HYGIËNE EN GEZONDHEID ZIJN SLECHT GEDIEND MET DODE BACTERIËN

Tot ver in de negentiende eeuw kende ons land grote epidemieën. Cholera, tuberculose en mazelen spaarden niemand en jonge kinderen nog het minst. Juist in die tijd kreeg de wetenschap vat op de oorzaken van deze rampen en formuleerde Pasteur zijn `kiemtheorie': ziekten zijn te voorkomen of te genezen door de kiem ervan te bestrijden. Hieraan hebben wij waterleidingen en rioleringen, kwaliteitseisen voor voedingsmiddelen en allerlei andere hygiënische maatregelen te danken. Bacteriën worden op alle fronten en met alle middelen bestreden. Ze worden niet geduld in toiletten, keukens en badkamers. `Bacteriedodende' schoonmaakmiddelen helpen ons daarbij. Ongetwijfeld heeft de grote aandacht voor hygiëne geholpen om infectieziekten terug te dringen, maar bacteriën zijn taaie tegenstanders en veel daartegen ingezette middelen zijn contra-productief aan het worden.

Illustratief hiervoor is de resistentie tegen antibiotica. Deze geneesmiddelen zijn vaak afgeleid van de stoffen waarmee bijvoorbeeld schimmels zich de bacteriën van het lijf houden waarmee zij op één plaats leven. Resistente bacteriën beschikken meestal over enzymen die deze natuurlijke antibiotica afbreken. De genen daarvoor zijn veelal `slapend' aanwezig en worden `gewekt' door het toedienen van een antibioticum. Dit roeit de niet-resistente vormen uit, terwijl de resistente microben ineens alle ruimte krijgen om zich te verspreiden.

In de schoonmaak gaat dat eigenlijk net zo. Een slogan als `Doodt 99 procent van de huishoudbacteriën' klinkt fraai, maar is onheilspellend. In de gemiddelde toiletpot bijvoorbeeld bevinden zich voornamelijk bacteriën uit de normale menselijke darmflora. Daar kunnen ziekteverwekkers tussen zitten, maar de andere soorten zorgen er gewoonlijk voor dat hun aantal niet te groot wordt. Echter, als 99 procent van de aanwezige soorten het loodje legt, valt dit mechanisme weg en ontstaan ineens grote populaties van een betrekkelijk klein aantal soorten. Ook als dat niet-pathogene soorten zijn is dat een probleem. Zelfs de onschuldige darmbacterie Escherichia coli veroorzaakt, als hij met te veel is, flinke diarree.

Een betere strategie is dan ook het aloude verdeel-en-heers-principe: laat de verschillende soorten elkaar maar onder de duim houden. Binnen de geneeskunde bestaan hier wel ideeën over, deels afkomstig van de Groninger emeritus-hoogleraar medische microbiologie Van der Waaij. Hij ontdekte dat ernstig zieke patiënten die antibiotica krijgen, soms nog zieker worden van de verstoring van de darmflora door deze geneesmiddelen. Tegen antibiotica helpen dan probiotica: gedoseerd toegediende, gewone darmbacteriën waarmee het natuurlijk evenwicht in de darm wordt hersteld. Het idee is veelbelovend, maar nog niet rijp voor praktische toepassing.

Voor de aanpak van bacteriën in huis bestaat al wel een goede methode waartegen geen resistentie mogelijk is: schrobben met een sopje. Want bacteriën die nergens blijven plakken, kunnen weinig kwaad.

(Huup Dassen)