HET MASSAAL SNIJDEN DER KEELAMANDELEN HAD MAAR WEINIG ZIN

`Achterlijkheid op school',noemt de arts Burger in de Handleiding der Keel-, Neus-, en Oorheelkunde van 1922 één van de redenen om bij kinderen de keelamandelen te knippen. Ook een ``snuffelende, hoorbare neusademhaling en een hoog gehemelte met uitpuilende bovensnijtanden'' waren aanleiding om de keelamandelen er uit te halen. Aan het begin van deze eeuw was het amandelknippen (tonsillectomie) de meest uitgevoerde operatie in Nederland. In de loop van de eeuw zijn de selectiecriteira strenger geworden en is het aantal operaties sterk gedaald.

Het gemis van keelamandelen is geen probleem, behalve voor heel jonge kinderen. Keelamandelen maken deel uit van de ring van Waldeyer, een cirkel van lymfatisch weefsel rond de keelholte. De kring van Waldeyer ligt daarmee rond een belangrijke porte d'entrée voor ziektekiemen. Bij jonge kinderen tot ongeveer een jaar oud maken de keelamandelen afweerstoffen tegen indringers. Driejarigen hebben al geen ziektekiem dodende activiteit meer in de keelamandelen. Vanaf de jaren dertig daalde het aantal tonsillectomiëen te dalen. Ten eerste is er op hygiënisch gebied veel veranderd: door een betere verzorging van gebitten krijgen infecties in de mond minder kans. Ook betere huizen, betere voeding en de komst van antibiotica hebben infecties terug gedrongen. Ten tweede zijn artsen strengere selectiecriteria gaan hanteren om de operatie uit te voeren. Middenoorontsteking, verstopte neus, vaak terugkerende perioden met keelpijn en problemen bij eten en ademhalen door de grote, ontstoken amandelen konden al aanleiding voor amandelknippen zijn. Daarvan zijn nu alleen ademhalings- en eetproblemen door de gezwollen amandelen overgebleven. Ook kan een arts keelamandelen knippen wanneer ze heel vaak ontstoken zijn. sterk door tot 1990.

Afgelopen decennium is het aantal tonsillectomieën opeens weer gestegen. Werden er in 1991 bij 2484 kinderen van nul tot veertien amandelen geknipt, in 1998 waren dit er 4543. Het zijn nog steeds kleine aantallen vergeleken met vroeger (108.300 in 1974, 29.300 kinderen in 1984), maar onderzoek liet zien dat kinderen die vaak ontstoken keelamandelen hebben, kleiner blijven en geestelijk ook iets achter kunnen blijven, waarschijnlijk doordat ze slechter slapen en soms enige ademnood hebben. Dus wordt er weer meer gesneden.

(Nienke van Trommel)