EEN NYLON OVERHEMD ZWEETTE ERG, MAAR WAS OOK ZO WEER DROOG

Toen in de jaren dertig door de Amerikaanse chemicus Wallace H. Carothers nylon-6,6 werd uitgevonden, was nog niet te voorzien wat voor een zegetocht deze nieuwe kunststof zou maken. Maar toevallig viel door de Japanse bezetting van het Verre Oosten de aanvoer van zijde volledig weg. Het nieuwe nylon, een samentrekking van New York en Londen waar het onderzoek was verricht, was goed te verspinnen en de garens bleken zeer geschikt voor dameskousen. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de naam nylon onlosmakelijk verbonden aan dameskousen: `nylons'. In Europa werd een vergelijkbare kunststof uitgevonden, nylon-6, eveneens een polyamide met soortgelijke eigenschappen.

Na de oorlog ontstond een ware nylon-rage. Nylon was sterk, modern, veerkrachtig, kon gemakkelijk worden gewassen en werd vrijwel niet vuil – de ideale eigenschappen voor alle textiel, dacht men. Eind jaren vijftig werden lakens, ondergoed, overhemden, broeken en jassen massaal van nylon vervaardigd. Maar deze producten was geen lang leven beschoren.

Aanvankelijk stond nylon synoniem met modern. Als de geliefde van James Bond per ongeluk diens hagelwitte overhemd besmeurt, stapt deze lachend onder de douche – niet alleen met zijn overhemd aan, maar volledig in het pak: ``Geeft niets, kijk, is zo weer droog.''

Maar korte tijd later komt het nylon overhemd in een kwade reuk te staan. Een nylon overhemd is zweterig en benauwd. Bovendien vergeelt het vrij snel en vallen er gaten in als er ook maar het kleinste vonkje op valt – en er werd wat afgerookt in de jaren zestig. Nylon overhemden konden alleen met een lauwe strijkbout gestreken worden, omdat ze anders smolten. Maar meestal werden ze helemaal niet gestreken (`no iron'), ze konden gewoon uitgehangen worden (`drip and dry'). Maar echt glad oogden deze glibberige hemden niet. Al gauw werd het nylon overhemd synoniem met goedkoop en ordinair. Eind jaren zestig waren ze al weer van het toneel verdwenen. Ook nylon lakens verdwenen om dezelfde redenen; ze zijn nu synoniem met goedkope hotels.

Na de Tweede Wereldoorlog werden nog vele andere soorten nylon en andere polymeren door de grote chemieconcerns geoctrooieerd. Vaak ook met de uitgang -on, zoals Enkalon, Perlon, Penton, Teflon, Macrolon, Lamellon, Akulon. Veel van deze nieuwe kunststoffen vonden toepassing in de textielsector.

Nylon is nog steeds onovertroffen voor de productie van schroefasafdichtingen van kleine schepen, van kousen, trossen met sterke rek en vooral van tapijten. Voor tapijten is er door de DSM zelfs een groot recyclingbedrijf opgericht, waarbij van oud tapijtmateriaal weer nieuw wordt gemaakt. Het nylon overhemd is volledig door katoen (met toevoeging van polyester) vervangen.

(Rob Biersma)