Shanghai's hyperambities

In vijf jaar tijd zijn honderden wolkenkrabbers, vijfsterrenhotels en fantastische snelwegen verrezen in en om Shanghai. De stad vergelijkt zichzelf met New York en wil hét financiële en economische centrum van Azië worden. Aan de nieuwe infrastructuur zal het niet liggen, maar voorlopig kan Shanghai zich nog lang niet meten met Hongkong.

In Shanghai waart de geest van de mega-stad van de 21e eeuw. Niet alleen de nieuwkomer maar ook de frequente bezoeker krijgt iedere keer dat gevoel als hij over de zes- of achtbaans snelwegen die letterlijk boven de stad slingeren, rijdt en de duizelingwekkende expansie in deze metropool overziet. De hyper-ambitieuze Shanghainezen willen hun stad alleen met New York vergelijken en zien zichzelf in de niet al te verre toekomst in termen van economische- en financiële spierkracht als nummer drie in de wereld na New York en Londen. De grootse nieuwe infrastructuur en de futuristische skyline zijn de hardware en de software, een globalistische zakencultuur zal vanzelf volgen, menen de optimisten.

De zogenoemde elevated highways (gaojiadao) zijn perfect afgewerkte sculpturen van civiel ingenieurschap en hebben tweetalige borden in het Chinees en Engels. De grootste zijn de `Inner' en `Outer Circular Viaduct Roads'. Knooppunten in de vorm van spaghetti-klusters zijn vier of vijf lagen hoog en het Prins Clausplein bij Den Haag is in vergelijking Madurodam. Ze zijn dwars over de smalle straten van de voormalige internationale `concessie' heen gebouwd. Daar zijn hele oude laagbouwstadswijken, tegen alle hartverscheurende oppositie van bejaarde bewoners die er hun hele leven gewoond hadden, compleet gesloopt. In een mum van tijd zijn er honderden wolkenkrabbers, gevarieerde vijfsterrenhotels, een elegant museum, een avant-gardistische opera, tentoonstellingshal en bibliotheken op het puinlandschap gezet.

Dat alles heeft zich in een jaar of vijf afgespeeld. In 1994 duurde het nog anderhalf tot twee uur om van het oude stadsvliegveld Hongqiao (Regenboogbrug) naar de Bund, de uit de jaren twintig daterende statige Brits-Franse havenboulevard langs de Huangpu-rivier te rijden. Nu doe je dat in hooguit twintig minuten. Files zijn vrijwel onbekend want alles is op de toekomst gebouwd.

Tot hier over het nieuwe `Oud-Shanghai' ofwel Puxi, de westelijke rivier-oever.

Het nieuwe `Nieuw-Shanghai' ligt in Pudong, de oostelijke oever, in 1990 nog 520 km2 grotendeels braakliggend land dat in minder dan tien jaar tot een rudimentair nieuw Manhattan is uitgegroeid, door twee kolossale hoge nieuwe bruggen met opwaartse spiraalvormige toegangswegen en vier tunnels met de oude stad verbonden. De spectaculaire bouwhausse in Pudong overtreft die in Shenzhen, de Speciale Economische Zone ten noorden van Hongkong die al in 1980 werd gelanceerd.

Het voordeel van Pudongs late start is dat het van de fouten in andere Aziatische metropolen heeft kunnen leren en dat zodoende planning en architectuur van hogere kwaliteit zijn. Pronkstuk van Pudong tot dusver is de 414 meter hoge Jin Mao Tower, een 88 verdiepingen – acht is het Chinese geluksgetal en 88 is dubbel geluk – tellende slanke zilveren toren in de vorm van een pagode, waarvan de 54 laagste verdiepingen kantoorruimte zijn en de 34 hoogste het 555 kamers tellende Grand Hyatt-hotel, een van de schitterendste hotels in de wereld. Het Grand Hyatt had zijn opening in Hollywoodstijl in augustus, maar het wordt omgeven door lege bouwputten, half afgebouwde of voltooide lege torens die er staan als gedenkstenen voor de megalomanie van begin jaren negentig. Meest dramatisch symbool daarvan zijn de in 1998 voltooide fundamenten voor het `Shanghai World Financial Center', volgens plan een 95 verdiepingen tellende, 460 meter hoge toren die het Japanse bouwconcern Mori zou bouwen voor 640 miljoen dollar en die in 2001 klaar had moeten zijn.

