Mensentekort dreigt in rijke wereld

Het bevolkingsprobleem gaat de politiek van de ontwikkelde landen en de strategie van managers volgende eeuw steeds meer bepalen en er staan ons turbulente tijden te wachten, denkt Peter Drucker. Het inzakken van de geboortecijfers in de rijke landen is volgens de econoom zonder precedent en volstrekt onderschat. Ook op het vitale punt punt van de toenemende vergrijzing wordt in de rijke landen nog veel te veel struisvogelpolitiek bedreven, vindt hij. Een college over de voorbije én de komende eeuw.

De toekomst had het afgelopen jaar de voornaamste aandacht van de zojuist 90 jaar geworden `vader van het management' Peter Drucker. Zijn laatste boek, Management Challenges for the 21-st Century, werd vorige week niet voor niets door het zakenblad Business Week op de bestsellerlijst '99 van zakenboeken gezet. Toch kon ik eerder deze maand tijdens een daglang interview in zijn huis in de voorstad Claremont van Los Angeles de verleiding niet weerstaan eerst terug te keren naar Druckers verleden in het hart van Europa en van de Europese cultuur.

Druckers oma, een concertpianiste, speelde in Wenen voor Johannes Brahms en haar laatste concert met de Weense opera in 1896 werd geleid door Mahler. Druckers moeder volgde college bij Sigmund Freud, een bekende van de familie. Zij herinnerde zich geamuseerd hoe de psycho-analyticus tijdens discussies over seks en seksdromerij wat in verwarring raakte door haar aanwezigheid als enige vrouwelijke student.

Peter Druckers vader was vanaf 1910 de hoogste ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken in Wenen en briljante jonge economen als Hayek, Mises en Schumpeter waren thuis geregeld te gast. Dat Joseph Schumpeter - die later faam verwierf met zijn theoriën over innovatie en creatieve destructie - de boezemvriend van zijn vader werd, verbaast Drucker nog steeds. ,,Schumpeter, ik noemde hem oom Peppie, raakte aan de lopende band in problemen van financiële en seksuele aard'', herinnert Drucker zich. ,,Keer op keer moest mijn vader hem uit de puree halen.''

Voor het laatst was dat in 1921. Drucker: ,,Schumpeter was direct na de oorlog in 1918 Oostenrijks minister van Financiën geworden. Maar serieuze inflatiebestrijding bleek in de toenmalige politieke chaos onmogelijk. Bovendien belandde Onkel Peppie al snel weer in een schandaal. Hij had in het geheim via een bank, waarin hij een belang had, steun verleend aan een mede door Mussolini gesteunde para-militaire groep die actief was in Hongarije. Schumpeter moest aftreden, werd hoogleraar in Bonn en ging later vandaar naar Harvard. Mijn vader verving hem vier maanden als interimminister.''

In 1927 ontvluchtte ook de jonge Drucker `het claustrofobische Wenen', ging in Bonn college lopen bij Onkel Peppie en werd tegelijk financieel redacteur bij de Frankfurter General-Anzeiger, een krant met 600.000 abonnees en 17 vaste journalisten. In die functie interviewde Drucker zijn landgenoot Adolf Hitler vier keer voor die in Duitsland de macht greep.

,,Hitler bleef voor mij altijd een raadsel'', vertelt Drucker. ,,Hij praatte wat plat, antwoordde onpersoonlijk en in toespraakachtige vorm op mijn vragen en liet zich vaak souffleren door de altijd aanwezige Goebbels. Hitlers fascinatie met de massa en die van de massa met deze wat armzalige ex-korporaal waren voor mij onbegrijpelijk. Er school iets duivels-geniaals in zijn persoon. Radio bleek voor hem ideaal. Als er toen televisie was geweest had hij het nooit en te nimmer gehaald.''

