Ik lijk meer op mijn ouders dan ik ooit had gedacht

Op de drempel van de 21ste eeuw blikken vijf Nederlanders terug op hun leven. Deze week de laatste van hen: GroenLinks-kamerlid Femke Halsema (33).

Rond mijn twaalfde zat ik op hockey. Ik droeg een college-shawl en een parelketting. Op mijn vijftiende millimeterde ik mijn haar. De stap naar verven heb ik niet durven zetten. Ik was beschaafd punk.

,,Ik voelde mij nergens geaccepteerd, maar was te dwars om me aan te passen. Het resultaat was dat ik het altijd met iedereen oneens was, en bij niemand populair. Voor Nederlands zette ik gedichten op mijn lijst. Dat vond men hoogdravend. Ik werd niet knap gevonden. Versieren ging niet echt makkelijk.

,,Mijn moeder komt uit een gezin waar etiquette van levensbelang was. Wij aten altijd met alle decorum, zeven dagen per week. Niet met je wijsvinger over het zilvermerkje van je vork heen. Niet je kin laten rusten op je hand. Na het eten mag je de handen in elkaar vouwen, maar er niet op leunen.

,,Ik heb mij jarenlang fel verzet tegen die poespas, maar betrap mij tegenwoordig op de neiging om kaarsjes op tafel te zetten. In een debat hoor ik mijzelf wel eens roepen dat ik iets `onfatsoenlijk' vind. Dan hoor ik mijn moeder spreken. En mijn grootmoeder.

,,In een supermarkt in Enschede waar ik vakantiewerk deed, heette ik `de kakmadam'. Mijn ouders komen uit Haarlem. Na de verhuizing naar Enschede, waar mijn vader een baan kreeg bij de gemeente, hebben ze erop toegezien dat ik geen Twents zou gaan spreken. Wij hoorden nergens bij. Ik was dolblij toen ik op mijn achttiende weg kon uit die benauwende omgeving.

,,Mijn vader kwam uit een vrijgevochten socialistisch milieu. Zijn moeder maakte schoon om zijn opleiding te betalen. Mijn vader heeft mijn moeder in de eerste jaren van hun huwelijk links opgevoed. Tegenwoordig golft mijn vader, en hoewel hij op mij stemt – hij moet wel – is hij in zijn hart liberaal. Mijn moeder is sociaal-democraat gebleven. Later – ik was toen al het huis uit – zijn mijn ouders gescheiden.

,,Toen mijn moeder in 1982 wethouder werd in Enschede voor de PvdA, heetten wij `salonsocialisten'. Een dubbel inkomen verdienen en dan socialist zijn, dat kon niet deugen. `Socialist in mantelpak' noemden ze mijn moeder. Die kritiek maakte mij furieus. Ik heb nog steeds een hekel aan die clientèle-achtige benadering van politiek. Alsof het alleen maar om de eigen portemonnee gaat. De achterban van mijn partij, GroenLinks, is redelijk gefortuneerd en toch voor beperking van de hypotheekrenteaftrek. Ik was heel trots op mijn moeder.

,,Ik heb thuis een scène getrapt toen ik op het gymnasium werd toegelaten. Daar zaten tutten, ik wilde bij de drinkers en rokers horen. Het verzet was zo hevig dat mijn ouders niet durfden door te zetten. Na de brugklas kwam ik terecht op de Havo. Ik hield het record `uit de klas gestuurd worden'. De lesuren gebruikte ik vooral om docenten te treiteren. Een leraar die vloekte omdat ik zat te praten, wees ik terecht met `tut, tut, tut'.

,,Mijn ouders hadden weinig op met de modes van de jaren zeventig. Ik verbaasde mij over ouders van vriendinnetjes die naar de Rolling Stones luisterden. Wij kwamen zo uit de jaren vijftig. 's Ochtends op tijd vertrekken met de caravan naar ons vakantieadres om niet in de file te komen. In de opvoeding van mij en mijn anderhalf jaar jongere broertje lag veel ambitie. Ze waren doodsbang dat wij niet goed terecht zouden komen. Als puber wist ik: zoals mijn ouders wil ik het dus niet.