In 1997 sloeg de Aziatische crisis toe, als gevolg waarvan 60 tot 70 procent van alle nieuwbouw, zowel kantoren als flats, bleef leegstaan. Japanse banken trokken zich massaal uit het project terug. De astronomisch hoge huren voor kantoorruimte daalden met ruim tweederde. Shanghai en andere grote Chinese steden moesten hun ambities terugschroeven van non-stop expansie tot vermindering van de leegstand. Inmiddels is de leegstand tot 40 procent teruggelopen. De Britse HSBC (voorheen Hongkong & Shanghai Banking Corporation) heeft inmiddels besloten zijn Chinese hoofdkwartier van Hongkong naar Shanghai over te plaatsen en zal een ander Mori-gebouw in Pudong, Senmao, betrekken dat is omgedoopt tot `HSBC Tower'. Dat leidde Minoru Mori, de president van Mori Building, ertoe enkele maanden geleden bekend te maken dat er midden 2000 toch met het Shanghai World Financial Center zal worden begonnen en dat het alsnog in 2003 gereed zal zijn.

Een nieuwe injectie voor Pudong was het nieuwe ultra-moderne vliegveld dat in september vervroegd geopend werd, op tijd om 300 topfunctionarissen van multinationale ondernemingen, velen in hun eigen privé-vliegtuigen, te laten neerstrijken voor het `Fortune Global Forum', de grootste jamboree van `bigbusiness' in de geschiedenis die het gigantische potentieel van de Chinese markt bejubelde maar tegelijkertijd de veelal teleurstellende realiteit betreurde. De grootste paradox die de obstakels tegen China's optimale ontplooiing tot wereldmacht illustreert was dat het media-imperium Time-Warner de hoofdsponsor was, maar dat de speciale jubileumuitgave van Time Magazine, ter gelegenheid van 50 jaar Volksrepubliek, verboden werd omdat er een aantal artikelen van dissidenten en `vijanden' van China instonden. Niettemin hebben de meeste multinationals omvangrijke investeringen in Shanghai gedaan. Recente nieuwe investeringen van meer dan een miljard dollar in Pudong kwamen van General Motors, NEC, Krupp-Thyssen en Kodak. Het totaal aan buitenlandse investeringen in de nieuwe zone was de laatste vijf jaren 27 miljard dollar, maar in 1998 was er een daling van 24 procent.

Het unieke voordeel van Shanghai is dat het een brede economische basis heeft van zowel zware als lichte industrie – auto's, staal, petrochemie, biotechnologie, huishoudelijke apparaten en energie – en diensten (47 procent), waaronder met name financiële. Shanghai heeft met zijn talrijke gespecialiseerde hogescholen en researchinstituten ook een brede basis in de technische en natuurwetenschappen, in tegenstelling tot Hongkong dat een commercieel-financiële en juridische traditie heeft. De economische groei in 1998 was 10,1 procent, 2,4 procent boven het nationale gemiddelde. Grootste groeisector was infrastructuur met 25 procent. Met een bruto binnenlands product van 44.8 miljard dollar, te verdelen over 13 miljoen inwoners (3.400 dollar per hoofd) is Shanghai de meest welvarende stad van China. Niettemin is het veruit de mindere van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, die met 6,5 miljoen inwoners een bbp van 163,8 miljard dollar heeft – 25.200 dollar per hoofd. Shanghai's internationale economie is aanzienlijk kleiner dan die van Hongkong, dat een buitenlandse handel heeft die 250 procent van het bbp bedraagt (397 miljard dollar in 1997 en 358 miljard in 1998) – groter dan de buitenlandse handel van heel China. Shanghai's aandeel in China's buitenlandse handel is daarentegen slechts 20 procent – 64 miljard dollar.

