LEERPLICHT

In Nederland is de leerplicht zo vanzelfsprekend, dat het verfrissend kan zijn om hierover een nieuwe discussie te beginnen. De auteurs van `Afschaffen die leerplicht' (W&O, 11 december), Mol en Derks, komen evenwel erg snel tot hun conclusie dat de leerplicht beter kan worden afgeschaft. Een juridische plicht en dwang moeten onderscheiden worden: een leerplicht houdt niet automatisch in dat kinderen ook onder dwang leren. Leerplichtige kinderen kunnen heel goed met plezier naar school gaan.

Het alternatief dat Mol en Derks voorstellen, `de Wet op de Bescherming van Leer-Kracht' (WBLK), lijkt me onuitvoerbaar en onwenselijk. Het is zeker een goed idee om binnen scholen een betere leeromgeving te scheppen die ruimte laat voor `het spontaan in mensenkinderen aanwezige enthousiasme om de wereld te verkennen en zich vaardigheden eigen te maken', maar, zoals gezegd, een leerplicht staat dit niet in de weg.

De leerplicht is in belangrijke mate gericht tegen de ouders: zij mogen hun kinderen niet het nodige onderwijs onthouden. Mol en Derks zien dit niet helemaal over het hoofd, maar hun voorstel om ouders te verbieden hun kinderen tegen hun wil thuis te houden, is niet of nauwelijks te controleren en daardoor zal de WBLK-wet ten nadele van de zwakste partij, de kinderen, uitwerken. Ook wordt er wel een erg 'volwassen' en dus niet-reëel beeld van kinderen geschetst. Moet de wens van een kind van zeven jaar, dat liever thuis speelt dan naar school te gaan, worden gerespecteerd? Het onderwijs is juist erop gericht de ontwikkeling van het oordeelsvermogen van kinderen te bevorderen en hen elementaire kennis bij te brengen, zodat ze later, als volwassenen, in staat zijn autonome, weloverwogen keuzen te maken over hun eigen levenswijze. Overheidspaternalisme met het oog hierop is gerechtvaardigd.

Het afschaffen van de leerplicht zal vooral tot gevolg hebben dat kinderen uit gemarginaliseerde groepen en achterstandswijken minder naar school gaan, zodat hun kansen afnemen en de maatschappelijke ongelijkheid toeneemt. De leerplicht is ook op te vatten als een plicht tegenover de samenleving: teneinde in de samenleving goed te kunnen functioneren, moeten burgers over bepaalde kennis en vaardigheden beschikken, om een bijdrage te kunnen leveren aan de economische productiviteit (die de basis vormt voor de verzorgingsstaat), om op een beschaafde wijze met medeburgers om te kunnen gaan en om in allerlei platforms mee te kunnen praten en beslissen over zaken die de hele gemeenschap aangaan.

Kortom, redenen te over om de leerplicht te handhaven. In feite geven Mol en Derks ook slechts redenen om de grote invloed van de overheid op het onderwijs te verminderen, niet om de leerplicht af te schaffen. Laten we dan daar een discussie over voeren.