Going down

Ik ben in mijn leven een paar keer in gevaarlijke situaties terechtgekomen, maar slechts eenmaal was ik echt bang dat ik het er niet levend af zou brengen. Het speelde ruim twaalf jaar geleden, een paar dagen voor kerst. Ik was net afgestudeerd, had drie weken in Nepal gewandeld en vloog met Thai Airways naar Bangkok. Het was m'n bedoeling een maand in Thailand te blijven. Dat dit er nooit van gekomen is, lag aan die vlucht.

De stewardessen waren net het eten aan het uitserveren, toen er opeens een hevige trilling door het vliegtuig ging. Niet lang daarvoor was ik zomersteward bij de KLM geweest, dus ik kende de noodprocedures goed. Het was me ook meteen duidelijk dat we niet met turbulentie te maken hadden. Het cabinepersoneel kreeg opdracht om het eten terug te halen en de gezagvoerder riep om dat we ,,due to technical problems'' gingen landen in Dhaka, Bangladesh. Meer heeft hij nooit gezegd.

Dat er iets schortte aan de techniek was inmiddels duidelijk te merken. Het vliegtuig, een Airbus, maakte bij vlagen enorm kabaal en trilde hevig. Ook kwamen er lange slierten rook uit een van de twee motoren. Toen die motor werd uitgezet, maakte het vliegtuig een schokkerige, zwenkende beweging en begon vervolgens nog heviger te trillen.

Nu had Thai Airways de kerststemming willen verhogen door overal in het vliegtuig, aan draadjes aan het plafond, kleine kartonnen kerstboompjes, sterren en ballen op te hangen. Door de trillingen begonnen die versieringen hevig te dansen. Het is een beeld dat ik nooit zal vergeten: een woud vol dansende kerstboompjes in een `Aziatisch' vliegtuig dat dreigde te gaan neerstorten.

Daar leek het tenminste verdomd veel op. De stewardessen demonstreerden hoe we moesten gaan zitten. Stoel rechtop, een kussen op de knieën en het hoofd op het kussen. Brace for impact, de houding bij een noodlanding, wist ik. Het was natuurlijk de bedoeling dat het cabinepersoneel rustig zou overkomen, maar dat lukte helemaal niet. Ik zag een stewardess huilend rondlopen en ook steeds meer passagiers – voor het grootste deel Amerikaanse hulpverleners die de kerst in Thailand wilden doorbrengen, zo begreep ik later – raakten in paniek. Kinderen blèrden, achter mij haalde een echtpaar de zwemvesten te voorschijn en op de rij voor mij omhelsden een man en een vrouw huilend hun kinderen. Later vertelde de vrouw van het echtpaar dat het haar tweede huwelijk was: ze had haar vorige man, samen met twee kinderen, verloren bij een vliegtuigongeluk.

Op dat moment besloot ik mijn ogen dicht te doen. Ik haalde mijn walkman te voorschijn en trok mijn bergschoenen uit. Zulke kolossale schoenen geven je een stevig, zelfverzekerd gevoel, maar ik had geen zin om straks vechtend naar de uitgang anderen te vertrappen. Ik zou die uitgang waarschijnlijk toch niet halen, vermoedde ik, daarvoor zat ik veel te ongunstig. Ik pakte een brief van mijn geliefde uit mijn rugzakje, las een paar passages, en schreef haar vervolgens een kort, paniekerig kattebelletje, dat ik altijd heb bewaard.

,,Lieve A. De eerste noodlanding die ik ooit heb meegemaakt. Zeer angstig. Iedereen zenuwachtig. Ik ook. Hou van je. Ziet er echt slecht uit.''

Daarna zette ik m'n lievelingsbandje op. Toen ik op de volumeknop keek, zag ik tot mijn verbazing dat die op tien stond, terwijl ik gewoonlijk stand vier al aan de harde kant vond. Ik probeerde aan dierbare en intieme momenten met mijn geliefde te denken, maar daarvan werd ik zo zenuwachtig dat ik me alleen concentreerde op haar gezicht. Als dat niet lukte keek ik even naar de man voor me, die een opmerkelijk lief gezicht had. Verder vroeg ik mij af welk deel van het bandje ik zou horen als het toestel de grond raakte.

Dat was een kwartier later het geval. Het vliegtuig maakte zo'n ruwe landing dat enkele banden met een luide knal explodeerden. Ik kon naar buiten kijken en zag daar iets dat ik ook nooit zal vergeten: naast het vliegtuig reed een antieke brandweerauto, een regelrecht museumstuk, waarschijnlijk een model dat in de jaren vijftig door de Britten was achtergelaten. Het was er ook maar één. Op het dak stond een ielig mannetje in een zilverkleurig pak dat van folie leek te zijn gemaakt. Hij richtte iets op het vliegtuig dat nog het meest leek op een enorme slagroomspuit: een zilverkleurige trechter waarmee hij even later de motor en het landingsgestel onder het schuim zette.

De rest is snel verteld. We hoefden niet via de nooduitgangen het vliegtuig te verlaten maar mochten gewoon uitstappen. Een uur later zaten we met tweehonderd passagiers in het Sheraton. In Nepal had ik wekenlang in de smoezeligste berghutten geslapen en gegeten zonder één keer ziek te worden. In het Sheraton van Dhaka at ik een vijfsterrenmaaltijd waar ik dagen buikloop van had.

De vlucht naar Bangkok, aan het eind van de volgende dag, begon zenuwslopend: overal bleke, biddende Amerikanen. Naast mij begon iemand te kotsen. Eenmaal in Bangkok vroeg de eerste taxichaffeur of ik naar de hoeren wilde. Maar nee, ik wilde snel naar huis, bij mijn geliefde op de bank zitten, een baan zoeken, trouwen, kinderen krijgen.

En dat heb ik gedaan.