Drucker herinnert zich hoe Europese regeringen destijds banken en bedrijven nationaliseerden in een poging greep te krijgen op hun turbulente economieën. ,,Hitler was slimmer''. zegt Drucker. ,,Hij zei me keer op keer dat nationalisatie volstrekt overbodig was. Hij besefte dat je met het reguleren van bedrijven veel verder komt dan met het in bezitnemen ervan. Al ging dat reguleren bij hem natuurlijk wel met het geweer in de aanslag.''

Bij Hitlers machtsovername week Drucker uit naar Londen waar hij `huiseconoom' van een kleine bank werd. Daardoor kon hij elke zaterdag deelnemen aan een seminar van John Maynard Keynes in Cambridge. ,,Ik ben waarschijnlijk de enige in de wereld die zowel bij Schumpeter als bij Keynes college heeft gelopen'', zegt Drucker. De sessies met Keynes – een hooghartige en openlijk antisemitische man die eigenlijk steeds met zichzelf sprak – leken op hoogintellectueel theater. ,,Keynes betrad vanaf rechts het podium, hield 20 minutenlang een toespraak waar weinigen van ons veel van begrepen en verdween dan naar rechts. Dan kwam weer van rechts zijn eigen statisticus Richard Kahn op die Keynes' voordracht samenvatte in formules. Dan keerde Keynes vanaf links terug, stuurde Kahn met een verachtelijk gebaar weg en gaf uitleg bij de formules.''

In 1939 reisde Peter Drucker met zijn Britse vrouw Doris als correspondent voor enkele Europese bladen door naar Washington waar hij al snel consultant en hoogleraar werd en de studie van het management intellectueel respectabel maakte. Drucker was de man die op persoonlijk verzoek van topman Alfred Sloan diens bedrijf General Motors doorlichtte en zijn kritische bevindingen neerschreef in het klassieke `The Concept of the Corporation' (1946).

Toen bestonden er, volgens Drucker, nog maar drie managementcursussen op academisch niveau. Nu zijn er duizenden over de hele wereld. Tegelijk zagen miljoenen hun levens veranderen door concepten die door Drucker werden uitgevonden: zoals post-modern, kenniswerker, privatiseren, empowerment (machtiging) of outsourcing (uitbesteding).

Peter Drucker, nog wat fragiel na een recente infectieziekte, wil beginnen bij het begin, namelijk `management'. Dat gaat zijns inziens over veel meer dan efficiency. Het gaat om beschaving. ,,Mijn ervaringen met oorlog en dictatuur in Europa tussen 1914 en 1945 hebben mij gesterkt in de overtuiging dat management een hoofdrol speelt bij bet beschermen van de samenleving tegen nieuwe barbarij'', verzekert Drucker. Om dat te verduidelijken wil hij de gangbare associatie tussen management en business doorknippen en management als veel breder begrip verbinden met maatschappelijk pluralisme.

Drucker: ,,Na de plurale middeleeuwen waarin niet pausen en koningen maar graven, baronnen, bisschoppen, kloosters, vrije steden en gilden de dienst uitmaakten, begon de opmars van de soevereine natie-staat. Na afloop van de Napoleontische oorlogen had die overal in Europa gezegevierd. Zelfs de geesteljken waren door de staat betaalde beambten geworden.'' De enige uitzondering vormden volgens Drucker de VS waar het pluralisme overleefde door de unieke immigrantendiversiteit, vooral ook op religieus gebied. Maar in Europa was het pluralisme medio vorige eeuw door de politiek-filosofische élite voor altjd dood verklaard. ,,Uitgerekend toen begon het weer tekenen van leven te vertonen'', zegt Drucker. ,,De eerste organisatie, die substantiële macht en autonomie nodig had en verwierf, was de moderne onderneming zoals die tussen 1860 en 1870 opkwam. Die werd snel gevolgd door een horde van andere nieuwe instituties, zoals scholen, hospitalen, ambtenarencorpsen of vakbonden.''