,,Ik had grootse fantasieën over een bohémienachtig bestaan uit de boeken van Simone de

Beauvoir, was leergierig, maar op een manier die slecht bij school paste. Ik las Massa en Macht van Elias Canetti, maar bleef met veel enen zitten in Havo 4. Toen ik met de hakken over de sloot mijn eindexamen haalde, zaten mijn ouders met zweethandjes. Mijn broertje verzette zich ook, maar anders dan ik. Hij verkondigde dat hij voor zijn dertigste miljonair wilde zijn en plakte een sticker met `kernenergie allicht' op onze brievenbus.

,,Als vijftienjarige werd ik volledig in beslag genomen door een toneelproject van het plaatselijke theater Concordia. De Amsterdamse regisseur Apostolos Panagopoulos speelde met een groep amateurs De Getermineerden van Canetti. Hij liet ons een samenleving naspelen met als doel machtsvorming te onderzoeken. De grenzen van wat betamelijk is, bestonden daar niet. Ik kreeg hysterie en emotie over mij uitgestort, moest op donderende operamuziek mijn haar ontvlechten. Dat was mateloos veel interessanter dan school.

,,De verborgen agenda van die regisseur was dat hij wilde laten zien hoe willoos mensen zijn. Het mondde uit in een voorstelling waar zonder ons medeweten boven onze hoofden een video werd vertoond van aan elkaar gemonteerde harde porno, toespraken van koningin Beatrix en Adolf Hitler. Na de première was het afgelopen. Iedereen had ruzie. Ik ben er vrij makkelijk en zonder blessures weer uitgetreden, tot verbazing van mijn ouders. Ik was veel onverstoorbaarder dan zij dachten.

,,Op de lerarenopleiding in Utrecht heb ik slaande ruzie gehad met de leraar `Jeugd en Ontspanninglectuur' over de vraag of je kinderen op de Mavo van Vestdijk moest leren houden. Hij vond van niet, schotelde liever stripboeken voor die ze toch al lazen. Aan die mentaliteit van `een dubbeltje wordt nooit een kwartje' heb ik mij doodgeërgerd.

,,De samenleving is maakbaar, dat idee heb ik altijd gehad en ben ik nog steeds niet kwijt. Na mijn studie criminologie ging ik voor de Wiardi Beckman Stichting werken, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Vanuit mijn kantoor kon ik partijvoorzitter Rottenberg op het partijbureau horen tetteren. Ik werd snel meegezogen in de politiek.

,,De partij liet het idee dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen steeds meer los. Dat was een zware teleurstelling voor mij. Het was de tijd van het kabinet-Lubbers/Kok, de WAO was net afgebroken. Ons pleidooi voor het vasthouden aan de beginselen van de sociaal-democratie werd steevast genegeerd. De directeur van de WBS, Paul Kalma, pleitte in een boekje voor de terugkeer naar het verzorgingsstaatmodel. `Dit kan zo de prullenbak in', zei Wallage tijdens een partijbestuursvergadering. Aan milieu deed de partij niets, over asielzoekers namen ze hardvochtige standpunten in.

,,Mijn verontwaardiging groeide met de dag. Rottenberg wilde leuke debatjes, fora en denktanks, maar welke richting hij op wilde, bleef onduidelijk. Hij startte de vernieuwingsbeweging Niet Nix met Lennart Booij en Erik van Bruggen. Aardige jongens, die goed naar hem luisterden. Maar alleen maar blauwogige gesprekjes voeren levert niks op. Ze wilden geen macht, maar invloed, zeiden ze. Dat vond ik absurd.

