Daans adieu

Episode 13 (slot): waarin Daan Schrijvers manmoedig M ontmaskert, maar ongewild het Magistrale Millennium Mirakel in werking blijkt te zetten.

Behalve de man dieM&Mhet mooiste glansblad van het millennium vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan M. Ik bedoel de énge M, uit wiens hand wij bij het Millennium Magazine allemaal aten, after all. Nu had hij weer per missive laten weten dat het thans vigerende millennium een volle week was ingekort. Dit, uit bedrijfsmatige bezuinigingsoverwegingen, alsook omwille van de synergie die onmiddellijk zou ontstaan nu kerst en oudjaar op zijn instigatie een gedwongen huwelijk aangingen. En de missives van deze even mysterieuze als almachtige gemaskerde Media-Macher duldden mitsen noch maren, zoveel was mij na twaalf enerverende episodes wel duidelijk geworden.

Och, wat is nu een week op een heel millennium zult U zeggen, terwijl ik de scheerzeep met haastige hand verspreidde over mijn kinnebak. Maar voor iemand zoals ik, die gewend was aan een wekelijkse regelmaat, had de missive van M het aardse bestaan danig gederangeerd. Glazig keek ik in de spiegel, en mopperde: ja, voor de aarde zelf was de zaak eenvoudig genoeg. Die draaide maar om z'n as en vervolgde z'n baan om de zon en had er geen weet van.

Maar de mensen erop tobden met moeite en zorg en veel verdriet door de dagen, alsof 't zonder die moeite, die zorg en dat verdriet geen oudjaar zou worden, en dat gold al helemaal voor iemand met zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw.

,,Het is niet mijn idee geweest, jongens'', riep ik vol schuldgevoelens in de richting van hond Heidegger en kat Kierkegaard, die mij hoopvol aanstaarden in afwachting van extra ansjovis op hun dagelijkse diepvriespizza. ,,Maar nu moet ik rennen!'' Anders kwam ik nog te laat op de M&M-manifestie tijdens welke de Millennium-Man van de Maand zou worden gekozen. En als bezorger van mijn eigen glansblad waarvan ik nog maar zo kort geleden hoofdredacteur was geworden, blijkbaar, kon ik bezwaarlijk geen acte de présence geven.

Hijgend holde ik daarom even later met de fiets aan de hand door de Japanse tuin, richting de volgens Feng Shui-principes ontworpen kantoorkolos, waar de burelen van M&M al een feestelijk licht verspreidden. Hola, wat was dat nu? – dacht ik, toen ik languit liggend in de karpervijver weer bij mijn positieven kwam. Wie had uitgerekend hier nu deze piketpaaltjes neergezet, waarover ik zo lelijk was gestruikeld? Ik wist toch zeker dat ik ze eigenhandig heel ergens anders had geplaatst, ter markering van de route voor de pelgrimstocht der mensheid richting het nieuwe millennium! Terwijl ik mijn beduimelde regenjas, dat attribuut bij uitstek van de ware journalist pur sang, ontdeed van kroos en kikkerdril, voelde ik nattigheid - en het beviel mij niets.

,,Psssttt, Daan'', klonk het plotseling lispelend. Het was een stem vanuit het duister. Een stem die ik uit duizenden herkende. ,,Jantje, jij hier?!'', riep ik druipend. Het was documentalist Jan Wouters, wiens vaardige hand van knippen uit andere kranten reeds menige in kopijnood geraakte M&M-journalist op het nippertje had gered. ,,Daantje, Daantje'', fluisterde hij, ,,ik had je gewaarschuwd, en nu ga je toch weer deksels domme dingen doen.''

Blikskaters, hij klonk ook altijd zo negatief. Was ik net als M&M-hoofdredacteur genomineerd als Millennium Man van de Maand - en dan dit! Zoals altijd straalde Wouters iets beschuldigends uit, zeker toen hij zijn zwarte cape geruisloos over zijn schouder wierp, en hij aldus zijn foedraal toonde, met daarin zijn rode map (vol kapitale canards en pijnlijk plagiaat) en zijn blauwe map (vol onverbloemd overschrijven en irrelevante infotainment). ,,Laat ik je dit dan maar geven, Daan'', sprak hij, terwijl hij me een dossier overhandigde en er onwillekeurig een huivering door mijn middenrif trok.

,,Daar heb ik nu even geen tijd voor, Jan'', riposteerde ik kortaf en propte de map in de zak van mijn even doorweekte als beduimelde regenjas. ,,Straks mis ik de puntentelling nog.'' Het viel mij op dat zijn adem als zwaveldamp aan zijn mond ontsnapte, en zijn ogen vuur spuwden. ,,Wat jij daar wegpropt,'' siste hij, ,,is niets minder dan het geclassificeerde dossier nummer zeshonderdzesenzestig.''

Niet-begrijpend staarde ik hem aan. ,,Je moet niet altijd zo snel des duivels worden, Jan. Zet die bokkenpruik nu eens af.'' Vastbesloten mijn stemming niet te laten bederven, liet ik hem machteloos mopperend achter en haastte mij richting feestgedruis.

,,En daar-is-tie dan!'', galmde mijn gelouterde collega Walter Decheiver vanaf het podium door zijn draadloze microfoon, toen ik de grote zaal binnendruppelde. ,,Onze Daan, de man die het Millennium Magazine mogelijk maakte. Geef hem een warm welkom, want hij ziet er wat rillerig uit.''

