WTO & milieu

Staatssecretaris Ybema van Buitenlandse Handel verwerpt de kritiek als zou de WTO het milieu- en volksgezondheidsbeleid van de aangesloten landen ondermijnen (NRC Handelsblad, 14 december). Volgens Ybema komt de WTO alleen in actie tegen discriminerende milieumaatregelen. Hiermee verwijst hij de bezorgdheid van tienduizenden demonstranten tijdens de WTO-top in Seattle naar de prullenmand.

De WTO-regels schrijven inderdaad voor dat gelijke producten gelijk behandeld moeten worden. Bij het bepalen of een product `gelijk' is, doet de wijze van produceren er voor de WTO in het geheel niet toe. Daar wringt nu juist de schoen. Een ei is een ei, of dat nu van een scharrelkip komt of uit een legbatterij.

Deze regels hebben ertoe geleid dat de beleidsruimte van landen op het gebied van milieu, volksgezondheid en dierenwelzijn aanzienlijk is ingeperkt. Zo heeft de WTO het EU-importverbod op Amerikaans hormonenvlees tot illegale handelsbelemmering bestempeld. Het vasthouden aan haar eigen voedselveiligheidsnormen kost Europa nu 250 miljoen gulden per jaar aan Amerikaanse strafheffingen.

Minstens zo schadelijk is de indirecte werking van de WTO-regels. De afgelopen jaren heeft de EU diverse malen voorgenomen wetgeving afgeblazen uit vrees dat deze niet WTO-conform zou zijn. Zo werd het voorgenomen verbod op cosmetica die met dierproeven is getest uitgesteld. Zolang er geen gezaghebbende internationale milieu-, volkgezondheids- en dierenwelzijnsinstanties zijn die knopen kunnen doorhakken, mag de WTO haar leden niet beletten een eigen beleid te voeren op deze terreinen. Dat vergt een aanzienlijk ingrijpender hervorming van de WTO-regels dan Ybema voor ogen staat.