,,Het gekke was dat, naarmate ik meer van de partij vervreemdde, de partijtop mij juist begon te ontdekken. Ze konden wel wat dwars elan gebruiken. Ik werd gevraagd om mee te schrijven aan het partijprogramma voor 1994. Discussiëren met Karin Adelmund, Jacques Wallage en Roel in 't Veld. Ad Melkert zat er ook bij, voor de risicobeheersing. Steeds als de discussie leuk begon te worden, bracht hij even in dat niet alles in het verkiezingsprogramma zou komen.

,,De Eurotop in Amsterdam was het keerpunt. Ik was woedend dat Nordholt en Patijn vreedzame demonstranten hadden laten oppakken. Tijdens het programberaad riep ik: hoe kan het dat de PvdA geen kritische vragen stelt? De reactie vergeet ik nooit meer. `Gut, er liep daar wel wat tuig rond', zei de een. `Ja en het erge was dat ze nog uit Amsterdam kwamen ook', zei de ander. Daar zat de macht gesymboliseerd. Heel tevreden met zichzelf en niet van plan om te luisteren naar een of andere tut hola. Toen besefte ik: ik zit hier alleen maar voor de sier.

,,Ik pas bij GroenLinks omdat die partij discussie ziet als interessant op zichzelf. Over de luchtaanvallen op Kosovo hebben wij openlijk gedebatteerd. Dat heeft ons niet zwak gemaakt, integendeel, voor veel kiezers was dat gewetensconflict herkenbaar. Ministers zouden vaker moeten toegeven dat ze twijfelen. Ik vind het jammer dat Van Aartsen nooit heeft gezegd: ik sta achter de aanvallen, maar ik vind het moeilijk. Als het om kwesties gaat van leven of dood moet je de werkelijkheid niet simpeler voorstellen dan zij is.

,,Ik voel mij verwant met het socialisme als emancipatiebeweging, minder met de arbeider die ernaar streeft om een doorzonwoning te kopen. Mij staat een samenlevingstype voor ogen, niet de welvaart van een groep. Emancipatiestrijd is voor mij: het recht claimen om onaangepast te zijn. Het resultaat van die strijd is alleen vaak onbevredigend omdat het altijd ergens in het midden uitkomt. De emancipatie van homo's heeft geresulteerd in het homo-huwelijk. Het onvoorziene resultaat van het feminisme is dat vrouwen, net als mannen, loonslaven zijn geworden.

,,De PvdA is steeds meer de bestaande orde gaan verdedigen. Daarmee vergeten ze de kwetsbaarsten van allemaal, de asielzoekers, die buiten die orde vallen. Dat de arbeider van weleer niet op die groep zit te wachten, mag niet maatgevend zijn. Ik zit niet in de politiek voor een electoraat, maar voor een principe.

,,Ik weiger een kwantitatief maximum te stellen aan de asielzoekers die Nederland kan opnemen. Nou ja, als er 250.000 per jaar komen, hebben we een probleem. Maar in zulke patronen wil ik niet denken. Een beschaafd land moet een beschaafde asielprocedure hebben, punt uit.

,,Als Kamerlid heb ik het afgelopen jaar moeten leren om gelijk te krijgen. Dat lukt niet door je woede te etaleren. In het begin rende ik de debatten in, koos een toon waar de verontwaardiging vanaf droop en bruuskeerde iedereen. Men negeerde mij en ik werd steeds bozer. Na een halfjaar constateerde ik dat ik op zou branden als ik zo door zou gaan. Toen heb ik besloten om voortaan, zoals mijn moeder dat altijd zei, `intelligent' met mijn emoties om te gaan. Als ik woede voel, doe ik een stap terug en denk ik na hoe ik mijn zin kan krijgen.

,,Ik zou geen bestuurder willen zijn. GroenLinks intervenieert in schrijnende gevallen bij de staatssecretaris voor afgewezen asielzoekers. Ik krijg twintig brieven per maand, daarvan moet ik er negentien afwijzen. De advocaat bellen en zeggen: sorry, ik kan niks voor uw cliënt doen. Dat is een vorm van besturen en daar word ik heel naar van.

