Langer dan honderd hartslagen

Natuurlijk, het kan zijn dat de historische roman aan een nieuw leven is begonnen. Maar laten we het er op houden dat de romanciers van Nederland een voorschot nemen op de Boekenweek, die volgend jaar gewijd is aan `de klassieken'. Verscheen in de nazomer al de verrassende Rome-roman Terentia van Adelheid van Beuningen, de afgelopen maand kwamen daar twee klassieke titels bij: De secretaris van de historicus Wim Jurg en De wilde vrouwen van Pella van Theun de Vries. En een week geleden was er plotseling ook nog het ontmoedigend dikke Timo van de vertaler Rein Ferwerda (uitgeverij Agora/Pelckmans), `een Griekse idylle' die zich volgens de flaptekst afspeelt onder filosofen in het Griekenland van de derde eeuw voor Christus.

Wat verlang je van een historische roman? Een verslag van een enerverend leven in spannende tijden en een kijkje in een exotische wereld – dat in ieder geval.En dan? Een psychologisch overtuigende variatie op tijdloze thema's, zoals Hadrianus' gedenkschriften van Marguerite Yourcenar. Een soapy smeltkroes van liefde en haat, paleisintriges en machtswaanzin, zoals Robert Graves' I Claudius. Een stilistisch vuurwerk, zoals Couperus' Iskander. Of anders een humoristische verbeelding van een overbekend succesverhaal, zoals The Kingdom of the Wicked van Anthony Burgess.

Het is oneerlijk om Wim Jurgs Byzantijnse roman De secretaris, het tweede op zichzelf staande deel van een trilogie over de late Oudheid, te vergelijken met deze hoogtepunten van het genre. Jurgs boek is een dappere poging om de politieke cultuur van de zevende eeuw na Christus voor de moderne lezer tot leven te brengen. De tijd van zijn hoofdpersoon, de persoonlijke secretaris van de Oost-Romeinse keizer Herakleios, was een overgangsperiode, waarin de erfgenamen van het christelijk-Romeinse Rijk in Constantinopel verwoed strijd leverden tegen ketters, Perzische invallers en allesveroverende moslims. Genoeg stof en couleur locale voor een geslaagde roman, zoals Graves bewees in zijn Count Belisarius. Maar hoeveel moeite Jurg ook heeft gedaan, hoe goed hij zich ook heeft gedocumenteerd en zich heeft ingeleefd in zijn personages, een meeslepend boek is De secretaris niet geworden.

Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de braafheid van zijn ik-figuur, Verus, die enkele jaren na de heerschappij van Herakleios (610-641) zijn herinneringen aan de grote keizer te boek stelt. Uit alles blijkt dat het Jurgs bedoeling is om Verus te karakteriseren als een bewonderaar van de oude Romeinse geschiedschrijvers die de objectieve historiograaf uithangt, maar zichzelf ondertussen – letterlijk – laat kennen. Jammer genoeg gebeurt er in Verus' leven bijna niets. Zijn liefde voor de beeldschone Martina verdwijnt naar de achtergrond wanneer zij door Herakleios als vrouw uitverkoren wordt, en in de daaropvolgende kwarteeuw zijn het de eindeloze veldtochten van de keizerlijke reconquistador die het verhaal moeten dragen. Een bladzij of honderd lukt dat, al was het alleen maar omdat Jurg aardig de eindeloze veldtochtbeschrijvingen van Verus' klassieke voorbeelden weet te pasticheren. Daarna verlies je je geduld – te meer daar de telkens opduikende passages over Verus' persoonlijke leven je siberisch laten.

`Lezers van tegenwoordig zijn ongeduldig en willen alles kort en beknopt', schrijft Verus, als buikspreekpop van zijn twintigste-eeuwse schepper, verwijtend in zijn kroniek. Ja, en waarom niet? Het is een misvatting dat een historische roman dik moet zijn. Ook een kort verhaal of een novelle kan de verleden tijd nieuw leven inblazen, zoals bewezen wordt door Theun de Vries, een schrijver die niet in de eerste plaats bekend is om zijn dunne boeken. In zijn recentste roman De wilde vrouwen van Pella geeft hij een sprankelende impressie van de nadagen van de Atheense tragediedichter Euripides, in niet veel meer dan een derde van het aantal woorden van De secretaris.

Theun de Vries, die aan de vooravond van zijn negentigste verjaardag (25-4-1997) aankondigde te stoppen met schrijven en sindsdien drie romans publiceerde, is zonder twijfel de meest ervaren historische romancier van Nederland. En Euripides is niet de eerste kunstenaar die van hem een stem krijgt: onder meer Rembrandt (1931), Van Gogh (1963), Maupassant (1976), Molière (1987), Hercules Seghers (1998) en Torrentius (1998) gingen hem voor. Waarom De Vries dit keer koos voor de hoogbejaarde toneelschrijver is niet moeilijk te raden: hij moet in Euripides veel van zichzelf hebben herkend.

Of moeten we zeggen dat De Vries op de oude atheïst, die ver van zijn geboortegrond (en niet langer afgeleid door de verlokkingen des vlezes) verder schrijft aan een immens oeuvre, veel van zichzelf geprojecteerd heeft? `Al dat schrijven vermoordt u', zegt een van de wilde vrouwen van Pella tegen Euripides, die vervolgens bedenkt dat dit voor hem de mooiste dood zou zijn. Zoiets herinnert aan het interview met De Vries in deze krant, waarin hij verklaarde dat hij het liefst achter zijn schrijftafel zou sterven.

In De wilde vrouwen van Pella treffen we Euripides (485-406) in de nieuwe hoofdstad van het Macedonische rijk, waar hij als gast van koning Archelaos schrijft aan Iphigeneia in Aulis. Geconfronteerd met de in Atheense ogen barbaarse viering van de Dionysus-feesten, waarbij de vrouwen van Pella de bergen intrekken en letterlijk de beest uithangen, besluit hij tot het schrijven van een tragedie over Dionysus en zijn bacchanten. Zowel zijn veldwerk ter documentatie als de uiteindelijke openbare voorlezing van zijn Bakchai brengt hem in grote problemen. Een mooie uitwerking van De Vries' favoriete thema: de geëngageerde kunstenaar die zich aan het keurslijf van de maatschappij probeert te ontworstelen.

De wilde vrouwen van Pella bevat veel meer dan in kort bestek valt aan te stippen. Er is het portret van de oude en wijze Euripides, die op een geestige manier zijn tijdgenoten becommentarieert. Er zijn de filosofieën over de taak van de dichter en de voor- en nadelen van het ouder worden. Er is de discussie tussen Euripides en de op bezoek komende geschiedschrijver Thucydides, over de vraag hoe optimistisch je nog kunt zijn met een antropocentrisch wereldbeeld. En er zijn De Vries' ingehouden zinnen, gracieus en niet anachronistisch, waarin de Macedoniërs worden beschreven als `een harig, breedborstig volk' en waarin `langer dan honderd hartslagen' wordt gebruikt als een tijdsbepaling. Op 92-jarige leeftijd toont Theun de Vries eens te meer het dichterschap dat hij Euripides toeschrijft: `de kunst om duizendmaal gebruikte en van kleur beroofde woorden opnieuw te laten schitteren.'

Theun de Vries:

De wilde vrouwen van Pella.

Querido, 155 blz. ƒ45,-

Wim Jurg: De secretaris. Kwadraat, 312 blz. ƒ34,90