vader nog meer van wijn dan van kapstertjes, bovendien was hij halfkaal. Misschien bent u in de war met een andere Grunberg?''

Het antwoord luidde als volgt:

,,Iedereen die een beetje handig is kan aan uw postbusnummer komen. Ik ben niet in de war met een andere Grunberg. Dat uw tijd schaars is had ik al begrepen. Ik kom vrijdag aan in New York. Kunt u mij een hotel adviseren?''

,,Ik geef u twee uur'', schreef ik terug, ,,vanaf het moment dat ik u de hand schud, tot ik weer uit uw leven verdwijn, 120 minuten. Bloedband zegt mij weinig.''

Ik stelde voor elkaar in een broodjeszaak te ontmoeten, waarin ik ooit had willen investeren, maar dat ging niet door en toen ben ik maar beste klant geworden.

Als je ergens beste klant bent, heb je helemaal geen familie nodig.

Ik was te laat. Er zat maar één vrouw alleen in de broodjeszaak.

,,Mirjam?'' vroeg ik.

,,Ja'', zei ze.

We gaven elkaar een hand.

Ze zag er niet uit als een halfzus. Ze had kort blond haar, een neus, een bril, felle oplettende ogen. Maar hoe zien halfzussen eruit?

Uit haar tas haalde ze een stapel papier.

,,Ik heb de paperassen meegenomen'', zei ze, ,,zodat je kunt zien dat er geen sprake is van een vergissing. Ik stam af van jouw vader en een kapster in Den Haag.''

,,Ze hebben hier lekkere broodjes'', zei ik, ,,heb je honger?''

Ik had wel eens gehoord van mensen die bang waren voor hun gedachten, maar nooit heb ik gedacht dat ik een van die mensen zou zijn.

,,Wanneer ben je eigenlijk geboren?'' vroeg ik en bestudeerde de kaart.

,,1964'', zei de halfzus. ,,En jij bent van 1971?''

,,Ik denk dat er sprake is van een vergissing. In 1964 had mijn vader het heel druk en hij hield helemaal niet van seks.''

,,Ik wilde je alleen ontmoeten'', zei de halfzus. ,,Breng ik je in verwarring?''

Er viel een stilte. We keken rond.

,,Daar zitten we dan'', zei ik.

,,Betekent het niets voor jou?''

,,Wat?''

,,Dat ik besta. Dat jij bestaat betekent wel iets voor mij.''

In mijn hoofd begonnen alarmbellen te rinkelen.

,,Kijk'', zei ik, ,,jij bent het fysieke overblijfsel van een verhouding. Wie je ouders ook zijn.''

,,Jij toch ook'', zei de halfzus.

,,Vertel wat over de kapster'', stelde ik voor.

,,Ze wilde me eerst niet ontmoeten. Ze is hertrouwd en haar man weet van niets. Ook niet dat ze ooit een kind heeft gekregen. Maar ze is nog steeds dol op onze vader.''

,,Mijn vader'', zei ik, ,,onze vader is een gebed.''

,,Ik heb een foto voor je meegebracht'', zei ze, ,,van toen ik jong was.''

Ze schoof de foto over de tafel.

Een foto van een meisje met een bril, naast een ezel.

Een nogal wijsneuzerig lelijk meisje.

,,Ik houd erg van ezels'', zei de halfzus.

,,Dank je'', zei ik, ,,leuk.''

Ik bestelde drank en een broodje.

,,Er komen geen erfelijke ziektes voor in mijn familie.''

,,Wat?''

,,Dat wilde je toch weten, hoe het zat met de antecedenten. Nou, daar zit het goed mee. Volgens mij kan je zonder enig risico kinderen gaan maken.''

Ik keek op mijn horloge en mijn halfzus lachte.

,,Veertig minuten zijn voorbij'', zei ik.

,,Hij kwam altijd langs op donderdagmiddag.''

,,Wie?''

,,Onze vader.''

Een broodje met bressaola werd voor me neergezet.

,,En soms ook op dinsdagmiddag. In de kapsalon. Ze weet alles nog, mijn moeder, ze heeft me ook brieven laten zien.''

,,Juist'', zei ik.

,,En hoe gaat het met jouw moeder?'' vroeg de halfzus.

,,Mijn moeder? Oh uitstekend. Ze is geen kapster, maar voor de rest maakt ze het prima.''

,,Niet lang nadat ik ben verwekt'', zei ze, ,,is de verhouding afgebroken.''

,,Ik vind niet dat we erg op elkaar lijken. Heb je aan DNA-onderzoek gedacht?''

Het broodje was op. Ik had het verslonden.

,,Weet je wat grappig is'', zei de halfzus, ,,toen ik hoorde dat jij mijn halfbroer bent, dacht ik, nu weet ik waar die neus vandaan komt.''

,,Onze neuzen zijn niet met elkaar te vergelijken'', zei ik.

Ze stopte de foto van zichzelf met een ezel weer in haar tas.

Het gevaar van de verhouding schuilt in het fysieke overblijfsel ervan.

Geslachtsziektes zijn ook erg, maar die houden tenminste hun mond.

,,Heb jij kinderen?'' vroeg ze.

,,Niet dat ik weet.''

,,En wil je kinderen?''

,,Niet dat ik weet.''

,,Wat wil je dan?''

,,Ik wil een goede klant zijn. Dat ze me zien aankomen bij de hoek en dat de eigenaar roept `maak alles gereed, onze beste klant komt eraan'. En als ik oud ben wil ik met een stok lopen waarmee ik om me heen kan slaan als iets me niet bevalt.''

Mijn halfzus stak een sigaar op.

,,Ben je religieus opgevoed?'' vroeg ik.

,,Katholiek'', zei mijn halfzus, ,,maar ik ben er vanaf. Geloof je niet in familie?''

,,Ik geloof in discipline, om 9 uur 's ochtends wordt er geschreven. Halfzussen of geen halfzussen, kernrampen of geen kernrampen, om 9 uur 's ochtends wordt er geschreven. Dat is waar ik in geloof.''

,,Mijn moeder'', zei de halfzus, ,,mijn echte moeder wil je niet ontmoeten, ze is bang dat dat het beeld dat ze van onze vader heeft, verstoort.''

,,Luister'', zei ik, ,,mijn vader is al bijna tien jaar dood, ik heb geen beeld van hem. Ik heb verzinsels over hem en fantasieën en flarden van verzinsels en flarden van fantasieën, maar geen beeld. Een beeld heb ik van de roman die af moet.''

Mijn halfzus knikte, alsof ze het begreep.

,,Hoe is het eigenlijk met die andere moeder?'' vroeg ik, ,,de vrouw die je geadopteerd heeft?''

,,Die kan niet koken'', zei mijn halfzus, ,,het beste dat uit haar vingers kwam, was macaroni met ham.''

,,Macaroni met ham.''

Ik moest nu weg.

,,Ik bel je wel'', zei ik. ,,Wil je niets meer weten?'' vroeg ze.

Ik dacht aan een foto van een wijsneuzerig meisje, naast een ezel.

Ik schudde mijn hoofd.

In The end of the Affair schrijft Graham Greene, ,,Ik haat u, God, alsof U bestond.''

Ik haatte mijzelf. Alsof ik bestond.