Daumier kon als schilder moeilijk zijn draai vinden

De naam van de kunstenaar is als zelfstandig naamwoord in de Franse taal doorgedrongen. `Un daumier' is een benaming voor iemand met karakteristieke, geprononceerde gelaatstrekken.

Honoré Daumier (1808-1879) is bekend geworden als tekenaar en lithograaf van karikaturen en (politieke) spotprenten. Hij blonk uit in het weergeven van de zelfvoldane ijdelheid en arrogantie van vorsten, politici, magistraten en andere machthebbers. Daarnaast mocht hij graag Parijse `kleine luiden' vastleggen in levendige genretafereeltjes.

Aanvankelijk beperkte hij zijn anekdotisch talent tot het maken van prenten maar op latere leeftijd legde hij zich steeds meer toe op schilderijen. Daarnaast heeft hij zich ook nog met de beeldhouwkunst bezig gehouden. Een groot overzicht in Parijs (het eerste sinds 1934) probeert nu recht te doen aan de volle reikwijdte van zijn artistieke produktie.

Daumier was afkomstig uit een eenvoudige, maar kunstzinnige familie. Zijn vader – een glazenmaker met poëtische aspiraties – was naar Parijs getrokken in de hoop er naam te maken als literator. Dat wilde niet vlotten, zodat Honoré op twaalfjarige leeftijd al moest helpen het gezin te onderhouden.

Een kennis van zijn vader gaf hem zijn eerste tekenlessen. Een andere kunstenaar bracht hem de beginselen van de lithografie bij. Die druktechniek, ontwikkeld in de laatste jaren van de achttiende eeuw, had een grote vlucht genomen. Lithostenen (waarop illustraties rechtstreeks werden getekend) waren veel minder aan slijtage onderhevig dan traditionele druktechnieken, zodat er grote oplagen mee gedrukt konden worden. En dat kwam goed uit in het negentiende-eeuwse Parijs waar informatieve en satirische tijdschriften grif van de hand gingen.

Daumier publiceerde zijn eerste prenten in La Silhouette, een satirisch tijdschrift waaraan ook zijn (latere) vriend Honoré de Balzac bijdragen leverde. Andere bladen waarvoor hij werkte waren La Caricature en het dagblad Le Charivari. Voor de hoofdredacteur van die krant – Charles Philipon – heeft hij ook een prachtige reeks karikaturale beeldjes van Franse politici en hoogwaardigheidsbekleders gemaakt.

Die beeldjes vormen de belangrijkste attractie aan het begin van de tentoonstelling. Even verderop hangt de prent die Daumier in 1832 een veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf opleverde. Koning Louis Philippe – als altijd weergegeven met een peervormig hoofd – wordt erop afgebeeld als de vraatzuchtige reus Gargantua die zich met rijkdommen laat volstoppen.

Het zijn verder vooral Daumiers schilderijen die indruk maken in het Grand Palais. Aangezien er een min of meer chronologische volgorde wordt aangehouden, is goed te zien dat het hem moeite kostte zijn draai te vinden als schilder. Met het martelaarschap van Sint Sebastiaan wist hij zich in 1849 nog niet goed raad. De heilige blikt lodderig naar een fluitspelend engeltje dat plompverloren in de lucht hangt. Daumier had toch meer affiniteit met de alledaagse en anekdotische onderwerpen. Dat bewees hij onder meer in een reeks heerlijke schilderijtjes die gewijd zijn aan de dramatiek van de rechtszaal.

De juridische schilderijen hebben veel met Daumiers prenten gemeen: ze nodigen uit tot het verzinnen onderschriften. Andere onderwerpen die Daumier herhaaldelijk heeft geschilderd, zijn de vermoeide reizigers in een derde klas treincoupé en episodes uit de avonturen van Don Quichotte en Sancho Panza. Het is fascinerend om te zien hoe Daumier erin geslaagd is schilderijen met vrijwel identieke composities in volslagen verschillende kleuren uit te werken. Sommige van die kleurexperimenten hebben tot verbluffend mooie resultaten geleid. Wie de brutale verfbehandeling en Schwung ziet waarmee Daumier Man aan een touw (ook wel `L'Evasion') heeft geschilderd, kan zich amper voorstellen dat datzelfde schilderij al 140 jaar oud is.

Tentoonstelling: Daumier. In: Grand Palais, Place Clemenceau, Parijs. T/m 3/1/00. Open: dag. 10-20 uur, behalve di.