,,Anderhalve eeuw geleden werden veruit de meeste sociale taken nog afgehandeld door de familie'', zegt Drucker. ,,Nu worden ze vrijwel allemaal aangepakt door gemanagede instituties die autonomie nodig hebben om te kunnen functioneren. Ik durf te zeggen dat het niveau van onze beschaving afhangt van de prestaties van al die instituties en van hun management.''

De enige grootscheepse poging om het machtsmonopolie van de soevereine staat weer te herstellen, vond volgens Drucker plaats in Stalins Rusland. Die poging faalde hopeloos omdat geen van de instituties in Rusland, beroofd van autonomie, nog behoorlijk kon functioneren. ,,Dat gold zelfs voor de militairen, laat staan voor bedrijven of hospitalen.'' De uitdaging voor de volgende eeuw is in Peter Druckers ogen ,,het handhaven van de autonomie van onze op een speciale functie gerichte plurale instituties en het gelijktijdig beschermen van de staat en zijn coördinerend functioneren in het algemeen belang.''

Maar dreigt de soevereine natie-staat nu niet ondergeschikt te raken aan het multinationale grootbedrijf?

,,Ondanks alle tekortkomingen blijft de nationale staat overal ter wereld grote vitaliteit tonen. Mijn inschatting is dat die staat de globalisering van de economie en de daarmee samenvallende informatierevolutie zal overleven.''

Daar komt volgens Drucker bij dat de meeste economen en bedrijfsmanagers ten onrechte denken dat de enorme economische expansie in de twintigste eeuw hoofdzakelijk werd gedreven door economische krachten. ,,Dat was pertinent niet zo. Integendeel. Het aandeel van het beschikbare inkomen dat ging naar economische bevrediging, liep de aflopen decennia gestaag terug. De grootste vier groeisectoren in de twintigste eeuw waren overheid, gezondheidszorg, onderwijs en vooral ook vrije tijd. In 1900 werkte de grote meerderheid van de mensen in Europa en Amerika 3000 uur per jaar tegen nu 1850 in de VS en 1500 in Duitsland. Alle vier sectoren behoren niet tot de klassieke vrije markt, gedragen zich niet volgens de regels van vraag en aanbod en zijn niet bijzonder prijsgevoelig. Toch maken ze meer dan de helft uit van de ontwikkelde economieën, zelfs van de meest kapitalistische.''

Hoe beoordeelt u de rol van het internationale flitskapitaal dat per computerclick van de ene naar de andere kant van de aarde schiet en in 1997 een aantal nationale economieën, met name in Azië, een acute crisis bezorgde? Moet dat kapitaal, zoals George Soros bepleit, als kwalijke uitwas van de globalisering aan banden worden gelegd?

,,Nadat Nixon in 1973 het systeem van de `gouden standaard' opblies en de dollarkoers liet zweven, volgde een periode van extreme instabiliteit op de valutamarkten. Daardoor ontstond een enorme massa van wat ik noem `wereldgeld'. Dat geld heeft geen bestaansgrond buiten de globale economie en zijn voornaamste geldmarkten. Het wordt niet geschapen door economische activiteit zoals investering, handel, productie of consumptie. Het kwam er vooral door extreme valutahandel. Het valt niet onder traditionele definities van geld en het is totaal anoniem. Het is meer virtueel dan reëel geld.

,,Maar de macht van dat wereldgeld is wél reëel. Het volume ervan is zo groot geworden dat zijn bewegingen, in en uit een bepaalde valuta, een veel grotere invloed hebben dan traditionele investerings-, handels- en financieringsstromen. Op één dag kan er evenveel in dit virtuele geld worden gehandeld als de hele wereld nodig heeft om een jaar lang zijn handel en investeringen te financieren. Kortom, het virtuele geld heeft een totale mobiliteit omdat het geen bepaalde economische functie heeft. Bovendien is het erg gerucht- en paniekgevoelig. Eén onverwachte gebeurtenis en het kan op hol slaan.

