Christenen in schaapskleren

Steeds meer christenen trekken naar het beloofde land. Ze kopen kerstbomen en hopen op eigen scholen om hun geloof in stand te houden. Tot ongenoegen van de joodse orthodoxie. `Ze bevuilen het land met varkensvlees en prostitutie.'

Is het geen ondoorgrondelijke paradox dat een principe uit Hitlers rassenwetten de grenzen van Israel heeft geopend voor niet-joodse nakomelingen van een joodse grootvader uit de (vroegere) Sovjet-Unie?'' De lichtbruine ogen van de 39-jarige Nadia S. uit Baku tintelen van plezier bij het formuleren van een probleem waarvan Israels rabbijnen niet kunnen slapen en priesters met het millennium voor de deur dolgelukkig zijn. ,,De Nazi's stuurden het nageslacht van een joodse grootvader onherroepelijk naar de gaskamers. In Israel zijn ze welkom, hoewel ze door de joodse orthodoxie niet als joden worden erkend'', zegt Nadia. Want volgens de halacha, de joodse religieuze traditie, wordt het jood-zijn uitsluitend via de vrouwelijke lijn doorgegeven.

Israel, dat zichzelf in haar Onafhankelijkheidsverklaring als een joods land definieert, legt in een uitzonderlijke wending van de geschiedenis de niet-joodse kinderen en kleinkinderen van een joodse grootvader geen duimbreed in de weg om naar het beloofde land te komen. Hiermee toont Israel ook begrip voor twee generaties onderdrukking van de joodse godsdienst en cultuur in de Sovjet-Unie. En de `wet op terugkeer' uit de lange joodse ballingschap regelt dat piekfijn. De nakomelingen van een joodse grootvader hebben automatisch recht op immigratie. Maar de toevloed van niet-joodse immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie neemt zulke proporties aan, dat die een cultuurstrijd op gang heeft gebracht. De inzet is de tweeledige vraag: wie is jood, en blijft Israel een joods land?

Reformjoden

Dertien jaar geleden, toen ze nog maar kort in Israel was, belde Nadia in paniek op. ,,Over een paar dagen is het kerstmis'', zei ze. ,,Ik ben christen. Mijn diepste gevoel dwingt me een kerstboom in mijn flatje te zetten. Maar ik durf het niet te doen. Als de sochnoet, het joodse agentschap, erachter komt dat ik geen jodin ben, verlies ik de immigrantenuitkering. Dan ben ik verloren. Wat moet ik doen ?''

Op een stralende sabbat in Haifa vertelt Nadia nu dat ze toen wel alle risico's nam. Voor haar eigen gemoedsrust en die van haar kinderen kocht ze een kerstboom en tuigde die in de woonkamer op. ,,Deze kerst koop ik geen kerstboom'', zegt ze. ,,Bang hoef ik niet meer te zijn, er zijn zoveel immigranten uit Rusland die kerstbomen naar huis slepen. Nee, ik ben in een proces van terugkeer naar het jodendom. Ik bid nu in een sjoel van liberale (reform)joden. Daar voel ik me thuis.''

Nadia legt uit dat ze als dochter van joodse ouders in de puberteitsjaren in Baku op zoek naar spirituele antwoorden op haar levensvragen naar de kerk ging. ,,Ik wist toen niet eens dat ik joods was. En zelfs als ik het wel had geweten, was er geen joods adres voor me in Baku'', zegt ze. Op zoek naar een betere toekomst emigreerde Nadia met haar twee dochters naar Israel. De verplichte studie van de thora, het oude testament, tijdens haar opleiding tot sociaal werkster, heeft Nadia tot nieuwe religieuze inzichten gebracht. Ze zweeft nu tussen het christelijke gevoel en het liberale jodendom met naar haar zeggen ,,steeds meer gevoel voor de joodse kant van mijn persoonlijkheid''.

In Israel rijpte het inzicht in de gevolgen van de onderdrukking van het jodendom in de Sovjet-Unie voor, na en tijdens Stalins communistische regime. Daarom heeft het Hitlers definitie van het jood-zijn in de wet op terugkeer opgenomen. Israel wilde de Russische joden redden. Zoveel mogelijk liefst. ,,De wet op terugkeer werd niet alleen gemaakt om een schuilplaats te bieden aan joden, maar ook aan diegenen die werden vervolgd als joden'', zei minister van immigratie July Tamir onlangs. ,,De definitie van `jood-zijn' is minder afhankelijk van de joodse godsdienst'', voegde zij daar snel aan toe.

