Allemaal een huilmoment

Het pensioen komt in zicht maar voor afscheid is het te vroeg. De veteranen van Toneelgroep Amsterdam spelen samen in één voorstelling.

,,Op de géén afscheidsvoorstelling!'' Glazen worden gebroederlijk geheven, gezichten glunderen om de uitdagende toast. Actrices Sigrid Koetse en Kitty Courbois, acteurs Joop Admiraal en Jacques Commandeur, regisseur Titus Muizelaar en dramaturge Janine Brogt knikken elkaar bemoedigend toe. De opnamen beginnen. Drank en hapjes moeten de tongen losmaken ten behoeve van een door Toneelgroep Amsterdam zelf geproduceerde promotievideo. De montage van het anderhalf uur durende groepsgesprek wordt straks, voorafgaand aan de voorstelling Mooi weer vandaag, in de foyers van talloze schouwburgen in het land vertoond. Koetse en Commandeur gaan volgend jaar met pensioen, Courbois en Admiraal pas over twee jaar. De publiciteitsafdeling van TGA presenteert Mooi weer vandaag min of meer als afscheidsvoorstelling van haar steracteurs. ,,Wat een onzin'', zegt Koetse. ,,Ik moet dan wel weg maar ga gewoon door, hoor.''

Met groot succes speelde dezelfde formatie hetzelfde stuk zes jaar geleden al, ook toen in de regie van Titus Muizelaar. Het gaat nu dus om een reprise, maar toch ook om een nieuwe voorstelling, met een nieuw decor (van Paul Gallis), voorafgegaan door een nieuwe repetitieperiode. Het `práchtige' (Koetse) stuk van David Storey werd in 1971 al zo goed als legendarisch door de enscenering van Karl Guttmann bij de Haagsche Comedie, met Ko van Dijk, Paul Steenbergen, Anny de Lange en Myra Ward.

Home, zoals de oorspronkelijke titel luidt, speelt in een niet nader omschreven tehuis, vermoedelijk een psychiatrische inrichting. De personages treffen elkaar op het terras. Twee vrouwen, drie mannen. Vefa Öcal vertolkt een voornamelijk zwijgende rol, het sportschooltype Fred bij wie ,,een stukje van zijn hersenen'' is weggehaald. De gesprekken gaan over het weer, de kroketten bij de lunch, over niets. Tussen de dooddoeners (`Zeg dat wel...', `Vertel mij wat...', `Oh ja...') door flakkeren flarden herinneringen op en halve mededelingen over achtergrond en ziektebeeld van de personages. De Max van Admiraal is waarschijnlijk homoseksueel, de Arnold van Commandeur liefhebber van kleine meisjes, de Cathrien van Koetse nymfomaan, de Greta van Courbois obsessief. Ze zijn, om welke reden dan ook, ontspoord, platgewalst, murw - en zijn zich daar akelig van bewust.

Begin vorige maand begonnen de repetities, vorige week ging het stuk in `semi-première', een hybride term voor een nieuw leven ingeblazen oude produktie. Op de eerste repetitie wordt het stuk gelezen, op de tweede bekijken de acteurs de video-opnamen van de vorige enscenering, de `Bobname' van de toenmalige produktieleider Bob Logger. Koetse vindt het ,,eigenlijk onzin die band te bekijken: we hebben het stuk gisteren nog gelezen.'' Na afloop constateert ze: ,,Dit was in het begin: we lopen nog over de dingen heen. Later gaven we de emoties meer de tijd.''

Admiraal, aarzelend,: ,,Het mag weleens stil zijn, ja...''

Commandeur: ,,Het is fluiten in het donker, hè.''

Muizelaar: ,,De mannetjes zijn in de eerste scène te veel entertainers. Te eenduidig. Anticiperen is heel mooi, soms, maar je moet ermee spelen. Het moet grilliger, onlogischer, met hardere overgangen. Het is nu te logisch.''

Commandeur: ,,Het is te logisch.''

Koetse: ,,Ik heb er een hele theorie over...''

Admiraal: ,,Als er iemand in een kamer stáát: dat is altijd heel eng.''