,,Ik ben het met Soros eens dat de virtuele geldstromen in de wereld meer moeten worden gereguleerd om ongelukken, zoals in Azië, te voorkomen. Maar dat lukt niet omdat we geen centrale bank op wereldschaal hebben. De nationale soevereiniteit verhindert dat. Bestaande centrale banken kunnen wel samenwerken, samen met het IMF bijvoorbeeld, maar dan is het vooral om de schade achteraf te beperken. Daarom kan een land voorlopig alleen aan de grillen van het wereldgeld ontsnappen door zo'n begrotings- en monetair beleid te voeren dat het niet langer afhankelijk is van korte-termijnkredieten in wereldgeld om tekorten te dekken.''

Wat ziet u voor managers de komende eeuw als de grootste uitdaging?

,,Het inzakken van de geboortecijfers in de rijke landen. Dat is zonder precedent en volstrekt onderschat. Een bevolking moet een geboortecijfer van minimaal 2,1 kinderen per vrouw halen om zichzelf alleen te reproduceren. De hele rijke wereld zit daar nu ruim onder. Japan en Zuid-Europa halen nog maar 1,3, overig Europa zit op 1,6 en de VS nog op 2. Maar dat cijfer zal ook verder dalen. Dit komt er feitelijk op neer dat met name Japan en Zuid-Europese landen afstevenen op nationale zelfmoord. De Italiaanse bevolking kan dalen van 60 miljoen nu naar 20 miljoen in 2080. Japan kan over dezelfde periode afzakken van 120 naar 50 miljoen mensen. In de VS, waar veel immigranten nu nog hogere geboortecijfers hebben, begint de daling van het inwonertal pas in 2010, maar het komt er aan.

,,Minstens zo belangrijk als de absolute aantallen is de leeftijdsdistributie onder de bevolking. Van de 20 miljoen Italianen in 2080 zal eenderde boven de 60 jaar zijn. Op dit vitale terrein wordt in de rijke landen nog veel te veel struisvogelpolitiek bedreven. Het bevolkingsprobleem gaat de politiek van de ontwikkelde landen en de strategie van managers volgende eeuw steeds meer bepalen en er staan ons turbulente tijden te wachten.''

Ziet u oplossingen?

,,Geboortecijfers kunnen in theorie snel stijgen zoals we bij de babyboom-generatie van kort na de oorlog zagen. Maar dan nog zou het een kwart eeuw duren voordat zo'n golf massaal op de arbeidsmarkt komt. En niets wijst op een nieuwe babyboom. Immigratie is op papier een optie. In de praktijk zie je dat er snel sociale barrières komen, vooral omdat immigranten meestal afkomstig zijn uit arme landen met andere culturen. Je ziet dat in gebieden die immigratie juist het meest nodig zouden hebben, zoals Japan en Zuid-Europa, de weerstanden ook het grootst zijn.

,,Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zal, hoewel erg onpopulair, onvermijdelijk worden. Bismarck koos 120 jaar geleden voor 65 jaar omdat dit toen de gemiddelde levensverwachting was. De meeste werknemers bleven tot hun 65-ste leven en de meesten werden ook niet veel ouder, zo was de redenering. Als je Bismarcks redenatie nu volgt, zou je de pensioengerechtigde leeftijd misschien op 79 jaar kunnen stellen. Want de mensen leven door betere voorzieningen en minder zware arbeid in kortere arbeidstijd veel langer.

,,Ik denk overigens niet dat de werknemers dat zouden pikken. Wel verwacht ik dat relatief vroeg-gepensioneerden meer op flexibele en alternatieve wijze langer gaan werken. Je kunt nu al zien aankomen dat organisaties die de volgende eeuw hun hoger opgeleide kenniswerkers langer en productiever aan het werk weten te houden een groot concurrerend voordeel hebben.''

Een absolute bevolkingsafname hoeft overigens niet uitsluitend negatieve gevolgen te hebben, oordeelt Peter Drucker. ,,Het kan een uitstekende kans bieden om onderwijssystemen te verbeteren. En ouders besteden veel meer aandacht en geld aan hun weinige kinderen. Dat zie je duidelijk in China.''

