Een vleugje Bloem en Slauerhoff

`Iemand die vurig schrijver wil worden, begint met dichten', aldus Gerard Reve. `Afgezien of het goed of slecht is; een gedicht maken kan iedereen in een middag. Ik ontwikkelde een methode om gedichten te maken. Er vallen je een paar woorden in, metrum en ritme kan je het beste uitwerken terwijl je wandelt. Vrije poëzie bestaat niet; de opbouw gehoorzaamt altijd aan bepaalde wetten – dat is vrijheid. Dat lopen geeft je een soort vrijheid, er vallen je buiten meer dingen in dan in je kamer.'

Tom Rooduijn citeert deze huis-tuin-en-keuken-poëtica in zijn inleiding bij Terugkeer, een heruitgave van Reves in eigen beheer uitgegeven poëziedebuut. De eerste druk van deze elf jeugdverzen liet de 16-jarige Gerard K. van het Reve in de zomer van 1940 stencillen bij `Copieerinrichting De Kameel' in Amsterdam-Noord. De vijftig exemplaren verspreidde hij onder vrienden en kennissen. In 1987 was daar nog maar één van terug te vinden.

Reves nuchtere poëzieopvatting dateert niet van zijn jongensjaren, maar de bronnen ervan zijn herkenbaar in zijn puberdichtwerk. Toon en inhoud daarvan zou je kunnen samenvatten als: een vleugje Slauerhoff, een snufje Bloem, een beetje Du Perron, en mogelijk ook al invloed van het werk van Richard Minne, aan wie Reve het motto van zijn Verzamelde gedichten ontleende. Een combinatie dus van zwerversromantiek en het streven naar een zo aards mogelijke formulering. Typerend is het slotvers van het vier kwatrijnen tellende titelgedicht, `Terugkeer':

Ginds ligt mijn merend schip. Ge kunt het zien

Hoe het de natte wimpels hangen laat. Ach ziet,

Nu blijft een mens niets anders over dan misschien

Het kleine, vaste huis, de kachel en

kanariepiet.

De hagiografische inleiding van Rooduijn laat de poëtische invloeden onbesproken. Dat het motto van Terugkeer een door de jonge Reve zelf vertaald kwatrijn van John Masefield (1878-1967) is, leidt slechts tot de constatering dat deze keuze veelzeggend is `over zijn gemoedstoestand in die jaren'. Een suggestieve conclusie, die niet nader wordt toegelicht. Bedoelt Rooduijn dat de derde regel van Masefields zwerversgedicht (`Geen vrouw, geen haard verwacht mij. Ik blijf ook liever zonder.') rechtstreeks verband houdt met Reves prille ontdekking van zijn homoseksualiteit? Interessanter lijkt mij de vraag waar de jonge dichter het vers van de Engelse Poet Laureate gelezen had, en of ook andere Angelsaksen aan de wieg van zijn debuut stonden.

In het licht van Reves latere roem is het lastig om de kwaliteit van Terugkeer zuiver te beoordelen. Een dichtende tijdgenoot had in 1940 de scholier wellicht wat moed ingesproken met `Ga zo door, jongen'. Na zestig jaar zijn deze jeugdverzen echter makkelijker aan het totale Reve-oeuvre af te meten dan aan de literaire tijdgeest van het eerste oorlogsjaar. In de verantwoording van zijn Verzamelde gedichten noemde Reve ze `bij al hun onvoldragenheid, aandoenlijk'. Het herdrukken van zijn jeugdwerk vond hij ook terecht `omdat op enkele plaatsen een beeld of een vergelijking de toon en het levensgevoel aankondigen dat mijn latere werk zal kenmerken.'

Dat geldt, denk ik, in ieder geval voor `Alleen':

Ver weg het donkre water op

Ging ik eens in een kleine boot;

De wind lag stil en zonder stoot

Van golfslag voer ik zwijgend voort

En schouwde om mij heen:

Een vis die door het water schoof

Een vogel die de lucht in stoof

En ik zat in mijn boot en dacht:

Een vis die door het water schuift

Een vogel die de lucht in stuift

En ik hier in mijn boot.

Dat is de `visser van ma yuan', nog voordat Lucebert hem zag. De formulering is nog niet die van de latere Reve, maar de ondertoon al wel.

Voor Revianen zal deze heruitgave van Terugkeer een verleidelijke souvenirwaarde hebben. Dat uitgeverij Conserve dit bundeltje graag in haar debutenreeks opnam is even begrijpelijk. Er is blijkbaar een markt voor dit soort relikwieën, getuige ook het voornemen van De Bezige Bij om binnenkort het poëziedebuut van W.F. Hermans te herdrukken. Hermans' Kussen door een rag van woorden werd na de eigen beheeruitgave van dertig exemplaren in 1944 echter nooit opnieuw uitgegeven, terwijl Reve's Terugkeer in 1993 al in facsimile verscheen.

Wie echt geïnteresseerd is in de poëzie van Reve heeft natuurlijk allang zijn Verzamelde gedichten. Naast al het latere dichtwerk biedt deze bundel (zonder leeslintje maar voor vijftien gulden minder) tien jeugdverzen meer dan Terugkeer.

Gerard Reve: Terugkeer. Conserve, 69 blz. ƒ39,95