Tijdelijke solidariteit lenigt nood Venezuela

De Venezolaanse president Chávez belooft alle vluchtelingen onderdak vóór kerst. Ergens in het verlaten binnenland, dat wel. Ondertussen helpen de rijken de armen. Zij het tijdelijk. Een vluchteling: ,,De mensen zijn heel goed.''

,,We beleven apocalyptische tijden,'' zei president Hugo Chávez vorige week in de nacht dat in Venezuela duizenden sloppenwijken de bergen afspoelden en het halve land onder water liep. Een accurate beschrijving – achteraf gezien – van een ramp die inmiddels groter blijkt dan de orkaan Mitch in Midden-Amerika. Alleen: Chávez doelde niet op het natuurgeweld dat op datzelfde moment buiten de muren van zijn paleis 30.000 doden veroorzaakte. Hij had het over de 30 procent `gedegenereerden' die het gewaagd had om bij het referendum vorige week tegen zijn nieuwe grondwet te stemmen. ,,Als onze nieuwe grondwet niet wordt uitgevoerd, zakt het land weg in chaos en ellende,'' had Chávez gedreigd.

De president werd op zijn wenken bediend. Want ook mét een nieuwe grondwet is de chaos en de ellende in Venezuela compleet. De infrastructuur van het land is vernield, en de kwijnende economie is tot stilstand gekomen. Overal zijn mensen op zoek naar hun familie of geliefden. In veel gevallen waarschijnlijk tevergeefs: gisteren gaf president Chávez toe dat het leger honderden doden in anonieme massagraven heeft gestort. Andere slachtoffers blijven begraven onder de meterdikke lagen modder, of ze zijn eenvoudig in stukjes de zee in gespoeld.

Dan is er de ellende van de provisorische opvangcentra. Tienduizenden mensen zitten op matrasjes in stadions, kazernes en scholen. Mannen, vrouwen en kinderen kijken met vragende ogen naar Chávez, de grote volksheld die al een jaar lang `geluk en revanche' voor de armen preekt. ,,Ik weet het niet'', Zulay Cabello. ,,De regering moet het doen.'' De jonge vrouw, die tot voor kort straatverkoopster was in cosmetica, zit op haar matras tussen 400 andere daklozen in het halfopen basketbalstadion van Caracas.

Gisteravond was Chávez, de `president van het volk', hier zelf op bezoek geweest. Staand in zijn gevechtstenue deed de ex-couppleger de onwaarschijnlijke belofte iedereen nog voor kerst onderdak te bezorgen. ,,Ik wil dat alle kinderen van Venezuela onder de kerstboom een cadeautje krijgen.'' Maar dan moesten de mensen wel het idee opgeven ooit nog terug te keren naar de plek waar ze hadden gewoond.

,,Een geluk bij een ongeluk'', zegt Chávez over de ramp. ,,De fase van wederopbouw zal ons dwingen versneld de revolutionaire gedachte van de deconcentratie door te voeren.'' Met andere woorden: Chávez wil tienduizenden slachtoffers uit de dichtbevolkte kuststreek overplaatsen naar de bossen en bergen van het verlaten binnenland. Daar moeten straks dorpen en steden uit de grond verrijzen, bewoond door armen die tot nu toe leefden van de franje van de rijkdom in de geïndustrialiseerde kuststreek: straatverkoop, bediening, zwart werk en het recyclen van afval. Meer dan zeventig procent van de sloppenwijkbewoners leefde daarvan.

Denkt Zulay Cabello nu op het platteland een nieuw bestaan te kunnen vinden? Zulay schudt van nee, maar haar woorden verdwijnen onder de galmende stadionmicrofoon. Voorlopig heeft ze andere dingen aan haar hoofd. De zware diarree van alle vijf haar kinderen. Nachtmerries van de kleinste. De rijen waarin ze de hele dag moet staan. Eentje voor eten, een andere voor kleren, en eentje voor speelgoed. ,,De mensen zijn heel goed'', zegt Zulay, terwijl ze kijkt hoe haar zoontje tuffend over de dekens rondkruipt met een nieuwe plastic tractor die hij heeft gekregen.

Hoezeer Chávez het land ook politiek heeft verdeeld, de onderlinge solidariteit in Venezuela kent op dit moment geen grenzen. In een onstuitbare hulpdrift wordt alles gedoneerd wat er maar gegeven kan worden. ,,Alstublieft, liever geen bruidsjurken, balletschoentjes, en elektrisch speelgoed meer inleveren'', verzocht een van de talloze spontaan gevormde hulpverleningsorganisaties haar donateurs een paar dagen geleden.

,,Een gift voor de slachtoffers alstublieft,'' rammelt ook de keurig gemanicuurde dame van de luxe busmaatschappij Ejecutivos met de collectebus. Honderden mensen staan hier in de rij om naar het vliegveld van Valencia vervoerd te worden. Het stadje op drie uur rijden van de hoofdstad Caracas, biedt sinds de verwoesting van het internationale vliegveld van Caracas de enige mogelijkheid het land te verlaten. In de bus begint de dame naast me te jammeren. Ook zij is `slachtoffer' van de ramp. Nee, haar appartement ligt op de zevende verdieping van een nette flat. Die staat er gelukkig nog. Maar sinds een week is er dus geen elektriciteit, en nu ligt de zalm in het vriesvak te bederven. Ze is bovendien doodsbang dat daklozen haar flat zullen kraken. Maar intussen `moet' ze naar Miami om daar kerstmis te vieren. ,,Het blijft een probleem met Venezuela,'' verzucht de vrouw.

Het vliegveld van Valencia blijkt een parodie op de hel van Dante, waar tienduizenden mensen een stoel trachten te bemachtigen in de paar kleine vliegtuigen die af en toe opstijgen. Vrouwen, kinderen en bescheidenen worden vertrapt door de brutalen die niet schromen om lichaamskracht, geld en positie te misbruiken voor hun enige levensdoel van het moment: wegvliegen. ,,Dit is Venzuela in het klein'', zegt een ondernemer uit Caracas, die net een poging tot zelforganisatie van de wachtenden heeft zien sneuvelen. Opnieuw ramt een groep gestropdaste mannen zich door de wachtlijst die de mensen die al twee etmalen op hun beurt wachten zelf hebben opgesteld. ,,De laatsten zullen de eersten zijn'', citeert de ondernemer een geliefde uitspraak van Chávez, wanneer hij de mannen met stropdas triomferend door de douane ziet gaan. ,,Chávez of geen Chávez, zo zal het ook gaan met de hulpfondsen voor de wederopbouw.''