Met zijvleugels

Iedere avond leest hij zijn kinderen voor uit een kerstverhalenbundel. En iedere avond vervolgen Jozef en Maria hun barre tocht. Jozef snelt soms vooruit. Met zijn wandelstaf en het ezeltje. Maria struikelt over rotspunten, rilt in haar dunne mantel die achter doornstruiken haakt. Het valt haar zwaar om voort te gaan. Maar telkens verschijnt er dan een engel die haar pijn verlicht.

Hij, op het krukje tussen de bedden, voelt hoe de kou onder zijn broekspijpen sluipt. Hij geeuwt de tranen in zijn ogen. Tersluiks loert hij naar hoe lang nog, voor het kind aanbeden wordt. Hoogstens honderd kilometer, van Nazareth tot Bethlehem: hoeveel legden zij af, per dag? Zijn zoons informeren er niet naar. Die reizen in stille verwondering mee.

Dan gaat de deurbel. Hij struikelt over de houten garage. Grimmig hinkt hij naar beneden. Alles heeft hij al gehad. Collectes voor natuurrampen. Het kerstkaartje van de avondkrant. Zelfs bedelwensen van de huis-aan-huis-bladen. Hij rukt de deur open.

In het licht van de lantaarn staat een jonge vrouw. Haar jas glimt van de regen. Ze torst een weekendtas en wil hem drie vragen stellen. Over maandverband. Hij recht zijn rug. Knikt als zij wil weten of hier iemand woont die dat gebruikt.

,,Welk merk?'' Zij houdt een pen in de aanslag bij een slap hangende lijst. Verschillende namen somt zij op. Er sijpelen straaltjes in haar hals. ,,Ja, die'', zegt hij, en voelt een lachje kriebelen.

,,Wilt u eens wat anders proberen?'' Ze ritst de tas al open.

,,Nou, graag!'' En hij krijgt iets in zijn hand gedrukt. Een geschenk. Vernieuwd. Nog meer super en ultra. Met twintig procent extra.

,,Een goede kersttijd'', zegt ze ernstig.