Er klonk een lauw applaus vanuit de goedkope rangen waar mijn redactie zat, terwijl de Millennium Meesters in de loge lusteloos met hun juwelen ratelden. ,,Ja, lieve mensen,'' probeerde Walter daarna de stemming erin te brengen, ,,kenden we vorige maand nog een nek-aan-nek-race tussen de heren Elvis en Adolf inzake het veroveren van die mooie Millennium Mok met M&M-logo, dit keer hebben wij vaderlandse visionairs de hoofdredacteur van ons glansblad uitverkoren. En ik bedoel niemand minder dan de bezorger van de nieuwe loot aan de stamboom van de Pers Media Concentratie: de heer D. Schrijvers.''

Met gepaste trots beende ik naar de tafel waar het voltallige Platform Nationale Millennium Celebratie verzameld was. In het schemerduister waren hun gezichten onleesbaar, maar boven hun hoofden kwam de Nederlandse vlag in strijklicht volledig tot zijn recht. Daaronder hingen banieren met het opschrift: `Eén Volk. Eén Millennium. Eén Platform. Eén Pers Media Concentratie.'

,,Gefeliciteerd Daan'', orgelde Walter onverdroten. ,,Als winnaar mag jij nu voor ons het Magistrale Millennium Mirakel in werking zetten. En opschieten een beetje.'' Voordat ik `euhhh' had kunnen zeggen, werd ik de belendende zaal ingebonjourd. Plots stond ik alleen tegenover een immense machine. Zuigers bewogen gestaag op en neer, raderen wentelden wervelend, en de wijzers van de manshoge klok erboven wezen nadrukkelijk op de nadering van het nieuwe millennium. Vanachter de contraptie stapte een gemaskerde figuur op mij af. ,,Weet je nog wie ik ben?'' Met trillende stem antwoordde ik: ,,U bent die wonderlijke kerel. U bent M., mijnheer.''

,,Juist. Maar wie ben ik werkelijk?'', lachte hij demonisch. In een flits herinnerde ik mij het dossier dat Jantje Wouters mij had aangereikt. Grote goden, alle knipsels bleken verdronken in mijn door het uitstapje in de karpervijver doorweekte regenjas. Wat stond daar toch? Ik probeerde de druipende documentatie te ontcijferen. `M. is Media-Macher', meende ik te lezen. Of stond er: `M. is Mefisto'? Of was het: `M. is Mega-Corporatie'? Of las ik daar: `M. is Marketingmanager'? Of bedoelde men: `M. is Metro'? Of heette het: `M. is Marcel van Dam'? Of stond M voor `Mediocriteit', voor `Macht', voor `Machiavelli', of toch gewoon voor `Millenniumschmerz'?

,,Allemaal mis, Daan'', hielp M. mij. ,,Start jij het Magistrale Millennium-Mirakel nou maar.'' Met onvaste hand drukte ik op de rode knop. Metaal schuurde langs metaal; stoom spoot alle kanten op. Buiten sloeg een motor aan. ,,Al die toeters en bellen zijn louter afleiding, Daan. Hier gaat het om'', sprak hij en trok zijn masker naar beneden. Nu kon ik zijn gezicht zien. Het was een gezicht dat hoorde bij een dolende dobberaar op het wassende water des onheils dat het culturele leven in Nederland heette. Ik keek in een spiegel, zoveel was duidelijk, en ik begreep nu wie de enge M. werkelijk was: Moi, Mijzelve.

,,Doe maar niet zo verbaasd, Daan'', bitste mijzelve mij toe. ,,Dit heb je altijd in je hart geweten. Niemand durft het, maar eenieder die mij aanstaart, kijkt in de spiegel van zijn ziel.''

Dat bedoelde Wouters dus met zijn deksels domme dingen. Tijd voor spijt had ik echter niet, want achter mij schoof de schuifpui open. Ik kreeg uitzicht op een brede rivier, waarop een stoomboot zojuist de trossen had losgegooid. ,,Bedankt Daan!'', riep Walter vanaf de brug en hij zwaaide met zijn kapiteinspet. ,,Je hebt het Magistrale Millennium Mirakel precies op tijd in werking gezet. Nu kunnen wij gewetenloos naar de overkant om ook het volgende millennium in bezit te nemen.'' Om hem heen hosten de Millennium Meesters in polonaise over de gangboorden.

,,Maar Walter, nu kan ik hier toch niet weg?'', riep ik bedremmeld. ,,Is dat een bezwaar?'', rolde het nog vaag over de golven, net voordat de boot werd opgeslokt door de mist. M. sloeg zijn arm om mijn schouder en keek mij begripvol aan. ,,Dit is niet mijn idee geweest, Daan,'' zei hij, ,,maar troost je. Voor een journalist in een beduimelde regenjas zonder amusementswaarde is er in het nieuwe tijdvak toch geen emplooi. Het is tijd dat we gebruik maken van De Regeling.''

Alles gaat voorbij, beaamde ik tegen Mijzelve, het is overgegaan. Het millennium is niet meer. Ik zoog de borst vol adem en stapte in de rivier. ,,Het is niet gezien,'' mompelde ik, ,,het is onopgemerkt gebleven.'' Mijn ziel dreef langzaam weg, richting Railroad Bar, toen ik het zachtjes hoorde sneeuwen door het heelal, en zachtjes sneeuwen als in het laatste uur over de levenden en de doden.

(fin)