,,De Russische joden komen'', huilde de hoogste voorlichtingsambtenaar in Jeruzalem toen het IJzeren Gordijn in de jaren zeventig op een kier voor refuseniks openging.

De wetgevers in Jeruzalem hebben niet voorzien dat Hitlers grootvaderclausule, paragraaf vier in de wet op terugkeer, tot zo'n grote toevloed zou leiden van niet-joden, met name christenen. Volgens rabbijn Shmuel Serlui in Ashdod loopt het joodse karakter van de staat Israel groot gevaar. ,,De soep verwatert'', zegt de rabbijn, die in de jaren zestig hoofd was van het joodse onderwijs in Amsterdam.

Naar schatting zijn bijna driehonderdduizend van de een miljoen immigranten die sinds de jaren zeventig uit de vroegere Sovjet-Unie naar Israel zijn gekomen, niet-joods. Het percentage volle joden onder de immigranten is de afgelopen tien jaar gedaald van 86 procent in 1991, tot 78 procent in 1993 en 43 procent in 1999. In eenzelfde tempo dat het aantal gojim (niet-joden) onder de immigranten opliep, is het aantal winkels toegenomen waar varkensvlees over de toonbank gaat. Voor orthodoxe en traditionele joden is dat om van te gruwen: als onrein beest is het varken het symbool van de antithese van het jodendom.

Varkensvleesoorlogen tussen ultraorthodoxe joden en Russische immigranten vergiftigen de sfeer in steden waar beide groepen zo langzamerhand even groot zijn. In Bet-Shemesh, een stadje in de Jordaan-vallei, gilde de ultraorthodoxe onderburgemeester van de Shas-partij, Moshe Abutol, dat ,,de honderdduizenden christenen het land bevuilen met varkensvlees en prostitutie''. In zijn woede riep hij zelfs op tot het stichten van aparte steden voor Russen zodat hun onreinheid en vunzige gedrag de joodse bevolking niet zou besmetten.

Volgens gegevens van een Russisch-joodse pressiegroep in Israel zijn er in de landen van de vroegere Sovjet-Unie nog 540.000 halachische joden. Een klein miljoen niet-joodse Russen heeft volgens de wet op terugkeer ook het recht naar Israel te komen. Deze pressiegroep is een nationale en internationale campagne begonnen voor amendering van deze wet om `het joodse karakter van de staat Israel tegen de Russische gojim te beschermen'. De grootvader-clausule moet volgens woordvoerders van deze pressiegroep uit de wet worden geschrapt. Uitsluitend kinderen van joodse vaders zouden automatisch recht op immigratie mogen genieten. Premier Barak onstak in woede toen ministers van de Shas-partij onlangs amendering van de wet op terugkeer aan de orde probeerden te stellen. ,,Dat gebeurt niet'', zei hij terwijl hij op de regeringstafel beukte. ,,Nog een miljoen Russische immigranten erbij en wij zijn nog sterker.''

Barak gelooft dat de Israelische smeltkroes nog de magische kracht heeft om van de grote verscheidenheid van immigranten een Israelisch volk te maken.

Heilige sfeer

Helena Kaminsky (39), een nieuwe immigrante uit de Oekraïne gaat in Israel openlijk haar eigen christelijke weg. ,,Ik heb geluk dat mijn grootvader jood was. Daardoor kon ik drie jaar geleden naar Israel emigreren. Ik wilde daar naartoe. Dat ik nu hier ben is Gods wil. Mijn man Serge had wel naar de VS of Canada willen gaan. Ik ben heel diep christelijk. Ik voel hier iets heel bijzonders van binnen. Het liefst wil ik in Jeruzalem wonen. Daar hangt zo'n heilige sfeer, daar zijn prachtige kerken en kloosters. In Jeruzalem voel ik me zo dicht bij god.''

