CONTROVERSE OVER PILTDOWN MENS DUURDE RUIM 40 JAAR

In de periode 1910-1912 deed de Engelse advocaat en amateur-geoloog Charles Dawson een serie opmerkelijke vondsten. In een grindformatie in de buurt van Piltdown (Sussex) trof hij de gefossiliseerde resten aan van onder andere een schedel en een kaakbeen die zouden hebben toebehoord aan een tot dan toe onbekende uitgestorven hominide. Omdat de schedel menselijke kenmerken vertoonde en het kaakbeen aapachtige, paste de vondst precies in de (inmiddels afgewezen) gedachte dat in de menselijke evolutie eerst het brein `menselijke' proporties kreeg, en pas daarna de rest van het lichaam. De Piltdown mens moest dus wel de missing link zijn.

Deze Eoanthropus dawsoni, zoals hij werd gedoopt, kreeg in kringen van Engelse paleontologen een warm onthaal. Kritiekloos werd hij als alternatief voor Homo erectus (waarvan toen nog maar weinig resten bekend waren) geaccepteerd, ook al omdat nu was aangetoond dat de Britse eilanden in de evolutie een voorname plaats was toebedeeld.

Alles ging goed zolang E. dawsoni een hoge ouderdom leek te hebben. Dat veranderde toen in 1926 bleek dat de grindformaties waaruit hij tevoorschijn was gekomen veel jonger bleken dan aanvankelijk gedacht. Bovendien werden na 1930 elders resten van Homo erectus en de latere Neanderthaler gevonden die de Piltdown mens evolutionair gezien steeds sterker isoleerden.

Maar de doodsklap volgde pas in 1953, toen fluordatering ondubbelzinnig aantoonde dat het om een vervalsing ging. Het was een samenraapsel van een 600 jaar oude mensenschedel en de kaak en de tanden van een oerang oetang, terwijl ook een chimpansee een tand had bijgedragen. Chemisch onderzoek wees uit dat de resten waren besmet met chroom en ijzersulfaat.

De Piltdown mens is een van de grootste mystificaties uit de geschiedenis van de wetenschap. In 1996 kwam de waarschijnlijke identiteit van de bedrieger alsnog aan het licht. In het British Museum bleek een koffer aanwezig die aan Martin A.C. Hilton had toebehoord. Er zaten beenderen in die op dezelfde wijze waren verontreinigd als de Piltdown mens. Mogelijk heeft Hilton, die als vrijwilliger bij het British Museum werkte, de beenderen in het grind van Piltdown gestopt om Woodward, die destijds als hoofd van de afdeling paleontologie de vondst van de Piltdown mens omarmde, in een kwaad daglicht te stellen. Woodward had Hilton's verzoek om een weekloon afgewezen.

(Dirk van Delft)