Belo & Horta

Eerwaarde Belo, waarde Ramos-Horta. Tot onze spijt moet wij u berichten dat wij de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan u beiden in 1996 bij nader inzien moeten intrekken. Wij wilden destijds een signaal afgeven aan de machthebbers in Jakarta, een protest tegen het vaak meedogenloze optreden van het Indonesische leger tegen burgers. Symbool ook, zo u wilt, voor alle militairen die zich waar ook ter wereld schuldig maken aan onderdrukking van onschuldige burgers. Onder invloed van ons sluimerend Westers schuldgevoel over het oogluikend toestaan van de annexatie van Oost-Timor in 1975 door oud-president Soeharto, ontwaakt door de wereldwijd uitgezonden televisiebeelden van de moordpartij op het Santa Cruz kerkhof in Dili in 1991, zijn we in 1996 bij u beiden uitgekomen. Maar achteraf moet erkend worden dat de kwestie Oost-Timor, hoe tragisch ook, overbelicht is in vergelijking met de omvangrijke problemen elders in de Indonesische archipel.

Wij gaan ervan uit dat u zich in dit besluit kunt vinden vooral ook wanneer u hoort aan wie wij de Nobelprijs 1996 hebben toegekend: dat zijn de Javaanse vakbondsactiviste Marsinah en de Sumatraanse toneelschrijfster en actrice Ratna Sarumpaet. Marsinah werd in 1993 na het leiden van een staking in Surabaya door militairen, of leden van Soeharto's inlichtingendienst, verkracht en vermoord. Zij werd 24 jaar. Voor Sarumpaet betekende deze nog altijd straffeloos gebleven misdaad, een radicale breuk met haar carrière tot dan toe. Zij keerde haar comfortabele bestaan als regisseur van middelmatige televisieproducties de rug toe om zich volledig te richten op de bestrijding van het onrecht en de repressie in Indonesië. Zij schreef het toneelstuk Marsinah, Een lied uit de onderwereld, over het lot van de vakbondsactiviste en later nog Marsinah klaagt aan, een litanie waarin Sarumpaet zelf namens Marsinah spreekt - en huilt. Vanaf 1994 stelt Sarumpaet op deze manier de rechteloosheid van het uitgestrekte Indonesische arbeidersproletariaat aan de kaak. Regelmatig werden haar voorstellingen verboden of verstoord. En sinds de tweede helft van 1997 werd zij voortdurend geschaduwd door de inlichtingendienst. Uiteindelijk werd zij in de laatste akte van Soeharto's regime, op 10 maart vorig jaar, met acht anderen gearresteerd wegens het organiseren van een politieke vergadering zonder vergunning en wegens `het zaaien van haat'. Sarumpaet/Marsinah groeide uit tot een voorbeeld voor arbeidersactivisten en de studentengeneratie die vorig jaar een belangrijke rol speelde bij het verdrijven van Soeharto.

Met deze prijs spreken we onze waardering uit voor de bijdrage van beide vrouwen aan de bewustwording van de Indonesische bevolking. Tot slot vragen wij u het indertijd toegekende prijzengeld terug te boeken op ons bankrekeningnummer.

Frank Vermeulen