Het leergeld van Air Holland

Air Holland blijft bestaan, met twee vliegtuigen en voorlopig met verlies. De sterk afgeslankte chartermaatschappij zegt lering te hebben getrokken uit het verleden. .

Voor de tweede keer in acht jaar heeft bewindvoerder Marinus Pannevis Air Holland uit een surseance gehaald. Hij laat de chartermaatschappij net als in 1991 failliet gaan om vervolgens door middel van een zogeheten sterfhuisconstructie de nieuwe investeerders de mogelijkheid te geven met een schone lei te beginnen.

Het nu nog in surseance verkerende Air Holland 2, doorgestart na het in 1991 ter ziele gegane Air Holland 1, verkoopt de onderneming aan het lege bedrijf Air Holland 3. Op deze manier zijn de compensabele verliezen (150 tot 200 miljoen gulden) voor de nieuwe eigenaren fiscaal aftrekbaar. De start- en landingsrechten van het bedrijf blijven behouden.

Gisterochtend om 7 uur tekenden de nieuwe eigenaren de overname. Het zijn de broers Gert-Jan en Ad van der Valk, Stefan Duister (een in België opererende touroperator), Norbert Verduijn (eigenaar van de Amersfoortse vliegschool IAC) en Jos van der Lans (afkomstig van ING). De investeringsgroep kreeg pas de afgelopen dagen definitief gestalte. Pannevis had ook nog de mogelijkheid te kiezen voor een andere kandidaat-koper. Het betrof een Nederlandse investeerder die met het Duitse Germania wilde samenwerken.

De nieuwe eigenaren hebben te kennen gegeven zich actief te gaan bemoeien met de bedrijfsvoering van Air Holland. Maar dat Air Holland een Van der Valk-onderneming wordt ontkent de bewindvoerder. Air Holland zal op dezelfde Europese bestemmingen als voorheen gaan vliegen en niet naar de Antillen, waar Van der Valk vanuit Brussel met Sabena-dochter Sobelair naartoe vliegt. Wel beseft directeur Heppener dat de broers Van der Valk geen geld in de onderneming stoppen als ze daarmee geen strategisch doel voor ogen hebben. Hij wil eerst zien of de plannen van de nieuwe investeerders overeen komen met die van hemzelf: ,,Anders zal ik mijn consequenties moeten trekken.''

De nieuwe onderneming neemt 100 tot 120 werknemers van het oude Air Holland over. Van de daarna nog resterende 250 werknemers van het oude Air Holland heeft inmiddels de helft een andere baan. De overige personeelsleden hebben de garantie gekregen dat zij terug mogen komen als het bedrijf weer personeel nodig heeft.

Niettemin rijzen de twijfels. De vraag is of je een bedrijf met een of twee vliegtuigen wel als een volwaardige luchtvaartmaatschappij kan beschouwen die op de vechtmarkt van het chartervervoer voldoende overlevingskansen heeft. Air Holland vloog tot het op 2 november in surseance raakte met zeven vliegtuigen en ruim 500 man personeel. Het bedrijf werd toen al door zijn kleinschaligheid gedwongen zogeheten `wurgcontracten' af te sluiten met de leasemaatschappijen. Nu is het bedrijf nog een maatje kleiner.

Toch houdt Heppener hoop. Air Holland startte in november 1991 met 30 miljoen gulden aan eigen vermogen. Nog geen drie jaar later leed het een verlies van 33 miljoen gulden. Daar is het bedrijf nooit meer bovenop gekomen. Air Holland was niet kredietwaardig. Het nieuwe bedrijf is dat volgens Heppener wel. Ook is de leasemarkt nu gunstiger, waardoor de contracten voor de twee Boeings 10 tot 15 procent goedkoper zijn.

Air Holland zegt zijn les te hebben geleerd. Met twee vliegtuigen wil de onderneming een poging doen binnen enkele jaren het marktaandeel op de chartermarkt van bijna 25 procent terug te winnen. Heppener geeft aan hoe hij dat wil realiseren. ,,Door geen kosten te maken als daar geen inkomsten tegenover staan.''