Onderwijs

Ton van Haperen is leraar economie, vakdidacticus en columnist.

,,Een cijfer voor het onderwijs in de wereld is lastig te geven. Rijke landen geven natuurlijk meer geld uit aan het onderwijs dan arme landen, waardoor het onderwijsniveau er hoger ligt. Mijn indruk is dat de meeste landen wel het belang van onderwijs inzien.

Nederland een cijfer geven is gemakkelijk: we bakken er hier niets van. Het grootste probleem is dat de politiek veel met het onderwijs wil. Te veel. Dat is op zichzelf niet erg als er maar een consequente lijn in het beleid zit. Dat is niet het geval. Telkens wil men wat anders. En dan het liefst zo goedkoop mogelijk.

Zonder geld hoog van de toren blazen, een dodelijke combinatie.

De economie groeit en bloeit, maar serieus in het onderwijs investeren is er niet bij. Bijna alle westerse landen geven relatief meer geld uit aan onderwijs dan Nederland. Nederland zit onder de OESO-norm, die voorschrijft dat landen 6 procent van het nationale inkomen aan onderwijs besteden. Landen als Denemarken, Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland halen de norm wel.

Dé trend in het Nederlandse onderwijsbeleid is de individualisering van de leerprogramma's. De leraar moet de rol van persoonlijk begeleider gaan vervullen, zodat elke leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Dat is een prima uitgangspunt, maar het kost wel bakken met geld. Als de beleidsmakers dat geld er niet voor over hebben, moeten ze het niet doen. Dan kunnen leraren veel beter klassikaal blijven lesgeven.

De leraar verkeert in een identiteitscrisis. In een klas met 32 leerlingen is het onmogelijk om iedereen individueel te begeleiden. Hij raakt gestrest, overspannen en verward. Dat is weer funest voor het dramatische tekort aan leraren. Jongeren zullen zich wel drie keer bedenken voordat ze besluiten leraar te worden.

Nergens is het onderwijs zo'n zooitje als hier. De chaos rond de Tweede Fase in de hoogste klassen van havo en vwo is daar een goed voorbeeld van. Als je een dergelijke vernieuwing doorvoert, moet je zorgen dat het goed gebeurt. De laatste onderwijsvrienden die de politiek nog had - de tweede fase-coördinatoren - lopen nu ook te schelden.''