`New Age is maar een etiket'

Het nieuwe programma van Bram Vermeulen heet `De beuk erin'. Het is agressiever dan zijn voorgangers.

Op de jongste plaat van Bram Vermeulen, De beuk erin, staat ook `Arizona Bar', het eerste nummer dat hij schreef na de beëindiging, in 1979, van Neerlands Hoop, zijn inmiddels legendarische samenwerkingsverband met Freek de Jonge. Het is een mooie tekst, over een al wat oudere dame die in een kieteltent op klanten wacht.

,,Gek, maar ik had het nog nooit op de plaat gezet en ook nog nooit in een theaterprogramma gezongen. En dat laatste doe ik nog steeds niet'', zegt Vermeulen (53). ,,Als ik het zing, dan verveelt het me. Dan word ik een uitvoerend mechanisme. Dat houd ik niet lang vol.''

Wat hij liever zingt, blijkt bij een optreden in de Dordrechtse schouwburg Kunstmin. De beuk erin is een ernstig, in het programma steeds terugkerend lied, waarmee de zanger schoon schip lijkt te willen maken: ,,Alle uitgesleten paden in mijn hoofd/ moeten met de sloper mee./ Ik wil nu en alles anders/ en nooit meer als ik dee.''

Het publiek, op het oog bestaande uit leeftijdgenoten van de zanger, laat het ernstig en rustig over zich heen komen. De muziek is rock 'n' roll, maar bij een concert van Bram Vermeulen wordt op de stoelen gezeten. Geen popconcert dus, maar ook geen cabaret. Al was het maar omdat de zanger afziet van ieder cabaretesk effectbejag en niet naar de lach op zoek lijkt. Zo laat hij het allengs enthousiaster applaus telkens weer breeduit verstommen, alvorens – begeleid door bas en drums – het volgende lied te beginnen.

,,Misschien ben ik wel de enige zanger die vier ernstige liederen achter elkaar durft te zingen'', oppert Vermeulen, tussen de optredens in het land door even terug op zijn verbouwde boerderijtje in Noord-Holland. Een pitbull-achtige hond nestelt zich behagelijk aan de zijde van de journalist, terwijl de zanger vertelt over de conceptie van zijn nieuwste programma.

,,Zo'n liedje als `Arizona Bar' is me eigenlijk iets te zeer een miniatuurtje, een schilderijtje waarin iemand wordt beschreven. Dat is me nu te afstandelijk, dan krijgt het publiek te weinig op zijn donder. In mijn vorige programma, Polonaise, had ik vrij veel van die miniatuurtjes. Het is opmerkelijk, trouwens, wat toehoorders in zo'n portretje weten te leggen – dat het meisje uit `Marijke' is mishandeld bijvoorbeeld, terwijl daar in de tekst helemaal geen sprake van is. Kunst biedt iets aan – de toeschouwer vult in. Misschien is het de sport om die opening zo groot mogelijk te maken.''

Sarcastisch

De beuk erin ademt een heel andere sfeer, agressiever misschien wel. Zoals in `Ik voel niets', waarin Vermeulen met enig zelfverwijt constateert hoe gruwelijke beelden op de televisie hem niet meer raken. Of het sarcastische `Het gaat goed zo': ,,het profiel van een zool/ staat gedrukt in zijn gezicht/ terwijl hij dood ligt te gaan/ vraagt de camera meer licht.''

De kwaadheid die uit veel teksten spreekt is geen toeval, zegt Vermeulen. Hij heeft door veel lezen de afgelopen tijd `veel kennis doorgekregen', die zijn hele denken op zijn kop heeft gezet. New Age is maar een etiket natuurlijk, maar het is hem opgevallen dat `als je de wetenschap en de spirituele wereld naast elkaar legt, ze elkaar voor veertig procent overlappen.'