Courbois: ,,Je schiet zo gemakkelijk in de fouten van de vorige keer. Dat wéét je nog.''

Admiraal: ,,Mooi, dat huilen. Allemaal een huilmoment, heerlijk. Ja, allemaal.''

Koetse: ,,Het komt goed. Hartstikke leuk. Wat een práchtig stuk is het toch.''

Lippen

Het is tijdens de eerste repetitieweek dat het glas wordt geheven op `de géén afscheidsvoorstelling'. De opnamen gaan beginnen. ,,Doe toch maar even je lippen'', zegt Koetse nog even snel tegen Courbois. Ze zijn hartsvriendinnen sinds ze dertien jaar geleden uit totaal verschillende achtergronden bij de toen nieuwe Toneelgroep Amsterdam belandden. Courbois kwam bij Baal, van Leonard Frank, vandaan. Koetse van Het Publiekstheater, dat opging in Toneelgroep Amsterdam, samen met Toneelgroep Centrum van Peter Oosthoek, waar Commandeur zat. Joop Admiraal kwam van het fameuze Werkteater, gespecialiseerd in maatschappelijk relevant en op de realiteit gebaseerd improvisatie-toneel.

,,Persoonlijke keuzes'', zegt Commandeur als de camera loopt, ,,doe je pas in de praktijk. Als jongeling las en schreef ik gedichten. Ik was of voelde me kunstenaar in plaats van een extravert individu, wat een acteur toch zijn moet. Daarom dacht ik: weg met die boeken en die pen. Maar literatuur is altijd mijn inspiratiebron gebleven. Méér dan toneel, dat ik voor het grootste deel aanstellerij vond en vind. Dat Living Theatre - daar heb ik me zo aan geërgerd.''

Admiraal: ,,Jacques heeft mij gedichten leren lezen. Ik heb ze opgezogen. Ik wist van niets...''

Courbois: ,,Ton Lutz, van wie ik les kreeg, zei tegen me: laat jij dat gevoel nu maar eens weg. Klein spelen, het is nog steeds mijn stijl. We zijn allemaal begonnen bij Ko van Dijk. en bij Ank van der Moer natuurlijk. Ank wilde energie in je stoppen. Bam! Het werkte.''

Koetse: ,,Als Ko zag dat iemand talent had, ging-ie door het vuur voor je. Zoniet dan was het: weg-weg-weg! Het ging hem aan! Hij dacht: dat kind kán het. Thuis vonden ze het niks. Ik deed in `55 eindexamen, en omdat ik er toen nog niet zo lelijk uitzag, kwam ik al snel bij de televisie, het nieuwe medium. Ik kwam met geld thuis. Nou, toen was het snel goed.''

Admiraal: ,,Ik zat eerst bij Studio, dat al vernieuwend was vóór de revolutie van Aktie Tomaat losbarstte. Ik gaf rollen weg, omdat ik dacht: je kunt beter iets kleins doen wat je wel kan dan iets groots wat je niet kan. Niet de tomaten maar het Living en het Open Theatre hebben me getekend. Fantastische schok brachten die in me teweeg.''

Koetse: ,,Ik heb laatst een lijstje gemaakt van stukken en rollen waarvan ik die 45 jaar bij het toneel zielsveel gehouden heb. De meeste zijn uit de periode bij TGA. Hoe heerlijk ik het ook had bij de Nederlandse Comedie, het was toch een vastgelopen zaak. Het was almaar: Ank, Ko, Ellen, Han, Mary...Hier ben ik alleen maar gelukkig geweest, intens gelukkig.''

Admiraal: ,,Over Adio bij Het Werkteater, wat uiteindelijk nog een succes is geworden, was ik aanvankelijk diep ongelukkig. Ik heb op de avond van de première gewoon de trein naar Zwolle genomen. Op het perron heb ik gebeld dat ze maar zonder mij moesten beginnen. Er kwam een dealer naar me toe: die zien gewoon dat je ongelukkig bent. Ik heb liever geen premières meer, de angst wordt steeds erger.''

Commandeur: ,,Zoals wij hier zitten, zijn we het levende bewijs dat ensembles bij het toneel een noodzaak zijn.''