U gaf al aan dat de productiviteit van de werknemers van levensbelang is. Dat lukte deze eeuw prima met de handarbeiders. Gaat dat de komende eeuw met de kenniswerkers ook lukken?

,,De industriële revolutie werd 200 jaar geleden teweeggebracht door kennis toe te passen op gereedschap, processen en producten. Pas ruim een eeuw geleden begon de nog steeds ernstig onderschatte Frederick Winslow Taylor kennis toe te passen op arbeid. Hij keek allereerst naar de taak van de toen dominante handarbeider en analyseerde al diens bewegingen. Daarna bekeek hij elke beweging afzonderlijk, de fysieke inspanning en tijd die ervoor nodig waren, de ideale vorm. Hij schrapte overbodige bewegingen en de essentiële bewegingen werden zo gestroomlijnd dat een product met zo weinig mogelijk inspanning zo snel mogelijk kon worden gemaakt. Ook de productiewerktuigen werden aangepast.

,,Daarmee luidde Taylor de productiviteitsrevolutie in: in 75 jaar vervijftigvoudige de productiviteit en het proletariaat veranderde in een middenklasse met inkomens die niet veel lager waren dan die van hogere klassen. Op die manier werden Karl Marx en zijn klassenstrijd verslagen door Taylor en zijn productiviteitsrevolutie.

,,Nu raken we in de fase waarin kennis wordt toegepast op kennis. De handwerker is verregaand verdrongen door de kenniswerker. En waar het de volgende eeuw vooral om gaat, is diens productiviteit eveneens sterk op te voeren. Dat is de grote en nog goeddeels onbeantwoorde uitdaging voor de 21ste eeuw. Daarmee kan ook de dreigende personeelsschaarste worden beteugeld.''

Hoe pak je dat aan, een kenniswerker is toch heel wat anders dan een handarbeider?

,,Hoewel we veel nog niet weten, weten we al wel wat. Een kenniswerker moet zich allereerst afvragen: wat is mijn taak? Wat draagt daar aan bij? Wat hindert me bij de uitvoering? Hoe kan dat worden weggenomen? Een hoogopgeleide verpleegster die tweederde van haar tijd formulieren invult, familieleden te woord staat en bloemen schikt, kan die antwoorden zo geven. Zet dan een manusje van alles tussen de professionele verpleegsters en de productiviteit schiet omhoog.

,,Verder weten kenniswerkers dat de verantwoordelijkheid voor hogere productiviteit bij henzelf ligt, dat zij zichzelf moeten managen en dat ze daarom autonomie moeten hebben. Voortdurende innovatie en bijleren zijn ook vereisten. Hun productiviteit is niet primair een kwestie van kwantiteit maar zeker ook van kwaliteit. Tot slot is voor productieve kenniswerkers nodig dat zij door de organisatie niet worden behandeld als kostenposten maar als aanwinsten zodat ze er met plezier kunnen werken.''

Wat is het voornaamste doel van de moderne onderneming?

,,Die vraag leidt direct tot de kwestie van corporate governance, de vraag in wiens belang de business wordt gerund. Hierbij zijn twee dingen van belang. De opkomst van een welvarende middenklasse van kenniswerkers die bovendien langer leeft. Dat heeft geleid tot de opkomst van particulier aandelenbezit en van pensioenfondsen die nu al 60 procent van het Amerikaanse grootbedrijf bezitten.

,,Volgens het adagium `macht volgt bezit' kun je verwachten dat de kenniswerker via zijn directe aandelenbezit en via zijn lidmaatschap van het pensioenfonds steeds meer macht in de onderneming krijgt. Als aandeelhouder heeft hij belang bij snelle en optimale winst. Maar als pensioenfondslid heeft hij meer baat bij lange termijnwinst en een zolang mogelijk levende onderneming. Beide belangen moeten met elkaar in evenwicht worden gebracht en dat vraagt om nieuwe concepten over prestatie en doel van de moderne onderneming.''