Nacht

De kerstsneeuw viel met emmers uit de hemel, dagenlang, daarna sloot de mist alles toe. Verdere reisplannen vielen in duigen. Sarajevo zat potdicht. En toen had het ook wel iets, gewoon rustig naar de vlokken kijken, in café `To be or not to be'.

Maar nu rijd ik met Mavric door de nacht naar Split, vraag niet hoe, maar hij doet het. We glijden de bergen in, kronkelen om een lawine, wachten eindeloos voor weggezakte bussen en vrachtauto's. ,,We zijn nu 35 kilometer van Sarajevo'', zegt Mavric na drie uur.

We praten over het beleg, hoe je je wast met één Colafles water, slapen in de vrieskou, altijd met alles aan. ,,De zoetste dromen had ik in die tijd, zulke dromen heb ik later nooit meer gehad.'' De maan schijnt over de bergen. De dorpen slapen onder de dikke Balkan-sneeuw. ,,Ik deed mee aan een paar pogingen om uit te breken, ik zat in de voorste linie'', vertelt hij. ,,Maar we werden direct aan gort geschoten door hun artillerie.'' ,,Hoeveel gesneuvelden?'', vraag ik. ,,Driehonderd.'' ,,Met hoeveel waren jullie?'' ,,Duizend.'' ,,Bang?'' ,,Toen niet.''

Hij vertelt over de vele zelfmoorden onder de jeugd, nu. ,,In de oorlog dacht je: als het over is, komt alles goed. Maar het kwam helemaal niet goed.'' Dan zijn we opeens uit de sneeuw, we naderen Mostar. In het maanlicht verschijnt ruïne na ruïne, geblakerde en kapotgeschoten huizenblokken, Berlijn 1945. De rivier raast langs de resten van de vijftiende-eeuwse brug waarover zoveel geschreven is. Hoe mooi moet hij zijn geweest, hoe imposant, hoe krachtig. Degene die deze oeroude band in puin schoot wist wat hij deed: hij brak.