De Paus die zweeg

Pius XII (Eugenio Pacelli) is zonder twijfel de meest omstreden paus van deze eeuw. Binnen de katholieke kerk wist hij de macht van het pauselijk ambt tot een ongekend hoogtepunt op te voeren. Dat ging ten koste van de lokale episcopaten. Wie van het conservatieve Romeinse standpunt op theologisch of maatschappelijk terrein afweek, kon rekenen op een keiharde terechtwijzing. Het is geen wonder dat het Tweede Vaticaans Concilie, dat enkele jaren na Pius' dood in 1958 bijeenkwam, collegialiteit en aanpassing (aggiornamento) hoog op de agenda zette.

Buiten de kerk richtte de kritiek zich vooral op zijn oorverdovend zwijgen over het lot van de Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarmee op zijn morele medeverantwoordelijkheid voor de grootste massamoord uit de recente geschiedenis. De polemiek kwam op gang door het toneelstuk Der Stellvertreter (1963), waarin de Duitse auteur Rolf Hochhuth de paus neerzette als een cynische kapitalist die alleen oog had voor zijn beleggingen. In de decennia daarna is het debat op vaak verhitte toon voortgezet.

In deze polemiek staat de morele kwestie terecht voorop. Was de paus op de hoogte van wat zich in de vernietigingskampen afspeelde, en zo ja, waarom heeft hij als invloedrijk geestelijk leider daartegen nooit op duidelijke wijze zijn stem verheven? Er vormden zich standpunten pro en contra, beide door historisch onderzoek ondersteund. Intussen is duidelijk geworden dat het Vaticaan in 1942-1943 in belangrijke mate op de hoogte moet zijn geweest van het lot der gedeporteerde joden. Maar er is geen definitief antwoord op de vraag, waarom de paus bleef zwijgen. De bronnenpublicatie in elf delen, die de Heilige Stoel na 1965 uitbracht, voorziet hier niet in, omdat de selectie van die stukken niet te controleren is.

John Cornwells boek heeft in de media sterk de aandacht getrokken en niet zonder reden. Hij schrijft in een toegankelijke, journalistieke stijl die hyperbolen niet schuwt. Deze `geheime geschiedenis' belooft de lezer volgens de omslag een firm and final indictment. Aan het einde van het zestiende hoofdstuk lost de auteur die belofte in door Pius XII in krachtige termen te veroordelen. Volgens hem had Hitler zich bij het uitvoeren van de Endlösung geen betere paus kunnen wensen. Hij was `Hitlers pion, Hitlers paus': anti-joods, pro-Duits en hysterisch anticommunistisch. Als ambtenaar, diplomaat, kardinaal en opperherder was hij voortdurend bedacht op uitbreiding van de pauselijke macht tegen welke prijs dan ook. Hij was een machtspoliticus, machiavellist en hypocriet. Zijn religieuze en theologische opvattingen sloten daarop aan: een mengeling van uitverkiezing, kille onthechting en pseudomystiek. Pius XII heeft over het lot van de joden gezwegen, omdat dat hem onverschillig liet en een openlijk protest niet in zijn machtsstrategie paste.

Isolement

Cornwells `finale' oordeel over Pius XII berust, volgens de verantwoording in het slothoofdstuk, op de studie van literatuur in combinatie met tot dusver onbekend archiefmateriaal. Zo kon hij een nieuwe, waarachtige biografie van Pacelli schrijven, waarin afkomst, achtergrond, opleiding en carrière de sleutels vormen tot het optreden van de paus en zijn eigenaardige psychische habitus. Zelfgekozen isolement blijkt een grondtrek van zijn karakter; antisemitisme, ongezonde Maria-verering en diepe eerbied voor het pausschap kreeg hij met de paplepel ingegoten in het Romeinse milieu waaruit hij stamde. Na bijna veertig jaar binnen de curie bereikte hij in 1939 de hoogste post, nadat hij al tien jaar het op een na hoogste ambt had bekleed, dat van Staatssecretaris. Maar al lang tevoren, als subaltern ambtenaar, speelde hij achter de schermen een belangrijke en sinistere rol. Cornwells centrale stelling is dat al die tijd uitgangspunten en doel van Pacelli dezelfde bleven: centralisatie van de kerkelijke macht bij de Romeinse curie, uitbouw van het pauselijk absolutisme, vestiging van een kerkelijk totalitarisme. Om dat te bereiken ging hij over lijken, als het moest letterlijk.

Deze stelling bouwt de auteur met gevoel voor dosering op in een aantal hoofdstukken waarin hij de toekomstige paus, geboren op 2 maart 1876, vanaf 1901 volgt op zijn lange mars door de instituties: als ambtenaar bij de politieke afdeling van de Vaticaanse Staatssecretarie, als nuntius in Beieren en Berlijn (sinds 1917) en als Staatssecretaris (1929). In die functies zou hij volgens Cornwell eerst hebben bijgedragen aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog door het concordaat met Servië (1914), terwijl zijn assistentie bij het opstellen van een nieuw kerkelijk wetboek tot doel had de lokale kerken volledig te onderwerpen aan de Romeinse curie. In München en Berlijn dwong hij door het afsluiten van concordaten het Duitse katholicisme onder het Vaticaanse juk. De bekroning was het Reichskonkordat met Hitler (1933), dat het einde betekende van het christen-democratische Zentrum. Daarmee werd, nog steeds volgens Cornwell, de enige actieve, democratisch en pluriform denkende kracht opgeruimd die de oppermacht van het nationaal-socialisme in de weg stond, een gecoördineerd verzet had kunnen bieden en op termijn de jodenvervolging had kunnen voorkomen. Op de achtergrond speelde Pacelli's diepe haat tegen het communisme, die ook zijn pontificaat kleurde. Als hij al gedwongen werd te kiezen tussen twee kwaden, was het nationaal-socialisme voor hem het kleinste van de twee.

