Bloot wordt groot

Een bloot kindje op een zwaan glijdt een haventje binnen. Een haventje uit een sprookjesboek, met schilderachtige huisjes waarin dieren wonen. Zo begint Sjoerd Kuypers allegorie op een mensenleven: Het boek van Josje.

Een mooi stevig uitgevoerd boek, met sfeervolle en geestige platen van Jan Jutte, die aan Shepards illustraties van Winnie the Pooh doen denken. In de drie gebundelde verhalen, `Josje' (eerder gepubliceerd in 1989), `Josje's droom' (uit 1992) en het nieuwe `Josje's lied' groeit het blote kindje op tot een jonge vrouw en de jonge vrouw tot een oud besje met eelt onder de voeten. Tegen die tijd overziet Josje het heelal en omvat ze de aardbol met haar handen. Ze heeft liefde gekend, voor man en kind, en vriendschap, en alle seizoenen beleefd. Dan gaat ze vredig dood.

Is dit een kinderboek? Het is een boek voor kinderen zoals de sprookjes van Andersen voor kinderen zijn. De mysterieuze sfeer geeft op de beste momenten het gevoel dat er een tovenaar in je oor mompelt, het is mooi en spannend en niet helemaal te begrijpen. Achterop het boek staat een fragment uit een brief van Kuyper aan zijn uitgever afgedrukt: `Jij vindt het zeker geen goed idee om 74+ op het ruggetje te zetten? Ik heb altijd geweten dat ik niet voor eeuwig 8 ben, zoals Annie M.G. Schmidt, en ik kon de opa zijn van Willem Wilmink, die zegt dat hij nooit ouder is geworden dan 11. Want ik ben 74, altijd al geweest.' Kuyper schildert zichzelf vervolgens af als een verteller op een dorpsplein, die `op heldere toon' verhalen vertelt voor kinderen en voor wie het maar wil horen.

Sjoerd Kuyper is op zijn helderst en op zijn best in zijn vergelijkingen. Op een frisse, verwachtingsvolle ochtend, de dag dat Josje trouwen gaat, staat de maan nog boven de zee `fijn als een babynageltje.' Reigers in de herfst dragen `verfomfaaide jassen'. Kuypers sterke beelden komen echter meer tot zijn recht in zijn realistische verhalen over het jongetje Robin. Daarin vormen ze de kersen op de taart. Hier dreigen ze te bezwijken onder alle dromelarij. De structuur van de verhalen, vooral van Josje's droom, is zo rommelig dat een adempauze voor de lezer, om even echt stil te kunnen staan bij zo'n beeld, soms ontbreekt.

Het boek van Josje is een ambitieuze vertelling. Het is ook een beetje een ijdel boek, waarin Kuyper wil laten zien hoe in een klein mensenleven het Grote en Waarachtige schuilgaat. Het leven draait om gemeenschapszin en trouw, om liefde en respect en vooral niet om haast. Verdriet moet je niet wegstoppen, zoals Josje op een gegeven moment letterlijk doet in een kelderkast, maar delen. Zonder verdriet en rouw is er geen vreugde en geluk. Op het nippertje ondervangt Kuyper een al te zwaar getoonzet moralisme door de humor van zijn dierenfiguren. In Josje's wereld leven een ijsvogel die niet erg van kussen houdt, een aandoenlijk timmervarken dat uit een boom lazert en zijn nek breekt en een das die de klokken luidt. Al legt Kuyper soms wat te veel uit, deze dieren en zijn verrassende beelden maken Het boek van Josje tot een verhaal dat je best tot je vierenzeventigste zou kunnen blijven lezen.

Sjoerd Kuyper: Het boek van Josje. Leopold. Met illustraties van Jan Jutte. 121 blz. Vanaf 8 jaar. ƒ29,90