De oorlogen van morgen

De oorlogen van morgen draaien minder om ideologie, meer

om milieu-kwesties. Maar niemand weet wie er straks slaags raken in cyberspace.

Bovenstaande wereldkaart klopt niet, dat is een veilige veronderstelling. Dat komt enerzijds doordat het voorspellen van nieuwe brandhaarden op zijn best een educated guess is. Net zomin als in 1899 iemand kon voorspellen dat Servië honderd jaar later door een coalitie van landen zou worden aangevallen, zo zullen in 2099 oorlogen woeden waarvan niemand anno nu de oorsprong kan bevroeden.

Maar dat dit overzicht niet deugt, komt ook doordat zo'n tweedimensionale projectie van het aardoppervlak zich de komende eeuw niet meer leent voor het aangeven van geopolitieke hotspots. Het cartografisch onderscheid tussen `ver' en `dichtbij' zal namelijk irrelevant worden naarmate steeds meer landen beschikken over intercontinentale raketten. Cyberspace, even onmeetbaar als onmetelijk, zal in het aankomende centennium naast land, lucht, zee en ruimte een virtuele, maar manifeste `vijfde dimensie' vormen. Bijvoorbeeld: hoe kun je op deze plattegrond een conflict aangeven waarbij een computeraanval op de beurs van Singapore door een internationaal hackers-collectief, ingehuurd door een Taiwanese /Australische multinational, wordt vergolden met een intercontinentaal raketoffensief? Precies.

Klassieke wrijvingsvlakken, of die nu etnisch, religieus of ideologisch zijn, zullen heus nog wel aanleiding geven om de `buren' de oren te willen wassen. Maar afstand zal dus een afnemende rol spelen in oorlogen die de volgende eeuw de voorpagina's van de kranten halen – als er dan nog dagbladen bestaan.

Toch valt wel iets te zeggen over toekomstige conflicten (de lopende oorlogen zijn hier, twintigste-eeuws als ze zijn, achterwege gelaten). Iedere oorlog, of die nu wordt uitgevochten met kapmessen, ruitercharges of kruisraketten, kent dezelfde regels en wetmatigheden. Erwin Rommel, Dzjenghis Khan en Michiel de Ruyter hadden in beginsel dezelfde logistieke hoofdbrekens. Voor Moshe Dayan, Shaka Zulu en Napoleon was het verrassingselement van even groot belang. Plus ça change, plus c'est la même chose. Het gedachtengoed van de Chinese krijgstheoreticus Sun Tzu, die deze grondregels ver voor de jaartelling voor het eerst omschreef, wordt nog op iedere militaire academie onderwezen.

Een pesthekel aan een buurvolk kan reden zijn om naar de wapens te grijpen en die met een goed moreel te blijven hanteren. En een numeriek of technologisch overwicht kan van zichzelf al voldoende zijn om de grens over te trekken. De aanleidingen om ten strijde te trekken zijn net zo oud als de wetmatigheden van Sun Tzu.

De redenen waarom de volgende eeuw groeperingen of landen oorlog zullen voeren, verschillen alleen in nuance van de redenen waarom ze dit tweeduizend jaar eerder deden. Dat het op de godsdienstige en etnische breukvlakken op de Balkan, in het Midden-Oosten en de Kaukasus zal blijven `rommelen', lijkt een veilige aanname. Zeker sinds de rem van de Koude Oorlog eraf is. In Montenegro en Macedonië is het nog relatief rustig, maar animositeit ligt dicht onder het oppervlak.

Datzelfde geldt voor `donker' Afrika. Daar zijn betrekkelijk eenvoudig diamanten en goud, instant-geld, uit de grond te halen. Zo kun je er ook vanuit gaan dat olierijkdom – in de Kaspische Zee, misschien onder Suriname, of de Falkland-eilanden – de nodige kwaadwillenden zal aantrekken.

Maar er zijn ook meetbare verschillen tussen de komende en voorbije oorzaken om oorlog te gaan voeren. Misschien mede dankzij de atoombom is `expansionisme' – in de zin van het graaien naar territorium – een gedateerde term geworden. Het enige voorbeeld dat zich aandient is de Chinese aanspraak op de Spratly- en Natuna-eilanden op een paar duizend kilometer afstand van het Chinese grondgebied. Voor het oprichten van `hoogwatervluchtplaatsen voor vissers' op deze eilanden – die met modern luchtafweergeschut zijn uitgerust – geven de Chinezen als rechtvaardiging, dat er oude potscherven van Chinese herkomst zijn aangetroffen. `In dat geval zijn de Canarische Eilanden van ons', merkte het Britse blad The Economist op, `want daar zijn op het strand vast veel lege bierblikjes van Britse herkomst te vinden.'

`Ideologie' als twistappel – communisme en aanverwante stromingen, versus kapitalisme – is sinds de Val van de Muur ook op haar retour. Amerikanen en Russen vertonen nog wel Koude Oorlog-reflexen, maar serieuze atoombombast is praktisch uitgestorven. Alleen Noord- en Zuid-Korea bekvechten nog met elkaar in stalinistische en `Vrije Wereld'-clichés.

Water lijkt de volgende eeuw aanleiding te zullen geven tot spanningen. Het Groot-Anatolië Project bijvoorbeeld, dat voorziet in de bouw van stuwdammen in de Eufraat en de Tigris, geeft Turkije de mogelijkheid de waterkraan van Irak en Syrië dicht te draaien. Deze landen hebben – met demografische verwachtingen en industriële plannen in gedachten – hun ongenoegen hierover bij herhaling kenbaar gemaakt. Ook elders in het droge Midden-Oosten zou `water' weleens de huidige rol van de natuurlijke hulpbron `aardolie' kunnen overnemen.

Hoewel milieu-aangelegenheden nu op geopolitiek terrein nog een verwaarloosbare rol spelen – afspraken over de uitstoot van broeikasgassen kunnen mondiaal straffeloos worden geschonden – neemt het belang ervan toe. De waterproblemen hebben hier zijdelings mee te maken. Zouden Singapore en Maleisië er niet eens genoeg van hebben dat hun luchthavens gesloten moeten worden door smog van de schaamteloze ontbossing in Indonesië?

Toenemende overbevissing maakt exclusieve economische zones en de afbakening daarvan steeds belangrijker. Onbewoonde eilandjes, waarvan vijftig jaar geleden nog niemand had gehoord, maken daarom een goede kans de volgende eeuw in de krantenkoppen op te duiken. Naar analogie met de `kabeljauwoorlog' tussen Britten en IJslanders, behoort in Aziatische wateren een `tonijnoorlog' tot de mogelijkheden.

Minder conflicten die door ideologie, méér die de volgende eeuw door milieu-aangelegenheden zullen worden geïnspireerd. Het blijft een open vraag wat in 2099 de eindbalans zal zijn – met méér slachtoffers, of juist minder? De stelling dat de `beschaving' een opwaartse lijn volgt, is niet te verdedigen door wie bedenkt dat er nooit méér oorlogslachtoffers vielen dan de afgelopen honderd jaar.