Geld geef je niet, tenzij veel

Iedereen kent het verhaal wel in de een of andere vorm: Twee mannen geven elkaar elk jaar voor hun verjaardag een enveloppe met vijfentwintig gulden erin. Degene die het geschenk heeft ontvangen dankt de ander hartelijk en legt de envelop ergens in een kast, om vervolgens dezelfde envelop met dezelfde vijfentwintig gulden weer op diens verjaardag te geven. Heel efficiënt, al weet op den duur geen van beiden eigenlijk of het geld er nog wel in zit. Maar ja, het gaat om het gebaar.

Juist dat maakt het verhaal natuurlijk zo grappig. Geld geven, dat dóe je niet. Ook al kan de ontvanger van het geld dan helemaal zelf bedenken wat hij wil kopen, en zal hij meestal iets weten wat hij leuker vindt of harder nodig heeft dan een willekeurig cadeau. En ook al heeft iedereen het tegenwoordig zo druk dat er `onthaast' moet worden, en dat er een `commissie dagindeling' is gekomen, voor het uitzoeken van cadeaus moet nog steeds de tijd worden genomen, want de moeite die de gever heeft genomen om iets persoonlijks te zoeken, wordt het meest gewaardeerd.

Geld als geschenk wordt hooguit geaccepteerd wanneer ouders het aan hun kinderen geven, of als een jarige of jubilaris zelf heeft aangegeven iets duurs te willen kopen. En in het laatste geval vinden de gevers zelfs dat ze er recht op hebben om te weten wat het feestvarken met het geld van plan is. Ze kunnen zelfs kwaad worden als later blijkt dat die iets heel anders heeft gekocht. Want dan hebben ze achteraf toch geld gegeven in plaats van een cadeau, en dat zouden ze natuurlijk nooit doen, dat is minder leuk. Wie toch geld wil schenken, moet dan ook met een hoger bedrag op de proppen komen dan hij voor iets tastbaars zou hebben uitgegeven – om zijn gebrek aan betrokkenheid en originaliteit af te kopen.

En dat terwijl het steeds moeilijker wordt om origineel en betrokken over te komen. Winkeliers beijveren zich al jaren, met succes, om het aantal `geschenkmomenten' te doen toenemen. Met moederdag is een ontbijt op bed niet meer genoeg. Veel Nederlanders vieren sinterklaas én kerst met cadeaus – een gemiddeld gezin gaf dit jaar per gevierd feest 250 gulden uit, volgens het NIPO. Volgende `geschenkmoment'-kandidaten dienen zich al aan. In 1999 kon je met Pasen nog wegkomen als je slechts een kaartje stuurde, maar waarschijnlijk wordt ons binnen enkele jaren aangepraat dat echte genegenheid ook dan vraagt om een geschenk. Met Valentijnsdag móet je eigenlijk al.

Omdat we zo vaak iets moeten geven en omdat we het zo druk hebben, gebeurt er met cadeautjes iets vergelijkbaars als met geld. Het is moeilijk iets origineels te bedenken, dus kopen we maar iets wat minder origineel is en een beetje duurder. Een cd'tje kan eigenlijk al niet meer. Kinderen kregen dit jaar elektronisch Engels sprekende knuffelpoppen van sinterklaas of de kerstman, volwassenen worden verwend met espresso-apparaten en voor alle leeftijden mobiele telefoons. En de moderne chocoladeletter is niet gewoon puur of melk, maar praliné of rum-rozijnen.

En vooralsnog blijven we steeds duurdere dingen geven. Nederlanders zijn in 1999 onder andere als vakantiemoe en cursusmoe afgeschilderd, maar cadeautjesmoe lijken we nog niet te zijn. Misschien komt dat nog; we hebben nog een week. Anders gebeurt het vast de volgende eeuw.