Een nomade met een passie voor turnen

De Russische turntrainer Boris Orlov (54) krijgt in 2000 geen salaris meer uitbetaald door de Nederlandse gymnastiekbond. Bij gebrek aan werk kan hij het land worden uitgezet. ,,Zwerven is mijn lot.''

,,Meneer de directeur, mag ik één sigaretje opsteken?'' De donkere stem van kettingroker Boris Orlov galmt door het Nijmeegse turncentrum. Hij krijgt toestemming van Wim Zegers, die als bestuurslid van De Hazenkamp geen kwaad woord wil horen over zijn Russische trainer. In een vergaderruimte boven de gymzaal steekt Orlov deze middag een half pakje sigaretten op. ,,In Nederland mag je zelfs een kop koffie drinken in de zaal. In Rusland schieten ze dan meteen met scherp. Bij het turnen hebben ze daar nog nooit van glasnost en perestrojka gehoord.''

Boris Orlov leidt al meer dan 35 jaar een nomadenbestaan. Met zijn lange grijze haren en zijn korte pezige lichaam lijkt hij rechtstreeks weggelopen uit het Russisch Staatscircus. Navraag leert dat hij tijdens zijn militaire diensttijd inderdaad een centje bijverdiende als circusartiest. Hij leerde turnen in Moskou en werd volgens de regels in de Sovjet-Unie klaargestoomd voor het trainersschap. Hij stond in 1983 aan de basis van de wereldtitel van de Russische turnster Olga Bitsjernova. ,,In Nederland ben ik al lang blij als ik een hele ploeg naar een WK kan afvaardigen'', stelt hij nuchter vast.

Op vriendelijk verzoek van de Russische beleidsbepalers verhuisde hij in 1986 naar Nederland, dat een uitwisselingsprogramma met Rusland had opgezet. Tussendoor was hij voor een korte periode werkzaam in Duitsland en Frankrijk. Vergeleken met die ontwikkelingslanden heeft de Nederlandse turnsport nog enig perspectief. Orlov, lachend: ,,In Frankrijk dronken de trainers om tien uur 's ochtends een paar glazen wijn. Want een turnzaal is geen kerk, zeiden ze daar.''

Het nomadenbestaan van Orlov krijgt volgend jaar een naargeestig vervolg. Hij wordt niet langer uitbetaald door de nationale gymnastiekunie (KNGU) en is voortaan aangewezen op de vrijgevigheid van De Hazenkamp. In het Nijmeegse turncentrum traint hij de lenigste meisjes van Nederland. Bestuurslid Zegers is enthousiast over de vorderingen van zijn pupillen en hij roemt de kwaliteiten van zijn coach. Maar het is twijfelachtig of De Hazenkamp het salaris van Orlov kan uitbetalen. Hij verdient bij de bond ongeveer 75.000 gulden, ruim de helft van de jaarlijkse begroting van De Hazenkamp.

Met gevoel voor ironie, die tijdens het gesprek in cynisme omslaat, brengt Orlov het warrige bondsbeleid ter sprake. Sinds zijn komst in 1986 heeft hij het hoofdbestuur wel zes keer van samenstelling zien veranderen. Iedere nieuwe voorzitter wilde zijn stempel drukken op het turnbeleid. Orlov verwijst naar het Stalin-tijdperk.

,,Eerst hadden we centralisatie, toen kregen we decentralisatie'', zegt hij met een olijke knipoog. ,,Daarom hebben ze Papendal als turncentrum opgedoekt. De kinderen mochten niet meer in internaten slapen, dat vond men niet pedagogisch. Nu slapen ze bij gastouders in zogenaamde steunpuntcentra. En ze gaan in de buurt van de trainingszaal naar school. Heel verantwoord allemaal.''

Orlov vertelt over de degradaties die hij in Nederland moest ondergaan. ,,Eerst was ik bondscoach, toen werd ik bondstrainer, daarna werd ik steunpunttrainer. Ik weet het verschil niet. Nu willen ze een zwerver van mij maken. Prima. Ik ben een product dat via Albert Heijn en Edah in de vuilnisbak wordt gegooid. Gelukkig is het in juli altijd lekker warm in Moskou, wanneer ik volgend jaar zwerver word.''

Via Oude Pekela, Apeldoorn en Papendal kwam hij een paar jaar geleden in Nijmegen terecht. Hij spreekt vol bewondering over de luxe accommodatie van De Hazenkamp. ,,In Rusland leren de kinderen turnen in koude gymlokalen. Daar worden ze hard van.'' Hij beschouwt het Nijmeegse turncentrum als zijn tweede huis. Na afloop van de training maakt hij eigenhandig de vloer en de toestellen schoon. Hij speculeert over vrijwilligerswerk, wanneer het geldgebrek ter spake komt. ,,Ik hoef geen geld, maar het turnen mogen ze mij niet afnemen.''

Volgens Orlov ontbeert Nederland een gestructureerd topsportbeleid. De meeste bondsbestuurders hebben geen kennis van zaken. Hij maakt een vergelijking met een schilderij van de Russische kunstenaar Vassili Kandinsky. ,,Turnen kan ook heel mooi zijn, maar het gaat om de inhoud. Er is een groot verschil tussen `kijken' en `zien'. Als ik maar even twijfel over een bepaalde oefening, begin ik er niet aan. Een Nederlander probeert alles, want hij denkt dat hij overal alles van af weet.''

Turnen is fun, luidt een nieuw credo van de nationale gymnastiekunie. Met deze slagzin hoopt de KNGU meer leden te werven. ,,Zo'n domme tekst kan alleen maar door een Nederlands bond zijn verzonnen'', zegt Orlov. ,,Turnen is life, lijkt mij een betere tekst. Turnen is geen recreatie. In dat geval moet je lekker met ringen gaan zwaaien en met hoepels gaan gooien. Er worden geen prioriteiten gesteld. Turnen is een levenslot. Als ze kampioen willen worden, moeten de meisjes doen wat ik wil en niet andersom. Ik ben geen dictator, ik ben wel een leraar met kennis van zaken.''

Zijn eigen kinderen spelen een sleutelrol in het leven van Orlov. Zijn 26-jarige zoon woont en werkt in Moskou. Hij is volwassen en onafhankelijk. Zijn 15-jarige dochter woont en studeert in Nijmegen. Zij wil nooit meer terug naar Rusland. Daarom wordt hij voor een dilemma gesteld. Kiest hij voor het geld, kiest hij voor zijn zoon, kiest hij voor zijn dochter of kan hij deze prioriteiten verenigen? Hij heeft zijn keuze nog niet bepaald. ,,Ik vecht tot aan mijn dood, in het belang van het turnen'', zegt hij beneden in de gymzaal. Zijn meisjes zijn juist begonnen met de eerste rek- en strekoefeningen.