Mannelijke schakers

`Ongeveer vijf procent van de schaakspelers is vrouw en slechts eenvijfde deel daarvan dringt door tot de tophonderd...' luidde (een deel van) de onderbouwing van de mannelijke suprematie in deze denksport door Sytze Faber in het Hollands Dagboek.(Z 11 dec.)

Dat stemt mij als liefhebber die regelmatig van het bord wordt geveegd door zijn kleindochter van zes, zeer tevreden. Maar toen ik aan de hand van Fabers informatie uitrekende dat er sprake is van gelijkwaardigheid tussen de seksen als er vijfhonderd schaakspelers op de wereld zijn te vinden (onder wie dus vijfentwintig vrouwen van wie er vijf behoren tot de tophonderd), sloeg mijn stemming om.

Als er 10.000 schakers zijn (het maximaal mogelijke aantal volgens de theorie van Faber), zitten er uitsluitend vrouwen in de tophonderd! Alleen als er minder dan vijfhonderd schakers zijn te vinden, zal er sprake zijn van mannelijke suprematie.

Hier past een oproep aan mannen die hunkeren naar de schaakdominantie van hun sekse. Alleen als we kans zien het aantal beoefenaren terug te dringen tot minder dan vijfhonderd, voeren we de boventoon. Stoppen dus! Slechts een beperkt aantal grootmeesters kan worden vrijgesteld. Het bestuurslid van de Nederlandse Schaakbond Sytze Faber zal zich ongetwijfeld willen belasten met de uitverkiezing.