Het heeft weinig zin hier de verdere hoofdstukken van Cornwell op de voet te volgen, omdat aan zijn centrale these niets verandert. Het `grote zwijgen' van Pius XII past in hetzelfde stramien. Keer op keer werd Sovjet-Rusland door de paus in striemende documenten veroordeeld, terwijl hij zich ten aanzien van Duitsland en zijn satellietstaten hulde in een welwillende neutraliteit, die als een boven de partijen staande onzijdigheid werd gepresenteerd. Daarin was, zeker na 1941, geen plaats voor een directe veroordeling van het nazi-regime, dat in een titanenstrijd met het communisme was gewikkeld. Daarin paste ook geen publieke uitspraak over de joodse slachtoffers van dat regime, die door de geallieerden als propaganda kon worden misbruikt. Door zijn neutraliteit hoopte Pacelli na de oorlog (en liefst ook na de ondergang van de Sovjet-Unie) als bemiddelaar een grote rol op het politieke wereldtoneel te krijgen.

Requisitoir

Cornwell werkt deze these met ijzeren consequentie uit en gebruikt daarvoor alle compositorische en retorische middelen die hem ter beschikking staan. Het resultaat is een verhaal waaruit alle hem minder welgevallige elementen zijn weggelaten en dat nu eens met feiten, dan weer met vragen of suggesties wordt opgebouwd. Het is spannend gecomponeerd, maar dat maakt het, ondanks alle pretentie, niet tot geschiedschrijving. Daarvoor lapt hij de regels van het vak te veel aan zijn laars. Het boek doet eerder denken aan het requisitoir van een openbare aanklager die een jury moet bewerken. De auteur neemt vervolgens zelf in de jurybanken plaats en spreekt tenslotte de veroordeling uit. Aan het slot blijkt bovendien dat hij als belijdend katholiek met zijn kerk nog een ander appeltje te schillen heeft. Hier functioneert het verhaal van Pius XII in een actuele binnenkerkelijke context, als poging om een dreigende zaligverklaring van deze paus te voorkomen. Die zou de overwinning van het curiale conservatisme bezegelen. Die toepassing van guilt by association maakt het voorafgaande deel van het boek niet geloofwaardiger.

Als geschiedwerk of serieuze onderzoeksjournalistiek vertoont Hitler's Pope ernstige feilen. Het boek berust bijna helemaal op bestaande gedrukte bronnen en historische literatuur, memoires en producten van contemporaine anekdotische journalistiek. De auteur heeft dit materiaal oppervlakkig gelezen en verwerkt, en pikt eruit mee wat hij gebruiken kan. Zijn inzicht in de historische context is fragmentarisch. De literatuurlijst is verre van volledig en hij citeert vaak uit de tweede of derde hand.

Uitglijders

Ook zijn er curieuze uitglijders. Cornwell suggereert, dat uit de Vaticaanse bronnenpublicatie over de Tweede Wereldoorlog belangrijke documenten zijn weggelaten. Hij baseert dat op het feit, dat een gedetailleerd memorandum van voorjaar 1942 over de wanhopige situatie van de joden in Europa slechts in een voetnoot wordt vermeld. Maar dit stuk was door de historicus Friedländer afgedrukt in 1964, vóór de Vaticaanse publicatie verscheen. Pacelli's geruchtmakende `antisemitische' depêche uit 1919, die hij na `unprecedented access' in een Vaticaans archief heeft opgediept, werd al in 1992 (en toen volledig) gepubliceerd. Met het archiefonderzoek is het al even treurig gesteld. Een van zijn drie `exclusieve' nieuwe bronnen, het archief van de `Congregatie voor buitengewone aangelegenheden', is al jaren voor iedere serieuze historicus toegankelijk. Het overige nieuwe materiaal heeft óf geen betrekking op de Tweede Wereldoorlog, óf voegt niets toe aan wat we al wisten.

Op deze wankele basis komt Cornwell tot zijn ophefmakende aanklacht en veroordeling. En de cocktail van Vaticaanse geheimen, antisemitisme, Holocaust en Kroatisch roofgoud, opgesierd met bruikbare oneliners, heeft zijn uitwerking op de media niet gemist. Wie een antwoord wil krijgen op de vraag wie Pius XII was en waarom hij in de oorlogsjaren zweeg, kan dit boek ongelezen laten. Er zijn betere studies over gepubliceerd en zolang de Vaticaanse archieven gesloten blijven, is niet te verwachten dat daar veel nieuws aan toe te voegen is. Intussen blijven er brandende vragen. Misschien kan de sensatie rond deze publicatie de Heilige Stoel overhalen tot iets wat al veel eerder had moeten gebeuren: openstelling van het archief over de jaren 1922-1945. Dan is het werk van deze senior research fellow van Jesus College, Cambridge, toch niet vergeefs geweest.

John Cornwell: Hitler's Pope. The Secret History of Pius XII. Viking, 430 blz. ƒ79,60

Hitlers Paus. De verborgen geschiedenis van Pius XII. Vertaald door Meile Snijders. Balans, 416 blz. ƒ49,50