,,GroenLinks worstelt met de vraag of zij moet getuigen of praktische politiek bedrijven. Doen we mee en proberen we te sturen, of gooien we de kont tegen de krib? Dat conflict woedt ook in mij. Ik heb moeite met aanpassing, maar ben geen radicaal. Ik was tegen de koppelingswet, maar nu die eenmaal is aangenomen, zal ik niets ondernemen haar te ontduiken. Het bekendmaken van de salarissen van topmanagers is in mijn ogen moeilijk verenigbaar met het recht op privacy. Toen staatssecretaris Cohen en de Kamer weigerden om de witte illegalen een generaal pardon te geven, heb ik de hongerstakers in de Agneskerk geadviseerd om hun staking op te heffen. Jan de Wit van de SP spoorde ze aan om door te gaan. Ik vond dat ik geen valse hoop mocht wekken. Als het erop aankomt, ben ik heel rechtstatelijk.

,,De rode draad in mijn politieke opvatting is de strijd tegen aanpassing. Het vreemde is alleen dat ik, om die strijd te voeren, mij moet aanpassen. Ik heb lang gedacht dat het onverzoenlijk was. Maar ik merk nu dat ik erbij kan horen en toch trouw aan mijzelf kan zijn. Ik lijk meer op mijn ouders dan ik mij ooit had kunnen voorstellen. Eigenzinnig, maar binnen de grenzen van het betamelijke.

,,Ik ben geen politicus voor het leven. Ik zoek in de fractie een grote mate van veiligheid en gezamenlijkheid, maar dat contrasteert met mijn behoefte om me terug te trekken. Deel uitmaken van een groep blijft beklemmend voor mij. Op een zeker moment zal ik mij van dat collectief toch weer los willen maken.

,,De politiek heeft van mij een bekende Nederlander gemaakt. In het begin liet ik mij op een autoped hijsen omdat ik dacht dat dat zo hoorde. Maar ik heb geleerd om nee te zeggen. De kiezer wil mijn mening horen, niet zien hoe ik me bij Te Land, ter Zee & in de Lucht over een sloot heen worstel. Sinds ik mijn haar heb afgeknipt, is het gezeur over mijn uiterlijk gelukkig afgelopen.

,,Ik wil mij niet in paniek laten brengen door de wetenschap dat ik nog maar een paar jaar jaar heb om kinderen te krijgen. Als ik op mijn veertigste word overvallen door het verdriet dat ik kinderloos ben, dan moet dat maar. Ik heb behoefte aan geborgenheid, maar ik verzet mij als het een levensstijl wordt. Dat ik naar huis moet omdat mijn partner zit te wachten. Ik vind het fijn te weten dat mijn vriend tijdens een moeilijk debat aan mij denkt, zoals hij ook altijd in mijn hoofd zit. Maar als ik thuiskom, hoeft hij er niet te zijn. Ik kan in zijn huis mijn weg vinden, maar vind het prettig om weer naar mijn eigen huis terug te kunnen. Ik wil mij diep bevriend voelen, in de wetenschap dat ik er alleen voor sta.

,,Ik maak mijn leven niet makkelijk en eenduidig. Soms betrap ik mezelf erop dat ik daar vanaf wil. Ik zag laatst vanuit de tram een glazenwasser en fantaseerde: die man gaat naar huis, zijn vrouw heeft eten gemaakt, ze kijken samen televisie, lezen nog wat en gaan slapen. Dat lijkt mij heel ontspannen. Ik plan niets, heb geen zekerheden. Ik moet er iedere dag zelf voor zorgen dat mijn leven kwaliteit heeft. Dat is riskant. Maar nog niet zo riskant dat ik bereid ben om iets op te geven.'

In deze serie verschenen eerder interviews met de 86-jarige Conny Stuart (30 okt.), de 60-jarige Cees Fasseur (13 nov.), de 50-jarige Herman de Boer (27 nov.) en de 38-jarige Bettine Vriesekoop (11 dec.).