Hij is er ook van overtuigd – dat voedt zijn kwaadheid – dat veel belangrijke kennis de mensheid en hemzelf bewust is onthouden. ,,De quantum-theorie is van de jaren dertig, waarom hebben ze mij die in de jaren zestig op de HBS niet geleerd? Er zijn voetsporen van mensen en dinosaurussen naast elkaar gevonden, maar dat wordt verzwegen.''

Niet dat zulke ideeën als zodanig in zijn liederen terugkomen, maar ze voeden zijn verlangen om iets te veranderen. Zoals de geleerde achter zijn schrijftafel tot niets komt, maar als hij even naar de keuken gaat om koffie te zetten en de koffiefilter valt om, hij `Eureka' roept, zo schrijft Vermeulen ook zijn liederen. ,,Vaak heb je het idee, dat het er al is maar dat je er niet bij kunt. Vroeger was ik een puzzelaar, bij het schrijven. Maar ik heb geleerd dat je als het ware even opzij moet stappen.''

Nu was Vermeulen al nooit een zanger van het vrolijke lied. Eerder is zijn werk vervuld van een zeker pathos dat bepaald onhollands aandoet en ook weinig meer verraadt van zijn cabaret-begin. Neem `Het jongenshart' van zijn vorige cd, `een zeemanslied' volgens de auteur, over jeugdige onstuimigheid die in een verouderend lichaam steeds misplaatster lijkt. Of het prachtige `Polonaise', een breugeliaanse schildering van het sombere levensgevoel in de Lage landen. Of `Rode wijn' natuurlijk, een van zijn bekendste nummers – een huiveringwekkende schildering van iemand die na een verloren relatie nog slechts voor de fles leeft.

Bijna dertig jaar is hij inmiddels al op tournee: eerst met Neerlands Hoop, daarna met de popband De Toekomst, maar het meest toch alleen aan de vleugel, of – zoals nu – met een klein combo. Hij heeft opgetreden met het Werktheater, en televisieprogramma's voor de RVU gemaakt.

Het heeft hem in Nederland een trouwe schare bewonderaars opgeleverd, maar de meeste roem is hem in Vlaanderen ten deel gevallen. Zijn laatste plaat is door Virgin-België uitgebracht. Dat verbaast Vermeulen niet. ,,Het ligt voor de hand. In Vlaanderen kennen ze de vorm van de man die gaat staan zingen. Dat danken ze aan Jacques Brel, de nestor van alle zangers.'' In die traditie plaatst hij zichzelf, en niet in die van het Nederlandse cabaret. Vermeulen doet niet aan conferences die – zegt hij – als vorm uit Engeland zijn geïmporteerd en zich in Nederland ,,hebben vermengd met de kansel''.

,,Cabaret is een erg Hollandse kunstvorm waar we heel zuinig op moeten zijn'', meent hij. ,,Alles is erin aanwezig. Van venijnig tot platvloers. Speciaal voorvijfhonderd man die een zaal ingaan en daar gaan lachen.''

Alleen: niet voor hem. Vermeulen herinnert zich eerder met een zekere huiver hoe ze vroeger met Neerlands hoop een slechte grap met een goede plachten te verdrinken, en hoe ze een nieuw lied inzetten terwijl het applaus nog gaande was, om er een beetje vaart in te zetten. Niet dat er in zijn voorstelling niet te lachen valt. ,,Maar mensen aan het lachen maken is voor mij geen doel, slechts een bijverschijnsel.''

Cabaret, meent hij, is `het zigeunermeisje' onder de kunsten. Ook al zou hij zich er toe aangetrokken voelen, het zou niet lukken. ,,Want ik houd niet van relativeren. Dat is ongekend in Nederland, maar in België veel normaler. Daar heet het ook geen liedje, daar heet het nog gewoon lied.''

De cd `De beuk erin' verscheen bij Virgin 7243 8472032 2.

Bram Vermeulen: `Onvolledig werk'. Gedichten en liedteksten. Uitg. Houtekiet/De Prom. Tot eind mei maakt Vermeulen een tournee door Nederland en België.

Inl. (020) 6260350.

De muziek is rock`n'roll, maar bij een concert van Vermeulen blijft men zitten