Helena woont met haar man een kerkdienst in het Grieks-orthodoxe kerkje in het dorp Shefar bij te wonen. Ze geeft zich zingend en biddend over aan de dienst die wordt geleid door aboen (vader) Romanus. Er zijn maar negen gelovigen in het kleine kerkje. Af toe werpt Helena een verstoorde blik op haar onrustige, hoogblonde zoontje van zeven. Serge, haar echtgenoot, bladert ongeduldig in een gebedenboek waarin hij duidelijk de weg niet weet. Op een gegeven moment gaat hij naar buiten. ,,Ik ben een atheïst met een joodse grootvader'', vertelt hij in de ochtendkou.

Helena komt stralend uit het kerkje lopen. Het hoofddoekje strak om het hoofd gewikkeld. Geen lippenstift, geen nagellak, wel een lange ruiten rok onder een jasje met nog grotere bonte ruiten. Het zoontje huppelt vooruit. Lachend van geluk zegt ze dat ze in Nazareth tot godsdienstonderwijzeres zal worden opgeleid. De Grieks-orthodoxe patriarch in Nazareth heeft haar daarvoor uitgekozen. ,,Er zijn hier al zoveel christelijke kinderen die les moet krijgen'', zegt ze. Voorlopig concentreert ze zich op het `zuiver' houden van haar zoontje die in Katzrin naar een Israelische lagere school gaat. ,,Ik heb het hoofd van de school gevraagd of hij een kruis mag dragen. Dat is goed. Op christelijke feestdagen mag ik hem thuishouden en op joodse feestdagen hoeft hij ook niet naar school. Op Purim stuur ik hem wel. Dat is een mooi carnaval, dan verkleden de kinderen zich.''

Helena voelt zich in Katzrin niet alleen. ,,Ik ken er vijftig christenen'', zegt ze. ,,We bidden vaak samen.'' Van Israelisch-joodse zijde heeft ze veel begrip voor haar christen-zijn ondervonden. ,,Ik zei tegen de Israelische consul in Moskou dat mijn grootvader jood was, maar dat ik christen ben. Hij vond dat geen bezwaar en gaf het visum'', vertelt ze.

Helena zou het liefst zien dat haar zoontje naar een christelijke school gaat en zo min mogelijk in aanraking komt met de joodse kant van Israel. Die hoop deelt aboen Romanus vurig met haar. ,,Wij bidden dat de christenen uit Rusland in Israel eigen scholen zullen krijgen. ,,Als we geen eigen scholen hebben, zullen deze kinderen voor onze kerk verloren gaan, vrees ik.''

Voorlopig is deze veertigjarige, in Haifa geboren Israelische Arabier, drukker dan ooit. Hij doopt, leidt begrafenissen, lost huwelijksgeschillen op en zorgt voor geestelijke en materiële bijstand van Russische immigranten die zijn hulp en zegen zoeken. Aboen Romanus werd aan een Grieks-orthodox seminarium in de VS, in het Russisch, tot priester opgeleid. ,,Als gevolg van de Russische immigratie is de Grieks-orthodoxe kerk de snelstgroeiende kerk in Israel geworden. Ik denk dat de afgelopen tien jaar 150.000 christenen van onze denominatie zich bij de 40.000 Grieks-orthodoxe Arabieren hebben gevoegd'', zegt hij. ,,Wij zijn erg blij dat de kerken weer vollopen.'' Aboen Romanus verontschuldigt zich dat er deze ochtend maar negen gelovigen – allemaal Russen – naar zijn kerkje zijn gekomen. ,,Meestal zijn er tussen de twintig en dertig. Maar gisteren was een feestdag en baden velen al in Tiberias.''

Sinds kort leidt Aboen Romanus in Shefar Am op twee zaterdagen per maand een dienst in het Russisch voor immigranten uit Rusland. De zondag is voor de Arabieren gereserveerd. Dan wordt de dienst in het Arabisch gehouden. ,,Wij houden voor de Russen de dienst op zaterdag omdat de immigranten op zondag werken. In veel gevallen houden ze hun christendom voor hun joodse werkgevers geheim. Ze zijn bang hun banen te verliezen als ze zeggen dat ze op zondag naar de kerk gaan'', zegt aboen Romanus.

