De domme os en de domme ezel

In iedere kerststal tref je ze aan. Ze staan gewoonlijk op eerbiedige afstand van Maria, Jozef en de kribbe, temidden van de Drie Wijzen, de herders en de schapen: de os en de ezel. Al eeuwen lang. Waar komen ze vandaan en horen ze in de stal thuis?

De os en de ezel zijn in bijbelse verhalen uit de vroege Middeleeuwen ,,een vaste scène geworden'', zegt L.J. Lietaert Peerbolte, docent Nieuwe Testament en vroeg christelijke letterkunde aan de Universiteit van Utrecht. ,,Maar in het Nieuwe Testament kom je ze niet tegen. Twee evangelisten, Marcus en Johannes, schrijven niets over de geboorte van Christus; de andere twee, Mattheüs en Lucas, doen dat wél, maar zij reppen met geen woord over de os en de ezel.'' Dat gegeven boeide Lietaert Peerbolte, net als (de in 1978 overleden) hoogleraar W.C. van Unnik van dezelfde faculteit, die er in 1963 een kort artikel aan wijdde.

Lietaert Peerbolte stelde vast dat in de evangeliën van Mattheüs en Lucas, geschreven in de jaren tachtig en negentig na Christus, één opmerkelijke overeenkomst bestaat. ,,Mattheüs en Lucas wringen zich in allerlei bochten om Jezus in Bethlehem geboren te laten worden, want dat was de plek van koning David. En Jezus moest een Davidszoon zijn.'' Maar de verslagen van de twee evangelisten over de geboorte van Christus lopen verder uiteen.

Zo verhaalt Mattheüs over de Drie Koningen die een bijzondere ster hebben waargenomen, vertelt Lietaert Peerbolte. ,,Die Drie Wijzen deden navraag bij de gevreesde koning Herodes: `waar is het kind?' Herodes wist van niets. De wijzen vonden en aanbaden Jezus, waarna een engel hen waarschuwde niet meer terug te gaan naar Herodes. De engel meldt Jozef in een droom dat hij en zijn gezin naar Egypte moeten vluchten, en later dat ze kunnen terugkeren omdat Herodes dood is.'' Mattheüs noemt geen stal of herders, laat staan de os en de ezel.

Lucas beschrijft de aanbidding van Jezus door de herders, die zijn getipt door engelen. Lucas meldt dat Maria zwanger was van God en dat ze met Jozef voor de volkstelling naar Bethlehem moest. Lietaert Peerbolte: ,,Er was geen plaats in de herberg, schrijft Lucas, vandaar dat Jozef en Maria in een stal terechtkwamen.'' Een stal zónder os en ezel.

Vanaf de tweede eeuw worden verhalen over Jezus samengevoegd in evangeliënharmonieën. ,,Ook zijn er in latere geschriften nieuwe elementen bij geschreven. Zo zou Jozef al grootvader zijn geweest toen hij Maria leerde kennen'', aldus Lietaert Peerbolte. De os en de ezel zijn ,,vermoedelijk in de zesde, zevende en achtste eeuw aan het geboorteverhaal van Christus toegevoegd''. Het is volgens hem geen toeval dat het juist deze dieren betrof.

,,In de achtste eeuw vóór Christus noemde Jesaja de os en de ezel toen hij de mensen van Israel opriep God als de heer te erkennen. Jesaja wees hen terecht: wat zijn volk niet zag, zagen een domme os en een domme ezel wél. Zij kennen hun meester beter dan Israel de zijne, aldus Jesaja. Zo is het toevoegen van de twee dieren aan het kerstverhaal en de stal verklaarbaar. De os en de ezel weten wie hun baas is, ze beseffen dat het gaat om een door God gezonden kind, terwijl de mensen dat kind vaak niet herkennen.''