Het aantal buitenlandse banken in Hongkong is 166, in Shanghai zijn het er 54, maar die mogen slechts ten dele aan de locale economie deelnemen. Slechts een paar mogen zaken doen in de lokale munt en dat is dan aan strikte geografische restricties onderhevig, dat alles om de inefficiënte lokale banken te beschermen. Met China's aanstaande toetreding tot de WTO zal dat naar verwachting beter worden, maar het zal formeel vijf jaar duren voordat buitenlandse banken gelijkgerechtigd zullen zijn met lokale banken en in de praktijk langer.

Shanghai's grootste ambitie is om zijn vooroorlogse ambitie als toonaangevend financieel centrum te heroveren, maar zolang de Chinese yuan of renminbi niet volledig convertibel is is dat ondenkbaar. De renminbi werd in 1994 convertibel op de lopende rekening voor handel en diensten. De meningen lopen zeer uiteen wanneer tot convertibiliteit op de kapitaalrekening zal worden besloten. Professor Wang Yizhi, adjunct-directeur van het instituut voor de Nationale Economie van de Shanghai Academie van Sociale Wetenschappen, de leidende staatsdenktank, meent dat het nog vijftien jaar zal duren. Professor Lu Deming, directeur van het Centrum voor Economische Studies van de Fudan Universiteit, denkt dat de aanstaande WTO-toetreding het zal versnellen tot vijf tot tien jaar. De beurs van Shanghai is behalve een zeer kleine B-markt gesloten voor buitenlanders, maar na acht jaar kwakkelen koopt bijna geen buitenlander B-aandelen meer.

Wang verwacht dat de WTO-toetreding tot een heropleving van het internationale zakenvertrouwen zal leiden en Shanghai opnieuw tot een kosmopolitische stad met een grote internationale zakengemeenschap zal maken. Op het hoogtepunt in de jaren dertig woonden er 150.000 buitenlanders in Shanghai, nu ongeveer 30.000. Wang hoopt dat het vooroorlogse aantal overtroffen zal worden, maar de huidige trend is omgekeerd. Het kostenniveau voor buitenlanders – onroerend goed en onderwijs – is veel te hoog en steeds meer bedrijven vervangen hun expats door locale Chinezen.

Professor Lu is terughoudender over een snelle doorstoot van Shanghai en meent dat Hongkong, vanwege zijn vrijheid van informatie en geavanceerd rechtssysteem, zijn voorsprong op Shanghai zal behouden, vooral als het er in slaagt zijn te smalle economische basis van financieel-commerciële diensten, onroerend goed, transport en toerisme met nieuwe groeidynamo's als de ICT-industrie, te verbreden. Dan zal Hongkong zijn positie als derde financiële centrum in de wereld na New York en Londen kunnen consolideren en zal Shanghai die status nog lang onthouden blijven.

Het zal voor een belangrijk deel afhangen van de politiek van de centrale regering in Peking en die begunstigt Shanghai. Door zijn massieve financiële en logistieke steun voor de studentenrebellie in 1989 raakte Hongkong uit de gratie van Peking en besloot Deng Xiaoping in 1990 Shanghai tot het solide, loyale internationale bastion van de centrale regering aan de Chinese oostkust te maken. De centrale regering wordt nu door Shanghainezen gedomineerd, maar of dat zo zal blijven na het terugtreden van president Jiang Zemin en premier Zhu Rongji – beiden ex-burgemeesters van Shanghai – in 2003, moet worden afgewacht. Shanghai is door zijn ligging in het centrum van de Chinese oceaankust en aan de delta van China's grootste rivier, de Yang Tse, de gunstigst gelegen stad van China en daardoor de natuurlijke leider. Hongkong heeft echter de beste diepzeehaven, 60 procent van de Chinese exportindustrieën liggen in het achterland van Hongkong en de wereldwijde armslag van Hongkongs financiële sector geeft het een voorsprong van wellicht nog decennia.