Vervalste verklaringen

Deze priester weet dat nogal veel immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie met vervalste joodverklaringen naar Israel zijn gekomen en daardoor doodsbang zijn om ontmaskerd te worden. ,,Ze zijn naar Israel geëmigreerd om zich aan de armoede te onttrekken. Ze weten heel goed dat dit land door de joden voor de joden is gesticht en dat niet-joden er geen echte kansen hebben om te slagen'', zegt hij. ,,Daarom houden ze zo vaak hun ware godsdienst geheim.'' Het komt nogal eens voor dat een christelijke Russische immigrant, die in moeilijkheden is gekomen, hem dringend verzoekt geen huisbezoek af te leggen. ,,Vader, kom niet. Als wordt gezien dat je me bezoekt, verlies ik misschien mijn baan.''

Aboen Romanus begrijpt deze angst ook tegen de achtergrond van het dictatoriale systeem waaruit de immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie naar Israel komen. Hem zijn echter geen gevallen bekend dat de Sochnoet of andere Israelische diensten de financiële bijstand aan Russische immigranten hebben ingehouden toen bekend werd dat ze met vervalste joodverklaringen of onjuiste inlichtingen naar Israel zijn geëmigreerd.

Dimitri, kleinzoon van een joodse grootvader, kwam wel uit voor zijn christen-zijn. Hij verdiende de kost als fotograaf totdat hij een volledige priesteropleiding in Nazareth ging volgen. Twee jaar geleden werd hij tot priester gewijd. ,,Ik kwam naar Israel om in het heilige land immigranten en god te dienen'', zegt hij tijdens een kort telefoongesprek. Dimitri woont in Nazereth-eliet, de joodse stad op een heuvelrug boven Arabisch Nazareth. ,,Niemand heeft me daar lastiggevallen, zelfs niet toen ik mijn soutane droeg'', zegt hij.

De havenstad Ashdod is door de massa-immigratie uit de vroegere Sovjet-Unie in tien jaar gegroeid van 70.000 naar 150.000 inwoners. Vroeger werd het straatgeluid gekleurd door het Frans van de Marokkaanse immigranten. Nu is het Russisch dat de klok slaat. Een haredi, een ultraorthodoxe jood uit de Verenigde Staten, wil wel anoniem zijn hart luchten over de nare gedachten en gevoelens die hij heeft over het hoge percentage gojim onder de Russische immigranten. ,,Daar zullen veel gemengde huwelijken uit voortkomen. Vaak zullen we dat niet eens weten omdat er zoveel immigranten zijn die met vervalste joodverklaringen zijn gekomen'', zegt hij. (Gemengd huwen staat voor de ultraorthodoxie gelijk met uit het jodendom stappen). Deze haredi is niet bang dat zijn kinderen ooit een vloek over zijn huis zullen brengen en gemengd zullen trouwen. ,,Mijn kinderen gaan naar ultra-orthodoxe scholen en komen niet in aanraking met andersdenkenden'', zegt hij.

Diep weggezakt in zijn stoel zegt de orthodoxe rabbijn Shmuel Serlui in Ashdod de ,,harediem te gaan begrijpen die in getto's leven. Dat is precies wat we niet in Israel wilden.'' Ook hij vreest dat zijn kleinkinderen in het leger niet-joodse soldaten zullen leren kennen en daarmee zullen trouwen. (Tsahal, het leger, rekruteert zonder religieus onderscheid te maken.)

Kerstbomen in de winkels in Ashdod en varkensvlees in de etalages van slagerijen zijn voor Shmuel Serlui en zijn vrouw Mirjam tekenen aan de wand dat Israel een metamorfose ondergaat door de gojim onder de immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie. ,,Dat is een gevaar voor het joodse volk. Als dit proces niet wordt gestopt, zal Israel een land zoals alle andere landen worden. En dat willen we niet. Wij willen dat Israel een joods land blijft!'' zegt rabbijn Serlui. Hij kijkt peinzend naar een schilderij aan de muur van zijn salon. Daarop is de eerste regel van het kadisj-gebed, dat bij begrafenissen wordt gezegd, geschilderd over de kaart van het Midden-Oosten waarop Israel veel groter dan in werkelijkheid is afgebeeld. Zegt dan: ,,Wie dacht er na alles wat we hebben doorstaan – de holocaust – aan een joodse cultuurstrijd in ons land. Ik kan er niet tegen. Ik ben er zo moe van.''

Ik ben heel diep christelijk. In Jeruzalem voel ik me

zo dicht bij god

Wij bidden dat de christenen uit Rusland

in Israel eigen

scholen zullen krijgen