Routineus naar de maan

Voor futurologen en kinderen begon de toekomst altijd in 2000. Een ode aan hun fantasie. Vandaag: Routineus naar de maan.

Wie denkt nog wel eens aan de dapperste hond ter wereld? Aan Laika (`Blafje')? Een beroemde foto toont Laika in de Spoetnik-2. Het is 3 november 1957. Laika's droeve ogen vlak voordat het luikje dicht gaat. Nu al heimwee.

Twee weken later, na behouden terugkeer op aarde, zou het ruimtehondje alsnog sterven. Intussen was voor het eerst bewezen dat levende wezens een lancering overleven. Eerst de hond, daarna de mens. Die verlustigde zich alvast in grootse toekomstvisioenen.

In de jaren '50 liet de Ford Motor Company in Amerika een serie illustraties over het leven in het jaar 2000 maken. Al een jaar voor Laika's lancering tekende Jim Powers daarvoor Moonport. Een man staat op het punt op een lijnvlucht naar de maan te stappen. Het voertuig heet Lunar Liner en doet denken aan de latere Space Shuttle. De man heeft een attachékoffertje in de hand. Alles toont routine. De helm die losjes op zijn schouders hangt. De vrouw met wie hij nog wat keuvelt. Hij rookt.

Astronaut Wubbo Ockels inspecteert het plaatje enthousiast. We zitten in zijn werkkamer op het terrein van het Europese onderzoekscentrum voor ruimtevaart ESTEC in Noordwijk. Hij wijst op de drie ronde bollen achter de Lunar Liner, tanks voor vloeibare zuurstof of waterstof. ,,Veel milieuvriendelijker dan kerosine.'' Op de verkeerstoren rechts. ,,Als zo'n ding echt gaat vliegen heb je die niet meer nodig.'' Maar verder klópt de illustratie: ,,Het laat een verwachting zien die volkomen gerechtvaardigd was. Dat wat je ziet niet is uitgekomen, dát is verbazend.''

Na de eerste maanlanding dacht iedereen dat het een kwestie van pakweg twintig jaar zou zijn. Was dat hoogmoed? ,,Nee'', zegt Ockels resoluut. ,,Het grootste struikelblok was niet de technologie. Het is de bureaucratie. We zijn zelf op de rem gaan staan.''

In één adem noemt hij een reeks oorzaken. De bevindingen van Club van Rome: ,,Grenzen aan de groei, geen durf nog nieuwe stappen te nemen voordat alle vragen over duurzaamheid zijn beantwoord.'' De democratiseringsgedachte: ,,Excelleren werd een taboe.'' Het uitblijven van een atoomtijdperk: ,,Een teleurstelling.'' En het feilen van de babyboomgeneratie. ,,Wij hadden het zo druk met technologische ontwikkelingen en onze eigen kansen dat we verzuimden het aan een volgende generatie over te dragen. Wij waren zo goed in alles dat onze kinderen dachten dat er niks meer te winnen was.'' Jonge techneuten zochten een nieuw terrein, de informatietechnologie, en zijn nu verloren ,,om raketten te bouwen''.

Zelf vertrok hij op 30 oktober 1985 voor acht dagen in de ruimte met de Challenger. Hij ervoer het als ,,een schok''. ,,In de ruimte ervaar je een enorm tekort. Je hebt geen plaats, geen functie, je bent eigenlijk verloren. Nee, dat is niet angstaanjagend. Het heeft iets wonderbaarlijk intiems.''

Nog geen jaar na Ockels' ruimtereis ontplofte de Challenger, een ramp die zeven levens eiste, waaronder dat van Ockels' kamergenoot in Houston. Zijn geplande tweede vlucht, álle ruimtevluchten, werden onzeker. Het vertrouwen in de ruimtevaart leek in één klap weg.

Inmiddels wordt de ruimtesonde die op Mars had moeten landen als verloren beschouwd. ,,Bemande vluchten naar Mars, daar mag je niet eens meer hardop over denken'', zegt Ockels. En de maan? ,,Nóg twintig jaar. Dan kan toerisme er echt mogelijk zijn.''

Hij vertelt van een astronautencongres in Wenen. Ze gingen samen zwemmen, in een subtropisch zwemparadijs dat overdenkt was met een glazen stolp. Drankjes kwamen aandrijven op luchtbedjes. Terwijl de astronauten daar zo dobberden, zegt Ockels, werden ze het eens: ,,Dit zwemparadijs kun je op de maan bouwen.'' Bijkomend voordeel: het gebrek aan zwaartekracht. Meters ver zouden de maantoeristen door het water van het maanzwembad kunnen duiken. ,,Als dolfijnen!''

Neem fantasie weer serieus, zegt Ockels. ,,Voor de ontwikkeling van de ruimtevaart is dat nodig.'' Hij citeert zijn vriend, de fysicus Gerard `t Hooft die dit jaar de Nobelprijs kreeg: ,,Zinloos onderzoek is het belangrijkste onderzoek dat er is.''