Een wonderschone virtuele Carmen

De kijkdoos is het mooiste kinderspel dat bestaat. Over een lege schoenendoos span je gekleurd papier. Je plaatst er uit tijdschriften geknipte poppetjes in, huisjes, bomen. Wattenproppen verbeelden wolken. Aan de voorkant maak je een opening: kijk daar doorheen, en een verstilde, bijna betoverde wereld ontvouwt zich. Voor veel kinderen is de zelfgemaakte kijkdoos misschien net zoiets als het bouwen van een eigen kleine theaterzaal.

Regisseur Harrie Geelen maakte van de hartstochtelijke opera Carmen (1875) door Georges Bizet een schitterende ceatie voor de televisie, die hij Carmen & Ik noemt. Die naamsverandering is terecht, want Geelen heeft het verhaal naar zijn eigen hand gezet. In zijn visie is José, de man die ogenschijnlijk nonchalant reageert op Carmens passie, een arme boer uit de bergen en zeker geen hoogstaande Don, zoals in het origineel. Bovendien vertelt Geelen het operaverhaal in de hemel, waar José zich bevindt. Want, in een bui van jaloezie en passie, vermoordde hij de wispelturige Carmen, waarna hij werd terechtgesteld.

José, de verliefde man, is ongelukkig. In die hemel houden engelen hem een kijkdoos voor, waarin hij zijn leven en zijn misdaad terugziet. Carmen & Ik past in de ondertussen indrukwekkende operatraditie die Geelen op zijn naam heeft staan; eerder regisseerde hij Idomeneo, Die Zauberflöte en De terugkeer van Ulysses.

Niet zozeer Geelens interpretatie van het verhaal maken Carmen & Ik zo fascinerend, maar de pure esthetiek en poëtische schoonheid ervan. Frank Groothof als José, Astrid Seriese als Carmen en Porgy Franssen als de engel lopen door het Spaanse landschap en door de stad Sevilla alsof ze werkelijk in een kijkdoos tot leven zijn gekomen. Geelen nam, in een neutrale blauwe studio, opnamen van de acteurs en actrices in hun spel. Vervolgens creëerde hij met behulp van de computer een wereld van kijkdoosplaatjes om hen heen. Glanzende tijdschriften, reisfolders en fotoboeken vormden zijn bron van inspiratie. Hij legde de afbeeldingen op de scanner van de computer en bracht tot slot, zoals een regisseur in het echt, decor en spelers samen op het scherm. Deze manipulatie paste hij ook toe op de figuren; van één kon hij er, door ze eenvoudigweg te kopiëren, zoveel maken als hij wilde. Een arena met duizenden toeschouwers bijvoorbeeld telt feitelijk maar twee figuren.

De uitzending is het toonbeeld van virtuele realiteit: de acteurs spelen in een niet-bestaande wereld, die in zijn abstractie en schoonheid doet denken aan een toverboek. Frank Groothof speelt fraai de ongelukkige José, die zich verbaast over de kijkdoos waarin hij is terechtgekomen. Porgy Franssen acteert tweemaal gelijktijdig dezelfde engel; dat kan met de computer. Als Groothof een luik in de vloer opent, gaapt onder hem de oneindige blauwe lucht. De operateksten zijn in het Nederlands vertaald en hebben vaak een heel andere betekenis. De sigarenfabriek waar Carmen – een zwoele en ook schorpioenachtige rol van Astrid Seriese – werkt, is een vernuftig gemaakt schouwspel van radertjes en meisjes die in die radertjes hun plaats hebben.

In Carmen & Ik ziet de wereld eruit alsof perspectief niet bestaat. De gebouwen zijn plat, het licht is wonderlijk mooi en lijkt te vallen door het gekleurde cellofaan van een echte kijkdoos. De regisseur had acht opnamedagen nodig; daarna werkte hij met zijn technici anderhalf jaar en met de snelste computers aan deze verstilde, wonderschone hemelse schoenendoos. Het is een bijzondere ervaring dat de hedendaagse computer het mogelijk maakt de kinderlijke kijkdoos van vroeger weer tot leven te wekken.

Carmen en Ik, zondag, Ned.3, 16.19-17.15u.