Koetse: ,,Het is de enige manier om toneel te maken.''

Courbois: ,,Het juk op je schouders, het hier-ben-ik-vreet-me-maar-op: dat gaat in de loop der jaren niet meer. Ik heb jullie nodig, jongens.''

Admiraal: ,,Ja. Zonder jullie kan ik het niet. ik lééf in het repetitielokaal.''

Domme loopjes

Marjolein Polman, assistentie regie, maant tot stilte. De scène met de stoelen `zit' nog niet goed. Spierbundel Fred-met-het-stukje-uit-zijn-hersenen sjouwt de stoelen op het terras geobsedeerd af en aan, met als gevolg `territoriale gevechten' (Muizelaar) tussen de vier hoofdpersonages. Er zijn `verkeersproblemen' - ,,de domme loopjes moeten eruit'' zegt de regisseur - en Sigrid Koetse alias Cathrien moet uiteindelijk duidelijk geïsoleerd van de anderen op toneel terecht komen. Koetse speelt de ergernis van haar personage breed uit, met veel mimiek en wijd opensperrende ogen. De Greta van Courbois is ingehouden en afgemeten, bijna toonloos, zelfs in haar woede of verdriet. ,,Zal ik je eens wat zeggen'', zegt ze vlak tegen Max: ,,We komen hier nooit meer uit.'' De broze Max, met de losse tranen, van Admiraal, negeert de bom en keuvelt voort.

,,Sigrid speelt groot'', zegt Courbois na afloop: ,,en ik klein. Dat komt nog wel samen. Je vertrouwt op de regisseur. Maar onze eventuele irritaties spelen we niet via hem. We kennen elkaar zó goed, dat we alles kunnen zeggen en we zijn professioneel. Hoewel mens en personage natuurlijk alles met elkaar te maken hebben, weten we ze te scheiden. En ook weten we: je personage en je spelprestatie bestaanbij de gratie van die van de anderen.'' Pas na de première zal ook Koetse zeggen: ,,Ik speel groot. Ik ben opgegroeid in de grote zaal: dat is pas het echte toneel, in mijn ogen. Je moet er zijn, het stuk dragen.'' Ze maakt een gebaar naar haar schouders, een verontschuldigende, bijna hulpeloze blik in haar ogen.

,,Dit is toch niet het licht, hè?'' Jacques Commandeur staat voor het eerst in het decor van Paul Gallis, met een hand boven de ogen. ,,Nee'' roept `lichtmast' Kees van de Lagemaat vanaf de donkere tribune. ,,Er moet nog een hoop gepield worden.'' De reling en de glazen overkapping van het terras zijn van fin de siècle-gietijzer, viesgemaakt, met het oog op vergane glorie. Erachter rijst, als een helling, een groen doek naar de nok van het theater, de stilering van een gazon. Het doek moet minder steil hangen, volgens Muizelaar, en het glazen dak moet minder vuil worden gemaakt, zodat ook de bovenste deel van het doek zichtbaar wordt. Het decor is gemaakt voor het schouwburgtoneel, het moet zich hoger bevinden dan het publiek in de zaal. De eerste voorstellingen worden echter gespeeld in het Transformatorhuis, het tweede huis van TGA, op het Westergasfabriekterrein. Admiraal knippert tegen het licht. ,,Je went eraan'', zegt hij zachtjes, terwijl hij nog haastig een sigaret rookt. ,,Het is net alsof je voor het eerst in de zon komt, uit een donker huis. Je leert er niet in te kijken en je bewegingen aan te passen aan de hitte van de lampen. Je mag niet gaan zweten, als dat niet bij je rol hoort.''

Meubilair

,,Het decor klopt niet'', fluistert Muizelaar, terwijl de acteurs enkele scènes doornemen. ,,Het terras is naar de zaal gericht, en `buiten' bevindt zich nu achter het hek. Dat is mooi, een onlogische, uit het lood hangende werkelijkheid.'' Dan, tegen Koetse die met moeite op het terrastafeltje leunt: ,,Nee, jongens, dat meubilair wordt nog vervangen. Het is veel te mooi. Misschien moeten we het ergens op de achtergrond op een hoop gooien, kapot.'' ,,Jaja, goed idee'', zegt Courbois.

