D'Alema kiest voor duidelijkheid én voor risico's

De Italiaanse premier D'Alema forceerde deze week een regeringscrisis en maakte een pijlsnelle doorstart. Een succesvolle ingreep, zo lijkt het. Maar er tikken nog vele tijdbommen onder het nieuwe kabinet.

Toen Massimo D'Alema woensdag had gezworen dat hij als premier de grondwet zou eerbiedigen en deze eed met een handtekening moest bekrachtigen, sloeg hij de pen af die een medewerker van het presidentiële paleis hem voorhield. Hij pakte zijn eigen vulpen uit zijn binnenzak en legde uit: ,,Die van mij brengt geluk.''

Hij zal het nodig hebben. De eerste zetten zijn goed gegaan. Hij had zaterdagavond een crisis geforceerd, in recordtijd een nieuw centrum-links kabinet geformeerd door een handvol ministers te wisselen, en kreeg gisteravond ook het vertrouwen van de Kamer van Afgevaardigden, met 310 tegen 287 stemmen en 18 onthoudingen.

Maar hij heeft niet de indruk kunnen wegnemen dat hij dit keer wel erg ver is gegaan met het loven en bieden om aan de macht te kunnen blijven. In het parlementaire debat leidde dat wijdverbreide gevoel tot een incident, toen het Kamerlid Malavenda met propjes papier begon te gooien en een shirt liet zien met de tekst `Vu cumpra?', de standaardvraag van buitenlandse straatverkopers in Italië: `Wilt u iets van me kopen?'

In twee toespraken tot de Kamer probeerde D'Alema de zin van deze crisis uit te leggen. ,,We hebben een keuze gemaakt voor duidelijkheid en voor risico,'' zei hij. D'Alema erkende dat de basis onder zijn coalitie is versmald doordat de ministers van het Klavertje, waarin drie kleine partijtjes samenwerken, uit het kabinet zijn gestapt. Maar voortmodderen met steeds weer nieuwe ruzies en hinderlagen had geen zin, zei de premier.

Toch bleef hij lonken naar de socialisten, een van de blaadjes van het Klavertje. Hij noemde hen kameraden, bedankte hen voor de prettige samenwerking het afgelopen jaar, en beloofde hen een parlementaire onderzoekscommissie die, in de opzet van de socialisten, moet bewijzen dat de socialistische oud-premier Bettino Craxi in wezen geen blaam treft in de vele smeergeldschandalen. Voor de socialisten staat de conclusie van zo'n commissie al vast: iedereen deed het, dus niemand is schuldig.

Het partijtje, dat op twee procent staat, bedankte hem minzaam voor deze knieval door zich te onthouden van stemming. Maar vice-voorzitter Ugo Intini waarschuwde dat D'Alema niet moet denken dat hij daarmee de partij op zijn hand heeft: ,,Onthouding betekent dat we niet zijn overgestapt naar de andere kant, maar dat we vinden dat centrum-links in deze vorm is voorbestemd een verkiezingsnederlaag te lijden.''

Kritische opmerkingen onder de coalitiepartijen over de onderzoekscommissie en over de verdeling van de ministersposten laten zien dat de socialisten niet alleen staan in hun kritiek. Binnen D'Alema's eigen partij, de Linkse Democraten, bestaat veel wantrouwen over zo'n onderzoekscommissie. Dat is in het verleden te vaak een doofpot geworden.

D'Alema zei dat de coalitiepartijen moeten ophouden steeds maar ruzie te maken en beter moeten gaan samenwerken. Na veel slikken heeft hij in zijn geschreven teksten het koppelteken weggehaald tussen centrum en links, om aan te geven dat hij streeft naar een organische eenheid. Veel partners geloven hem eenvoudigweg niet en denken dat D'Alema met zijn partij de coalitie wil blijven domineren. D'Alema heeft vorig jaar bewust de Olijf laten verpieteren, de centrumlinkse coalitie die in 1996 met Romano Prodi als lijsttrekker de verkiezingen won.

D'Alema's paleiscoup van vorig jaar, met oud-president Cossiga als handlanger, was mede bedoeld om de gedachte van een eenheidspartij de grond in te boren. Cossiga heeft daar met genoegen aan meegewerkt, en ging daarna met evenveel plezier aan de poten onder D'Alema's stoel zagen. De grillige oud-president is voortdurend aan het saboteren, ogenschijnlijk willekeurig maar in wezen met een duidelijk doel: voorkomen dat er een politieke tweedeling ontstaat die weinig ruimte meer laat voor centrumpartijen, en dan opnieuw beginnen met een centrumpartij, een update van de christen-democratische partij die een halve eeuw de politiek heeft gedomineerd.

D'Alema probeert zijn kabinet een duidelijke opdracht te geven door te hameren op de noodzaak van staatsrechtelijke hervormingen. Hij heeft drie jaar geleden geprobeerd daarover een akkoord te sluiten met de rechtse oppositieleider Silvio Berlusconi, maar dat is jammerlijk mislukt. De weerstand van kleine partijen tegen iedere beweging in de richting van een politiek tweestromenland is enorm, omdat ze dan hun invloed zouden kwijtraken.

De sluimerende twisten binnen zijn coalitie, de intriges van Cossiga, de verdeeldheid over essentiële zaken als een parlementair onderzoek naar de politieke corruptie en de staatsrechtelijke hervormingen vormen tijdbommen onder het kabinet-D'Alema. De premier heeft meer dan een vulpen nodig om die allemaal onschadelijk te maken.