,,Het is een heerlijke uitvinding, try-outs'', zegt Courbois, de volgende dag in het felle licht van de kleedkamer. Boven is die van de `meisjes', zoals Marjolein Polman consequent zegt, beneden die van `de jongens'. De jongens zijn voortdurend `aan het teksten', Courbois en Koetse zitten voor de kaptafel of lopen rond in hun kamerjassen. Koetse is stilletjes en teruggetrokken. Courbois práát. ,,Is Big Brother al afgelopen?'' roept ze bovenaan de trap. ,,Ik wil even bellen om te vragen wat er gebeurd is.'' Ze gaat `naturel' het toneel op. ,,Ik heb besloten me niet te schminken voor deze rol'', zegt ze terwijl naast haar Koetse zich opmaakt. ,,Bleek past bij Greta. Ja, natuurlijk voel ik spanning, maar dit is anders dan anders. Deze voorstelling kennen we, al is het altijd de vraag waar het publiek reageren zal en waar, tegen je verwachting in, niet. Vallen en je tekst kwijtraken, dat is het ergste, hè Sig? Vallen en je tekst kwijt, toch? In Medea had ik het eens over `een diadoom van goud', in plaats van diadeem dus. Dan kunnen anderen nog zo zeggen dat het niet erg is, je komt er niet meer overheen, op zo'n avond. Het dreunt door je kop: ik heb diadóóm gezegd, ik heb diadóóm gezegd. Ja, je hebt het tóch gezegd.''

,,Zo af en toe is een voorstelling zo goed dat ik denk: fuck you, wat ze ook zeggen of schrijven. Val maar dood, dit is fantastisch.'' Afwerend zegt Koetse: ,,Het is een nerveus vak, bah, zo nerveus als het is. Het went nooit. Wat doe ik mezelf toch aan, denk ik steeds.'' Ze keert zich af: ,,Ik wil er niet over praten.'' Na afloop van de volgens Muizelaar `uitstekende' try-out, zegt ze: ,,Ik ging lekker. Geen bijgedachten, goed publiek. Goed publiek'', verduidelijkt ze, ,,betekent dat je wat terugkrijgt van ze.'' Muizelaar zegt dat Jacques en Joop te beleefd zijn voor elkaar in de beginscène en tegen Koetse zegt hij: ,,Je huilt zo mooi. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar probeer het net iets langer te laten zien, maak het iets hoeriger zo te zeggen.'' ,,Ik zal het proberen'', zegt Koetse .

Na afloop van de derde en laatste try-out zegt Courbois ,,morgen niet om zes uur al'' aanwezig te willen zijn. ,,Van wachten word je zenuwachtig.''

Première-avond. Vlak voor aanvang geven de vijf acteurs en de regisseur elkaar ieder drie kussen. Negentig kussen in totaal, in minder dan één minuut. Op een grote tafel in de kantine liggen de toi-toi-toi's, cadeautjes van alle medewerkers voor elkaar.

Ze helpen, de kussen, de cadeautjes. Admiraal is broos en breekbaar, Commandeur op een geraffineerde manier afwezig, lijkt het, met heldere momenten. Courbois blaft mooi, met haar basstem, en haar motoriek is aanstekelijk hoekig en neurotisch. Sigrid Koetse is weergaloos, in haar grote spel, met een razendknap behoud van kwetsbaarheid. Na afloop, aan de bar, drinkt ze een whiskey. Ze is nu wat spraakzamer, maar ze kan niet zeggen hoe ze `het' doet. ,,Ik heb `de vierde wand' nodig, dát weet ik. Al zie ik het, ik zie het publiek niet. Ik sluit me af. Ben wie ik ben. Ik doe het gewoon.'' Glimlachend: ,,Ik kan er niet over praten.''

`Mooi weer vandaag' van Toneelgroep Amsterdam wordt dit weekeinde gespeeld in de Stadsschouwburg Amsterdam, en van 11/1 t/m 12/2 door het hele land. In maart en mei zijn er nog enkele voorstellingen in Arnhem en Amsterdam. Inl en res.: 020-6279070.